TIPS VOOR 2010 :: Stornoway :: ”Te dom om te helpen donderen”

In januari presenteert goddeau u met Tips Voor 2010 de namen die u de komende twaalf maand in het oog moet houden.

Ook in 2010 blijft samenzang de nieuwe distortion. Vanuit het Britser dan Britse Oxford komt Stornoway met glasheldere songs van over een heuvel aangesuisd in een bal. Hou ze in de gaten, want deze groep maakte afgelopen week ook op het Eurosonic-showcasefestival heel wat indruk.

“Flying Pickets!” riep iemand toen we haar “Zorbing” van Stornoway lieten horen. Wij hielden het echter bij “verdomd schoon nummerke”, en stuurden beleefd een verzoekje om een interview. In tijden waarin Fleet Foxes het tot op Werchter kan schoppen, moet er immers ook ruimte zijn voor netjes geknipte Engelse jongens die het wel voor folk met prachtige samenzang hebben. En dat brengt ons meteen bij onze eerste vraag:

enola: Wat brengt jongens van twintig jaar er bij om brave, lieve, propere folk te maken? Is er dan niemand van jullie die af en toe eens stevig wil scheuren?

Stornoway: “Oh maar absoluut. En zolang de verhouding gain-level geen pijn doet aan de oren, mag het. Het liefst gebeurt dat dan ook wel via een goed, ouderwets echodeck. We houden allemaal wel van grunge hoor; elke maand headbangen we eens goed op een vinylsingle van Black Flag en in The Van Blanc, ons tourbusje, wemelt het van de hardrock-CD’s en er hangt een KISS-poster aan de achterdeur. Hà! Luide dingen genoeg die ons beïnvloeden, van watervallen tot onweren. Trouwens: we hebben al covers van “Planet Telex” van Radiohead en “Goldeneye” van Tina Turner gedaan voor benefiet-CD’s: één en al opgevoerde vocale harmonieën.”

“Maar als we even mogen, dan hebben we liever niet dat je ons folk noemt. Folk is als term een beetje glad ijs waarop je je beter niet waagt; het dekt onze lading niet. Wel houden we ervan muziek te maken met een heldere melodie en duidelijke teksten. Om daar in te slagen en de instrumenten tot hun recht te laten komen, is het vaak nodig om alles wat zachter te zetten. We zijn trouwens in goed gezelschap, wat dat betreft: zelfs Brian Molko heeft gezegd dat de beste songs die zijn, die tot de stem en een enkele gitaar als begeleiding kunnen worden herleid. We zijn het met hem eens.”

enola: Laten we er even Wikipedia bij halen, dat jullie een “Engelse indie alternative faux-pop band” noemt. Kunnen jullie elk element van die nogal hoogdravende omschrijving even onder de loep nemen?

Stornoway: “‘Indie’ slaat op onze manier van opnemen, en onze benadering van de muziekindustrie. Los van een grote platenfirma, met een team van mensen die we zorgvuldig hebben gekozen zodat we kunnen werken zonder invloed van een platenbaas of een producer. ‘Alternatief’ dan; we komen uit de levendige en gevarieerde scene in Oxford, waar je van alles vindt; van retro hot jazz en vaudeville tot mathrock en techno, en zijn nu beland in een wereld met hitlijsten die gedomineerd worden door Amerikaanse r&b en Engelse softrock à la Coldplay en X-Factor. We zijn lichtjes anders, zijn we geneigd te stellen.”

“En dan is er nog ‘faux-pop’. Nu kun je misschien al denken dat ‘alternatieve pop’ een oxymoron is, maar we drukken er op dat wat we maken popmuziek is, met aanstekelijke melodieën en onthoudenswaardige teksten. En dat die een alternatief biedt voor de autotune diva’s van deze wereld, mag ook wel duidelijk zijn. Geen echte pop dus, maar faux-pop. Capito?”

enola: Capito. Waar komt de titel “the brainiest band in Great Britain?” vandaan?

Stornoway: “Kunnen we ons niet herinneren, wat al een goed bewijs kan zijn van onze absolute non-intellectualiteit. Die geruchten zijn in de verste verste niet waar; er is zelfs maar één iemand van ons die zijn bachelordiploma heeft gehaald, de rest is te dom om te helpen donderen.”

enola: Ondertussen zit heel Engeland en wij aan de overkant van het kanaal te wachten op jullie debuutplaat. Maken jullie wat voort?

Stornoway: “We komen net uit de studio en zijn nu aan het mixen geslagen, dus hij is bijna af. Verwacht hem bij de platenboer in de lente of zomer. We houden je op de hoogte. Sommige nummers zullen geproducet zijn door Craig Silvey (The Coral, The Magic Numbers, mvs), maar het merendeel doen we zelf, zoals we ze hebben opgenomen in onze slaapkamers, schuren en woonkamers in en om Oxford. We houden nogal van zo’n thuiswerken-benadering, alleen voor de wat grootsere songs die een hi-fisound nodig hadden, zijn we naar een studio getrokken.”

enola: Hoe gek worden jullie van die vergelijkingen met Fleet Foxes?

Stornoway: “We houden wel van hun geluid, en kennen al hun nummers. Maar we betwijfelen of de vergelijking erg accuraat is. Al moeten we zeggen dat hun vocale harmonieën oefenen een verschrikkelijk effectieve opwarming voor onze concerten is. En op dit moment zijn we heel erg gek van die video van La Blogotheque waar ze spelen in een verlaten Parijse kathedraal.”

enola: Op concerten hebben jullie Adamski en Seal al gecoverd. Wat hebben zij dat ze die eer kregen?

Stornoway: “Songs die wij coveren mogen niet meer dan twee akkoorden bevatten en moeten lichtjes belachelijk zijn. Rob (drummer) en Ollie kennen zo duizenden songs van buiten, als de rest van ons ook maar wist hoe in te vallen zouden we gemakkelijk een alternatieve carrière als covergroep kunnen uitbouwen.”

enola: Waarom moesten jullie trouwens vernoemd worden naar een stadje op de Buiten-Hebriden? Ooit de tapdansers van de Stornoway Dance Band tegen het lijf gelopen?

Stornoway: “We wilden iets dat lichtjes maritiem aanvoelde, dus de naam paste ons perfect. We zullen er dit jaar zeker spelen. De naam van het stadje duikt ook elke dag op in het weerbericht op tv, en we vonden het een fijn idee om iets te nemen dat voor iedereen ergens wel bekend klonk. We hadden ook voor Cornflakes of Google of Cif kunnen gaan, maar we zijn voor Stornoway gevallen. Rob heeft als kind trouwens professioneel getapdanst, dus die Stornoway Dance Band maakt geen kans.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =