Marina & The Diamonds :: 15 juni 2010, Botanique

"De Florence & The Machine van dit jaar, maar dan minder", zo wordt wel eens getoetert over Marina & The Diamonds. Onzin: in haar hoofd is ze al lang Lady Gaga. Dinsdag kwam de Britse in de Botanique even tonen dat ze verdomd goed weet waar ze mee bezig is.

Een fascinerende vrouw is ze wel, die Marina. Wanhopig op zoek naar roem, schuimde ze tussen haar achttiende en haar twintigste elke auditie voor de nieuwste meidengroep af (haar "barbiefase" noemt ze dat nu), eenmaal ze de harde rock van The Distillers ontdekte, ging ze haar eigen nummers schrijven, liet zich door veertien labels het hof maken en sloot uiteindelijk een contract met hetzelfde filiaal van Warner Records dat ons al The Subways en The Streets bracht.

Het mag tekenend zijn voor haar karakter dat ze de gesprekken met al die platenfirma’s zelf voerde; tot een jaar geleden deed ze het zonder manager. In het Engelse woordenboek heeft men sinds februari dit jaar, toen debuut The Family Jewels uitkwam, de uitleg bij het woord "Control Freak" vervangen door een foto van Marina Diamandis.

Qua "controle hebben" en "weten waar je naartoe wil" moet deze half-Griekse/half-Welshe dan ook enkel Lady Gaga laten voorgaan. Vanaf opener "Girls" grijpt ze het publiek ook in de Rotonde van de Botanique onmiddellijk bij het nekvel, eist ze de aandacht op zonder dat het haar veel moeite kost. Met Zuiders temperament schuwt de zangeres het theater niet. Dit is geen zingen, maar spelen. Acteren; vocale tics die haar tegenstanders haar zullen blijven verwijten. Diamandis neigt naar opera-achtige pathos, soms op het randje van hysterie, maar het werkt.

Meteen merk je dat live wel duidelijk wordt wat Distillers-frontvrouw Brody Dalle haar heeft geleerd. In een look die wat doet denken aan M.I.A. — fluorescerende lippenstift, reuzengrote zonnebril — is ze even meer de rockchick dan het popsterretje dat ze wilde zijn. Maar dat is nog niet verdwenen, zo wordt duidelijk met de moves in "I Am Not A Robot" of het dansje waarmee ze op het einde van de set afscheid neemt.

En dat maakt dat Diamandis misschien wel eens tussen twee stoelen zou kunnen vallen: niet pop genoeg voor de dertienjarige meisjes, niet geloofwaardig genoeg voor de "echte" muziekliefhebber. Zonde, want er is niets mis met straffe popsongs als "Mowgli’s Road" of "The Outsider", laat staan met het op eighties-elektronica gestoelde "Oh No" of uitschieter "Hollywood", waarin de zangeres even helemaal opgaat in haar dromen over roem: "Oh. My. God. You look just like Shakira/No no, you’re Catherine Zeta/Actually, my name’s Marina". Ze speelt het koket en ironisch; heerlijk om te zien.

Even neemt Marina zelf plaats achter de piano, als was het om haar stelling te onderstrepen dat ze een band heeft omdat ze op piano — waarop ze haar songs nochtans schreef — niet echt sterk is. Het klopt, maar "Numb", het dramatische hoogtepunt van The Family Jewels en "Obsessions" werken ook in deze meer rudimentaire versies.

Met het tekstueel onbehaaglijke "Guilty" ("Hiding body parts/A broken dagger, broken leg/I left it cold, I left it dead … I was just a kid And all I really wanted was my father") gaat Diamandis nog even dieper dan pure pop. "Mijn volgende plaat wordt donkerder", liet ze al weten, en dat willen we op basis van dit nummer graag geloven. Het van danceduo 3 Oh 3 geleende "Starstruck" — u herkent het origineel nauwelijks — mag in de bissen echter nog even voor een lichte eindnoot zorgen.

We herhalen even: boeiend persoontje, deze Marina. Of ze nu zo groot wordt als ze in haar gedachten nu al is of niet, maakt niet eens echt veel uit. Ook als ze binnen tien jaar nog altijd in zaaltjes van Rotondeformaat speelt zal ze de moeite waard zijn om te volgen. Dit is het enige popmeisje van dit moment dat er echt toe doet, alle Ellie Gouldings en anderen ten spijt.

Marina & The Diamonds speelt deze zomer op Pukkelpop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =