20 jaar Ninja Tune :: Like (ir)regular labels

Eind jaren tachtig besloten twee dj’s om een eigen label op te richten omdat het grote label waarbij ze getekend hadden niet dezelfde koers wilde varen als zij. Die twee dj’s waren Matt Black en Jonathan More, samen het op dat moment razend populaire Coldcut, en het label dat ze in 1990 uit de grond stampten was Ninja Tune. Twintig jaar later is Ninja Tune uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende onafhankelijke labels binnen de elektronica en ver daarbuiten.

Ninja Tune heeft in die twee decennia een hele weg afgelegd. Van een label dat aanvankelijk synoniem stond met chillout, downtempo en jazzy triphop, is men gaandeweg geëvolueerd naar de veelheid aan elektronische (en andere) muziekstijlen die het label vandaag representeert. Toch is er doorheen al die jaren een duidelijke Ninja Tune-sound waar te nemen. Gekenmerkt door hun slagzin everything is zen is de muziek op het label vaak loom, terend op subtiele verschuivingen en met sterke wortels in de jazz.

Rond de millenniumwisseling begonnen ze in de hoofdkantoren in Londen echter in te zien dat een zekere verbreding nodig was, en werden een aantal meer atypische artiesten aan de loonlijst toegevoegd. Ook dat bleek een wijze keuze, want het afgelopen decennium zijn het vooral díe artiesten geweest die muzikaal de leiding namen binnen de hele Ninja Tune-sound. Zo sterk zelfs dat ze de oudere vlaggenschepen van het label, zoals Coldcut, DJ Food en Hexstatic hebben verdrongen.

Die nieuwe artiesten brachten albums uit die aanvankelijk veeleer curiosa waren in de Zen-catalogus, maar met de jaren zijn uitgegroeid tot enkele van de belangrijkste platen die het label rijk is. Platen van artiesten die bovendien ook vandaag nog relevant werk uitbrengen op Ninja Tune (of op een van de sublabels zoals Big Dada dat veeleer op hiphop focust), en niet hoeven te teren op een vergane glorie. Goddeau selecteert voor u dan ook vijf essentiële albums uit die tweede wave binnen het Ninja Tune-label, en probeert op die manier u tegelijkertijd een terug- en een vooruitblik te bieden.

Amon Tobin :: Permutation (1998)

Een specifiek album van Amon Tobin kiezen is bijna onmogelijk. Vanaf het officiële debuut op Ninja Tune (Bricolage, 1997) schildert de Braziliaan een eigenzinnig palet waarbij drum ’n bass en (free)jazz geregeld om de eerste plaats strijden. Drumlaag wordt op drumlaag gestapeld zonder dat het ooit tot een percussie-indigestie leidt dankzij de uitgekiende extra toegevoegde klanken. Hier is geen op hol geslagen kudde bizons te horen maar wel een verfijnde compositie, geruggensteund door een uitstekende percussie.

Tobin brengt meer dan zomaar drum ’n bass, de vaak opgefokte ritmes (met gedurfde breaks) zijn zowat het enige houvast voor de genreomschrijving maar allesbepalend voor het geluid of de albums is het niet. Daarvoor zijn de songs te complex en doordacht. Op Permutation (de persoonlijke favoriet) leidt dit tot "intelligente drum ’n bass" die net zo goed binnen de beslotenheid van de eigen hoofdtelefoon als in een zweterige club tot zijn recht komt.

Roots Manuva :: Brand New Second Hand (1999)

In 1997 kreeg Ninja Tune er een stoer broertje bij. Het sublabel Big Dada zou onderdak bieden aan de urban, meer hiphopgetinte, acts. Twee jaar later bracht Roots Manuva er zijn Brand New Second Hand uit, een baanbrekend debuut dat als blauwdruk geldt voor de Britse rapscene. Brand New Second Hand combineert reggae, ragga, dub en dancehall met die typische Ninja Tune cool. De plaat heeft een groot in your face-gehalte, door zijn puurheid en zijn veerkracht. De combinatie van Manuva’s ijzige, monotone flow en de diepe bassen komt bijzonder dreigend over.

Roots Manuva zette eind ’99 niet alleen de lijnen uit voor latere Britse rappers als Dizzee Rascal en Mike Skinner (The Streets), maar hij schudde ook zijn Amerikaanse collega’s — die toen al een tijdlang op automatische piloot acteerden — wakker. Of zoals het vooraanstaande magazine Mixmag het toentertijd verwoordde: "An album that’s dark enough to make Wu-Tang seem like a troop of children’s clowns."

