The Little Willies :: For the Good Times

Parlophone, 2012

De kans is groot dat u de wenkbrauwen fronst en zich ongewild
luidop afvraagt: ‘The Little watte?’ Geen schande: we
verwachten niet dat u al ooit gehoord hebt van gitarist/zanger
Richard Julian, bassist Lee Alexander en drummer Dan Rieser, en ook
leadgitarist Jim Campilongo is slechts gekend bij de ferventere
gitaarfreak. Als we echter laten vallen dat de pianopartijen en de
leadzang voor de rekening van jazz-elf Norah Jones zijn,
kletst u zich geheid spontaan op de dijen. Om maar een idee te
geven van het kaliber van deze bende, die – in tegenstelling tot
wat de redelijk belachelijke groepsnaam doet vermoeden – beslist
geen kleine pietjes zijn.

De Willies werden gevormd in 2003 voor een éénmalig optreden in
The Living Room – den AB van Manhattan, zeg maar.
Wat begon als een gezellig samenzijn leidde in 2006 tot het
debuutalbum ‘The Little Willies’, een plaat met smaakvol gebrachte
countryklassiekers. Een vrij onopgemerkt wapenfeit, dat niettemin
goed ontvangen werd in country-middens – wat op zich al een
prestatie is in een traditioneel conservatief wereldje.

Zes jaar later troepen de Willies dus nog eens samen om hun
tweede schijf in te blikken. Deze stuk voor stuk getalenteerde
mannen en vrouw hebben niks te bewijzen, dus bleef het concept
ongewijzigd en koos de band opnieuw voor covers van namen die
ronken als een stel vooroorlogse propellers, zoals daar zijn
Loretta Lynn, Willie Nelson, Kris Kristofferson, Dolly Parton, Hank
Williams Jr. en Johnny Cash – om nog
maar de helft te noemen. En allemaal samen op één plaat!

Dat op zich volstaat eigenlijk al om de rechtschapen cowboy uit
zijn Engels zadel te blazen, maar het fijne van ‘For the Good
Times’ is dat het ook echt wel een heel aangename plaat is om te
beluisteren. Alle songs worden met respect en liefde gebracht , en
dat resulteert vaak in prachtstukjes. De stemmen van Norah Jones en
Richard Julian smelten samen en vloeien uiteen; het gitaarspel van
Jim ‘mijn telecaster zit
vastgesoldeerd aan mijn
pollen Campilongo doet zelfs de meest geharde
Brian Setzer-fan op de knieën zinken en om zijn moeke huilen.

We kunnen ons zelfs voorstellen dat ook niet-countryfans zullen
genieten van ‘Lovesick Blues’ (van Cliff Friend en Irving Mills),
dat gewoon vráágt om een slow op één tegel, liefst nog in
café De Reisduif na sluitingstijd; en in dezelfde stijl
‘Permanently Lonely’ van überWillie Willie Nelson. Voor de
ambiance zorgen onder meer ‘If you’ve got the money I’ve got the
time’ – één minuut zesenveertig seconden yee-haa. Geen
wonder dat zowat iedereen in countryland dit nummer al heeft
gecoverd. Ook Loretta Lynns trashy cowboylied ‘Fist City’ is een
nagel op de kop. “You’ve been making your brags around town that
you’ve been a-lovin’ with my man/ but the man I love when he picks
up trash he puts it in a garbage can/ and that’s what you look like
to me” – ouch! Voortaan bekijken we ons Norah toch met
andere ogen!

Hier en daar gaat het er wel ietsje over, zoals het truckerlied
‘Diesel Smoke, Dangerous Curves’, een origineel van Cal Martin uit
het begin van de jaren ’50. Grappig bedoeld, maar tussen de
omringende pareltjes komt het nogal onnozel over. Hetzelfde geldt
voor eigen nummer ‘Tommy Rockwood’, dat gelukkig erg kort is, wat
meteen ook het beste is dat daarover te zeggen valt.

Laat u echter niet afschrikken door een paar misstapjes en
luister zeker door tot het einde van het album (al dan niet met wat
hulp van de skip-knop op het bakske van uw stereo), want
als allerlaatste nummer krijgt u Dolly Partons ‘Jolene’, in deze
versie met de vingers in de neus het mooiste lied op de plaat. De
sobere begeleiding en geëmotioneerde zang van Norah Jones maken dit
tot een juweeltje – het helpt natuurlijk ook wel dat de overgrote
bazoons van Dolly niet om de oren slaan en zodoende de
aandacht afleiden van het nummer zelf. Ronduit prachtig.

Country is iets moeilijks. Ga te emotioneel en het verglijdt in
oeverloos gesnotter waar op den duur zelfs clown Bassie depressief
van wordt; hang de joligaard uit en het werkt op de zenuwen als een
soeplepel in een tas koffie. The Little Willies spelen het klaar om
die smalle middenweg te bewandelen met ‘For the Good Times’. Van
begin tot eind kleppert het ding lekker weg, zonder al te vaak in
sleur of kitsch te vervallen, daarbij geholpen door een milde dosis
humor. Het is ook niet enkel het feit dat het gewoon vijf verdomd
goeie muzikanten zijn die hun gerief perfect brengen – deze mensen
zijn verknocht aan country. En dat hoor je.

http://www.thelittlewillies.net

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =