Harper Simon :: Harper Simon

Volgens zij die het kunnen weten, is het niet gemakkelijk om de zoon te zijn van een wereldberoemde muzikant. Wanneer de zoon in kwestie dan besluit om ook iets in de muziek te gaan doen, wordt het al helemaal vervelend. Gelukkig heeft Harper Simon, zoon van ene Paul Simon, zich verzoend met zijn familienaam en dat heuglijke feit viert hij met het uitbrengen van zijn debuutplaat.

In interviews wordt beleefd gevraagd om het niet nodeloos over zijn vader te hebben, want muzikantenzonen houden er niet van dat hun werk vergeleken wordt met de muzikale verwezenlijkingen van papa lief. Helaas voor hen hebben journalisten en recensenten nu eenmaal de onweerstaanbare neiging om zulke beleefde verzoeken even beleefd te negeren. En als zoon Harper voor zijn eerste plaat een aantal nummers samen met zijn vader schrijft, tja, dan vraagt hij er toch ook wel een beetje om.

Laten we het bij dezen dan maar meteen zeggen, zodat het achter de rug is. Ja, als hij zingt, hoor je wel een beetje dat Harper de zoon is van Paul Simon. En ja, Harper Simon sluit muzikaal aan bij het werk van papa Paul. Maar dat betekent gelukkig niet dat de debuutplaat van Simon junior een flauw doorslagje is geworden van zijn vaders werk.

Harper Simon heeft dan ook zijn tijd genomen om deze plaat te maken. Hier geen jeugdige overmoed of profileringsdrang, maar op zijn 37ste kan een mens de verwachtingen die een bekende familienaam oproept natuurlijk wel wat relativeren. Zoon van zijn heeft trouwens ook zijn voordelen, want Harper Simon haalde voor de opnames van enkele nummers producer Bob Johnston uit zijn pensioen, de man die in het — intussen al vrij verre — verleden albums van onder anderen Bob Dylan, Johnny Cash en, jawel, Simon and Garfunkel producete.

Daarnaast is Simon blijkbaar ook uitgebreid gaan grasduinen in de muziekgeschiedenis, want Harper Simon sluit meer aan bij de countrymuziek en de singer-songwritertraditie van een paar decennia geleden dan bij de muziekscene van tegenwoordig. Het album is, met een speeltijd van amper een half uurtje, een korte maar krachtige liefdesverklaring aan de tijd van de echte albums. De plaat moest een hommage aan de lp worden, een plaat zoals ze vroeger gemaakt werden, een samenhangend geheel van 10 uitgepuurde nummers, zonder overbodige vulling.

"All To God" blijkt geen representatieve opener te zijn. Simon speelt en zingt het nog geen twee minuten durende nummer helemaal in zijn eentje. De eerder zwaarmoedige sfeer wordt in "Wishes And Stars" echter meteen bij het vuilnis gezet en in de plaats krijgen we vrolijke alt-country, geserveerd met een gratis levensles: "There are more wishes than stars". Daar zit iets in. Op het bedachtzame "The Audit" krijgt Harper voor het eerst het muzikale gezelschap van vader Simon en die andere "zoon van", Sean Lennon. Een goede combinatie, zo blijkt.

Dan gaat het opnieuw de speelse kant op met het frisse en onbezorgde "Shooting Star". Hier doet de zang van Simon wat aan Elliott Smith denken, en niet voor het laatst. Hij heeft een zelfde soort fluisterstem die gevoelig kan klinken zonder melig te worden. Het uptempo, in countrytraditie badende "Tennessee" is het vrolijkste nummer van de plaat. Beelden van weidse landschappen en lange maar gezellige autoritten doemen op. Ook "Ha Ha" heeft eenzelfde luchtigheid, mede dankzij de backing vocals van Petra Haden. "Cactus Flower Rag" schakelt opnieuw een versnelling hoger waardoor het countrydeuntje vliegensvlug voorbij lijkt te zijn. "The Shine" is dan weer folkrock pur sang, maar afsluiten doet Simon met een onbevangen liefdeslied voor een "Berkeley Girl".

Op zijn 37e heeft Harper Simon het dus eindelijk aangedurfd om in zijn vaders voetsporen te treden en zijn debuutplaat uit te brengen. Het eindresultaat is een album met daarop tien nummers van hoog niveau. Het is dan misschien geen vernieuwende plaat, maar in elk geval wel een verdienstelijke ode aan de Amerikaanse traditie van countrymuziek en folkrock.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 10 =