Kid Koala :: Carpal Tunnel Syndrome (2000)

Mocht Ninja Tune voor een artiest moeten kiezen die het beste het verleden en de toekomst van het label vormgeeft, alsook het eigen relativeringsvermogen, dan zou de Canadese Kid Koala (né Eric San) een van de grootste kanshebbers zijn. Kid Koala weet als geen ander immers een van de pilaren van de hiphop (het dj’en) zichzelf zo eigen te maken dat hij moeiteloos naast de grote namen van het turntablism kan staan. Het grootste verschil met pioniers als The X-Ecutioners en Invisibl Skratch Piklz … schuilt niet in technische hoogstandjes maar wel in gevoel voor humor.

Kid Koala zweert niet bij soulplaten en aanverwante albums (de beruchte Amen-break) maar kiest voluit voor samples uit tv-shows, instructieplaten etc., waardoor een heel nieuwe dynamiek ontstaat en zelfs het dj’en meermaals geridiculiseerd wordt dankzij enkele slim gekozen stemfragmenten. Debuutplaat Carpal Tunnel Syndrome laat op die manier niet alleen horen hoe op basis van het ingenieus mixen van andermans platen een geheel nieuwe song ontstaat, maar ook hoe met weinig voor de hand liggende samples een nummer gecreëerd wordt dat de eigen virtuoze opbouw meteen weer relativeert.

Jaga Jazzist :: The Stix (2002)

De tienkoppige Noorse band Jaga Jazzist is ongetwijfeld een van de opmerkelijkste collectieven die op de loonlijst van Ninja Tune staan. Met hun tweede langspeelplaat The Stix evolueerde de band naar een geluid dat zijn gelijke niet kent.

Bestaat het merendeel van de Ninja Tune-platen in hoofdzaak uit elektronische platen, dan is Jaga Jazzist sowieso al de vreemde eend in de bijt, want hoewel ze niet vies zijn van wat elektronische beats en effectjes, blijft het in essentie een liveband die zijn eigenzinnige muziek maakt met een hele vrachtwagen aan instrumenten. Ook op andere vlakken is Jaga Jazzist een vreemd geval in de hele Ninja-stal; zijn muziek is bijzonder energetisch, enorm gevarieerd en de melodielijnen en ritmes zijn totaal atypisch voor Ninja Tune.

En toch is Jaga Jazzist een van dé vlaggenschepen van het label, simpelweg omdat de naam Jaga Jazzist synoniem staat met torenhoge kwaliteit en opvallende originaliteit. Vanaf opener "Kitty Wu" tot afsluiter "The Stix" is The Stix een wervelwind van geluid, schipperend tussen jazz, idm en triphop, maar ook vooral geheel eigenzinnig en een van de allerbeste platen uit de hele Ninja Tune-catalogus.

The Cinematic Orchestra :: Every Day (2002)

Motion, het debuut van The Cinematic Orchestra op Ninja Tune, was een perfect logische release voor het label met haar jazzjams gebaseerd op groovende samples. Opvolger Every Daywas dat echter al veel minder en liet een band horen met een veel breder geluid, dat slechts vaag aan de klassieke Ninja Tune-sound refereerde.

Een cross-oversucces zouden we het kunnen noemen, Every Day is een plaat die ettelijke invloeden in de kookpot gooit en er een zeer eigen, erg toegankelijk geluid uit puurt. Triphop en jazz blijven de basis, maar er wordt evengoed geflirt met wat postrock — niet toevallig is The Cinematic Orchestra zowat de enige Ninja Tune-band die je bij Duyster kan verwachten —, soul en uiteraard filmmuziek.

Toch is Every Dayzonder twijfel een echte Ninja Tune-plaat. De focus op het filmische aspect is iets dat het label altijd al gekarakteriseerd heeft, en ook de zware nadruk op jazz is uiteraard typisch. Maar wat het album bovenal aantoont, is dat de klassieke Ninja Tune-sound begin jaren 2000 ruimte moest gaan maken voor een bredere interpretatie wilde het nog relevant blijven. Every Dayis een van de meest geslaagde exponenten van die stroming, en zonder twijfel een van de meest relevante recente Ninja Tune-platen.

Ninja Tune viert zijn verjaardag op 30 september in de AB in Brussel met onder andere Andreya Triana, Coldcut, Daedelus, DJ Food & DK, Dorian Concept, Eskmo, Flowdan, Kid Koala, King Cannibal, Poirier, Roots Manuva, The Bug, The Heavy en VJ Mox.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =