Roger Waters :: The Wall Live :: 27 mei 2011, Sportpaleis

Dat in het inmiddels tweeëndertig jaar oude The Wall meer van Roger Waters dan van het verscheurde Pink Floyd zit, zou parate kennis moeten zijn. Om zijn zelfverklaarde genialiteit voor de laatste keer in de verf te zetten, doet de rockdinosaurus met het megalomane Muurspektakel concertarena’s over de hele wereld vollopen. Ironisch genoeg laat hij hiermee als enige het levensvuur van Pink Floyd nog even nabranden.

Het deel van Pink Floyd-aanbiddend België dat naast een kaartje voor The Wall greep, zal het zich nog lang beklagen. De rondreizende rockmusical is waarschijnlijk het laatste restje Pink Floyd dat live nog te aanschouwen zal zijn, de resem coverbands even buiten beschouwing gelaten — hoewel de Australian Pink Floyd Show zeker een concert waard is. Terwijl de overgebleven David Gilmour en Nick Mason hun oude dag op een Engels landgoed of een chique jacht doorbrachten, spaarde de 67-jarige Waters kosten (37 miljoen pond!) noch moeite (120 concerten!) om zijn majestueuze productie uit 1980 opnieuw tot leven te wekken.

Dat Waters een egomonster is, is al geweten sinds zijn vete met gitarist David Gilmour en toetsenist Richard Wright. Tijdens de uitputtende opnames van Floyds Dark Side Of The Moon en The Wall was de toenmalige bassist de dominerende architect en werd de rest van Pink Floyd gedegradeerd tot naar het schijnt kneuterige ondergeschikten, hoezeer beide albums ook uitblinken in muzikale genialiteit.

Pink Floyd kreunde ook muzikaal onder Waters’ narcistische trekjes. Op The Wall werden ellenlange gitaarsolo’s, lang uitgesponnen psychedelische passages en meesterlijke keyboardpartijen opzij geschoven voor een naar Floyd-normen ongewoon bombastisch geluid. Waters’ wil was wet. In het Sportpaleis heeft Waters in zijn bindtekst voor “Mother” het over de arrogante twat (“miserable little Roger”) die hij dertig jaar geleden was, maar het prachtige kippenvelnummer brengt hij dan wel synchroon met een live-opname van hemzelf uit 1980. Tja, een oude vos verliest zijn streken niet, zeggen ze wel eens.

Waters kan al jarenlang rekenen op een resem hondstrouwe maar oerdegelijke muzikanten. Zoon en keyboardist Harry Waters, zanger Robbie Wyckoff en sologitarist Dave Kilmister zijn in Antwerpen het meest in het oog springend, maar wie hoopte op een mirakelverschijning van gitaargod David Gilmour voor überklassieker “Comfortably Numb” komt bedrogen uit. Bovenop de met spectaculaire 3D-beelden gevulde twaalf meter hoge muur verschijnen Wyckoff en Kilmister, maar dat maakt de show niet minder verbluffend. Wanneer Kilmisters gierende en stomende solo doorheen het Sportpaleis raast, staat de tijd even stil. “Comfortably Numb” is een tijdloze song die tweeëndertig jaar na datum jong en oud met een beetje muzikaal gevoel nog steeds aan de stoel nagelt.

En dan hebben we het nog niet gehad over het magische 360° quadrofonische geluid, het extravagante podium en de waanzinnige Muur waarvan de laatste steen tijdens de al even verbluffende performance van “Goodbye Cruel World” werd gelegd. Hoewel The Wall rond Waters’ egoperikelen draaide, heeft de show door de verbluffende projecties van overleden oorlogsveteranen en de Gandhi’s van deze wereld, een moordende helikopterraid (“Run Like Hell”) en vallende logo’s van multinationals en religies (“Goodbye Blue Sky”) meer weg van een entertainende aanklacht tegen oorlog en (o ironie) kapitalisme. Wel bevreemdend is het, hoe een theatrale rockshow gevuld is met choquerende beelden van een uitgemergeld kind, hevig oorlogsgeweld of Abu Graib-taferelen die je meteen bij de keel grijpen en waarvan het nekhaar helemaal overeind staat.

Er is aan alles gedacht. Voor iedereen goed en wel gezeten is, vliegt al een vliegtuigje door het Sportpaleis en schallen oorverdovende vuurwerkexplosies (“In The Flesh”). Uiteraard zijn ook de gigantische schoolmeester (“Another Brick In The Wall (part 2)”), marionetten (“Mother”) en het draadloos bestuurde (!) opblaasvarken (“Run Like Hell”) van de partij. Kortom: te veel om op te noemen. En Waters? Hij is meer acteur dan muzikant. De immer kwieke rockbompa kan alle rollen aan: met glans kruipt hij in de huid van een fascistisch volksmenner (“In The Flesh?” en “The Show Must Go On”), de vereenzaamde Pink (“Nobody Home”) en, jawel, een stemvaste zanger (“Hey You” en “Comfortably Numb”). Als een machtsgeile maar charismatische dictator jut hij twee uur lang vijftienduizend extatische aanhangers op. Fascinerend en waanzinnig.

Op het einde van “The Trial” gebeurt wat in 1980 te duur was om live honderden keren te herhalen: De Muur dondert tegen de grond. Het fascistische kostuum en laarzen zijn ingewisseld voor minder opzichtige kledij wanneer de bloedmooie akoestische epiloog “Outside The Wall”wordt ingezet. Het daarvoor zo hysterische Sportpaleis is gehuld in stilte. Waters, opnieuw met witte sneakers en een sober, zwart shirt, vraagt voor elke backing muzikant een oorverdovend applaus. Er wordt net geen traan weggepinkt. Omdat we in ons nog jonge leven Waters nooit met Gilmour, Mason en wijlen Wright te zien kregen? Misschien. “Dit was het dan”, horen we velen denken, maar Pink Floyds muziek blijft hoe dan ook eeuwig. Amen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 20 =