Mala :: Mala In Cuba

Merci, Skrillex. Bedankt om dubstep naar de verdommenis te helpen. Om alle nuance en fijngevoeligheid dat het genre kenmerkte morsdood te meppen met je potsierlijke drops. Om dat hardcoregroepje van je te verlaten om de tienergrietjes op de festivalweides tot een stuk in de nacht te bombarderen met je bespottelijke botsautobeats.

Cynisme? Helemaal niet. Het zag er al een tijdje naar uit dat dubstep zich zou overgeven aan de commercie. Maar dat het op zo’n korte tijd zulke titanische proporties zou aannemen, hadden er niet veel zien aankomen. Maar kijk, als Skrillex dubstep exporteert naar alles wat Amerikaans en groots opgezet is, dan komt daar gelukkig een reactie op vanuit de onderbuik van de scene. Mala, die met zijn collectief Digital Mystikz aan de wieg van het genre stond, had genoeg van alle pronkzieke drops en trok naar Havana om er samen te werken met lokale artiesten die akoestische elementen bespelen. Het resultaat, Mala In Cuba, levert geen smaakloze pot pourri noch een barbaarse juxtapositie op, maar een natuurlijke symbiose tussen subtiele Britse elektronica en Cubaanse bezieling.

Wat meteen opvalt, is dat het tempo bewust laag wordt gehouden, alsof Mala de luisteraar de tijd wil geven om de rijke textuur van het album ten volle te ervaren. Vaak wordt het tempo niet eens bepaald door de dubstepbassen en beats, maar door de tribale percussie. Zoals in “Tribal” of “Ghost”, waar de dreigende bassen niet meer zijn dan een waakhond die grommend de inheemse cultuur beschermt.

“Revolution” reflecteert de dreiging die van een metropool als Havana uitgaat. “Cuba Electronic” begint als een oude take van Buscemi, maar ook hier kiest Mala voor een donkere insteek, voor een spookbeeld van de zonnige grootstad. Een voortreffelijke rol is weggelegd voor de gerenommeerde pianist Roberto Fonseca die “The Tunnel” en “Curfew” van pit voorziet. Al is het de trompet van nieuwkomer Julio Rigil die in “Calle F” het meeste indruk maakt. Naar het einde van de plaat stelt Mala zich wat gerieflijker op, zo waait de geest van wijlen Ibrahim Ferrer doorheen het fraaie “The Tourist”.

Op de productie van Mala In Cuba valt niets af te dingen, niet onbelangrijk in een genre dat het moet hebben van zijn diepe (sub)bassen. Mala heeft als geen ander oog voor detail, het mag dan ook niet verwonderen dat de Brit een liefhebber is van vinyl, ook tijdens zijn DJ-sets. Dit album zou inderdaad maar via één formaat mogen beluisterd worden, dat zijn die vier prachtig vormgegeven plakken vinyl van de Mala In Cuba box. Al vragen wij ons ook wel af wat dit avontuur op een podium zou geven, met een Cubaan of tien en Mala als orkestleider die bijstuurt waar nodig is. Daar zouden wij nog eens subsidies voor over hebben.

Mogen we trouwens terloops een lans breken voor Britse radio-DJ Gilles Peterson en zijn Brownswood Recordings (zie ook: José James en het inspirerende Gang Colours)? Peterson bewijst zich wat ons betreft steeds meer als de John Peel van de 21ste eeuw. Hij zette Mala niet alleen aan om naar Cuba te trekken, maar ook om helemaal tot het uiterste te gaan, tot het resultaat helemaal af zou zijn.

Juist nog dit: laat u niet wijsmaken dat Mala In Cuba de New Forms van de dubstep zou zijn. Neen, die werd al gemaakt lang voor Skrillex er met zijn botte staafmixer doorheen ging. Meerbepaald in 2006 door Kode 09, met zijn meesterwerk Memories Of The Future. Mala In Cuba is wel de beste dubstepplaat die we dit jaar al hoorden en belangrijker: één die het geloof aanscherpt dat het toch nog kan goedkomen met het genre. Dubstep is dood. Lang leve dubstep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − veertien =