In Memoriam Dave Brubeck (1920-2012)

Dat de man überhaupt nog leefde zal voor velen als een verrassing gekomen zijn, maar aan de vooravond van z’n 92ste verjaardag is de pianist overleden na een hartfalen (terwijl hij nota bene op weg was naar de cardioloog). David Warren Brubeck, die voor altijd geassocieerd zal worden met de tijdloze klassieker “Take Five”, een stuk dat tot ver buiten jazzkringen een hit werd, wordt herinnerd als een van de meest geliefde figuren van de jazz.

Brubeck was eerst op weg om dierenarts te worden, maar werd door z’n eigen lesgevers naar het conservatorium gestuurd. Van kindsbeen af had de jonge pianist een buitengewoon ontwikkeld oor voor muziek. In die mate zelfs, dat hij jarenlang erin geslaagd was om z’n omgeving voor te houden dat hij muziek kon lezen. Zijn muzikale carrière en bagage bouwde hij verder uit tijdens zijn legerdienst in de vroege jaren veertig. Het was in die periode dat hij “the Wolfpack’, een van de eerste raciaal gemengde bands, hielp oprichten, en saxofonist Paul Desmond ontmoette. Het werd een vriendschap die zijn succes zou bepalen.

Na een aantal muzikale avonturen met allerhande bezettingen richtten Brubeck en Desmond het befaamde Dave Brubeck Quartet op in 1951. Meteen was de band een hit in het campusciruit en gingen de vlot verteerbare pianoplaten als zoete broodjes over de toonbank. In 1954 was Brubeck de tweede jazzmuzikant (na Louis Armstrong) om op de cover van Time Magazine te verschijnen. Belangrijker was echter de stilistisch verschuiving die het Quartet onderging, met steeds meer nadruk op vormelijke experimenten en het incorporeren van invloeden van buiten de jazz.

Het werd Brubeck door een harde kern puristen niet in dank afgenomen: zijn muziek werd, net als die van het Modern Jazz Quartet, als te burgerlijk en te proper beschouwd. Hij werd, kortom, niet voor vol aanzien. Die mening werd niet gedeeld door het grote publiek, dat zich te goed deed aan Brubecks Disney-plaat (Dave Digs Disney – waar zijn ze gebleven, die alliteratieplaten?) en toekeek hoe hij de weg effende voor o.m. Ellingtons exotische suites met Jazz Impressions Of Eurasia (1958). De grote doorbraak kwam er echter pas met het legendarische Time Out (1959), toen het kwartet met de aanwezigheid van drummer Joe Morello en bassist Gene Wright (de enige zwarte in de band) zijn draai gevonden had.

Hoewel de albumtracks er allemaal goed in gaan en “Take Five” en “Blue Rondo à la Turk” meegefloten kunnen worden door zowat elke muziekliefhebber boven de vijftien, schuilt er een aanpak in die voor die tijd hoogst ongebruikelijk was. Meerdere songs waren immers gebaseerd op (voor de jazz) hoogst ongebruikelijke maatsoorten en combineerden jazz met traditionele volksmuziek en/of elementen uit de Europese klassieke traditie. Het was, kortom, een jazzplaat op maat van de blanke intellectueel en liefhebbers van de dan populaire exotica, maar gaandeweg werd duidelijk dat Brubecks geestdrift resulteerde in een enorme verrijking van de zogenaamde West Coast jazz. Time Out was bovendien het eerste jazzalbum waarvan meer dan 1 miljoen stuks verkocht werden.

In de erop volgende jaren verscheen de ene plaat na de andere en werd op hoog niveau gemusiceerd. Een goed voorbeeld, en een ideale aankoop voor wie de klassieker al in huis heeft, maar niet weet wat de volgende stap is, is de live dubbelaar die in 1963 werd opgenomen in Carnegie Hall. Dat was echter ook de periode dat de vernieuwing begon af te nemen. Brubeck en Desmond gingen nog even verder, maar trokken de stekker eruit in 1967, waarna Brubeck zich meer ging bezighouden met het componeren van orkestrale en zelfs sacrale muziek. Zeker na het overlijden van Desmond, in 1977, leek een nieuwe creativiteitspiek binnen de jazz onwaarschijnlijk.

Brubeck bleef op regelmatige basis concerten spelen en albums opnemen, maar kwam eigenlijk terecht in het veteranencircuit waar hij op zijn lauweren kon rusten. Intussen had hij vooral ook de functie van jazzambassadeur gekregen. Hij was een graag geziene gast in allerhande milieus en werd zowat de vaakst gelauwerd jazzmuzikant ter wereld in zijn laatste levensjaren. Zijn meest gespeelde compositie is waarschijnlijk “In Your Own weet Way”, want de ironie wil dat “Take Five” het enige nummer op Time Out was dat niet van zijn hand was, maar die van Paul Desmond.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 17 =