Amenra :: 22 december 2012, AB

Wie wou wegvluchten van valse sneeuw en rode mutsen in deze artificieel olijke tijd van het jaar, vond onderdak in een ravenzwarte AB. Daar kwamen de nationale goden van de duisternis Amenra met enkele bevriende anti-apostelen samen om hun Mass V boven de doopvont te houden.

Geen betere gelegenheid voor Oathbreaker om een geslaagd jaar af te sluiten dan het voorprogramma van Amenra. De Gentse hardcoreband toerde door Europa met Rise And Fall en The Secret, vervolgens trok het viertal door de oostkust van de VS. In het najaar nam mathcoreband Rolo Tomassi Oathbreaker mee op veroveringstocht door Engeland. Dat de drie mannen en vrouw van Oathbreaker intensief getourd hebben, is dan ook te merken aan de strakke set in de AB Club. De drums van Ivo Debrandere bezorgen ons telkens een stomp in de maag. Samen met de drums zijn de bulldozerriffs van bassist Gilles Demolder en gitarist Lennart Bossu de allesvernietigende pletwalsen die het trommelvlies doen splijten. Vooral de manier waarop de scherpe krijsstem van Caro Tanghe opgaat in de verpletterende muur van geluid blijft verbazen. Nummers van Maelstrom zoals “Origin” en “Glimpse Of The Unseen”, waarin de band zijn donkerste kant naar boven laat drijven, en traditionele afsluiter “Shelter” blijven stuk voor stuk beukschijven. Oathbreakers recept: gooi hardcore in de blender met punk, thrash en black metal. Dat maakt de Gentse band zoveel keer interessanter dan de gemiddelde band in het genre. Maar Oathbreaker gooit tegenwoordig ook hoge ogen met een nog intenser nummer met een cleane stem; iets dat in de toekomst meer mag worden uitgespeeld. Op naar de tweede plaat.

De volgende garde, The Black Heart Rebellion, telt momenteel de dagen tot de officiële release van die tweede langspeler en kwam deze nummers voorstellen in een ondertussen afgeladen Club. Uitvoerig uit dit vaatje tappen was geen al te best idee van deze jongens, want het leidde tot een met haken en ogen aan elkaar hangende set. Wanneer het goed zat, zat het zalig: bij de steeds dreigendere percussie die “Animalesque” voortdreef verwachtte je elk moment dat de ruiters van de apocalyps door de wanden van de club zouden breken. Bij de zachtere sequenties ging het echter de mist in. Hier en daar hoorden we net te makke en lichtjes gedateerde instrumentaties. In rustig water merkte je bovendien dat de zangstem van Pieter Uyttenhove net dat tikkeltje karakter mist. Wanneer hij de crooner van de nacht probeert uit te hangen, speelt dit hem duidelijk parten. Samen met het gebrek aan samenhang maakte dat van deze collage een slechts half geslaagde set.

Weinig coherent kan je Amenra absoluut niet noemen. Al van bij het betreden van de grote zaal werd werk gemaakt van het grotere kader waarin de set te plaatsen viel. Tussen de hooggespannen fluwelen gordijnen van een in duisternis en industriële soundscapes badende Box voelde je je een nietige mier in de wachtkamer van het laatste oordeel. Terwijl Amenra in die duisternis lid per lid het podium betrad, kroop “The Pain It Is Shapeless” zachtjes naar de achtergrond alvorens de beuk er voor het eerst werd ingezet. Bij de entree van Colin H. Van Eeckhouts door merg en been snijdende schreeuw kreeg je de eerste uppercut te verwerken. Samen met het rauwe “Razoreater” werd de set genadeloos ingezet. Versterkt door de gestileerde visuals op de achterwand voelde je een ondefinieerbare kracht in je opborrelen, die na de korte rustpauze alleen maar brutaler tot een eerste eruptie kwam.

Het meesterschap van Amenra ligt deels in het feit dat ze niet altijd beenhard hoeven te gaan, maar ook met de voet op de rem kunnen intrigeren. Mass V exploreert deze formule meer dan tevoren. Wanneer de band met “A Mon Ame” uit dit materiaal begon te putten, kreeg de set een extra dimensie, die ook visueel gecommuniceerd werd door een transparant scherm voor de groep te laten zakken. Eens je van de klap in je gezicht bekomen was, kon je volledig in het enigma opgaan. De dubbele projectie liet een intrigerend sensorieel spel ontstaan dat je door de puik uitgespeelde dieptewerking verder in het gebeuren zoog. “Aorte. Nous Sommes Du Même Sang.” ging verder op hetzelfde elan en liet op den duur smeken om die kolkende stroomversnelling die dan uiteindelijk als een tsunami over je heenspoelt. In deze nummers werd duidelijk dat de band ondanks het minimalisme van hun aanpak toch uitermate flexibel is. In de lange composities worden subtiele veranderingen op onverwachte momenten ingewerkt. Dat Van Eeckhouts stem even sterk is in zang- als schreeuwvorm is een extra troef; moeiteloos weet hij zich tot een veelzijdige podiumpersoonlijkheid te ontpoppen, hoewel hij nog steeds alle oogcontact met zijn publiek mijdt.

Een briesend “Am Kreuz” greep je nog harder bij het nekvel en trok je genadeloos weg van de wereld. Na de val van een tweede scherm leek je doorheen de geprojecteerde kerkportalen het inner sanctum van de Church Of Ra te hebben betreden. Daarin was even plaats voor markante kwetsbaarheid bij de intro van “Nowena I 9.10”, alvorens een doodskreet je naar de eindmeet sleurde. Met opgeheven schermen en in hels stroboscopisch licht werkte “Silver Needle. Golden Thread” op naar een apocalyptische explosie.

Het abrupte einde van de laatste song liet je terug op de aarde neerploffen. Ondanks alle analyseerwerk achteraf veroorzaakte deze set van Amenra immers opnieuw een Stendhal-syndroom: anderhalf uur lang weggevoerd worden naar een parallel universum waarin de band je lichaam en geest dicteert. Die ervaring is het mooiste bewijs van hun wereldklasse binnen het genre. Amen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 17 =