A Camp :: 12 april 2009, Trix

“We’ve molested journalists for giving us bad reviews before, so you’d better watch out” waarschuwt de nochtans ontzettend lieflijke, charmante Nina Persson ondergetekende met een knipoog na het interview dat u binnenkort op goddeau kan lezen. Wel, zo’n vaart zal het niet lopen — helaas. Hoewel.

{image}U kent A Camp ondertussen ook wel als het “zijproject” van de Cardigans-frontvrouwe, de Zweedse die de meeste platen heeft verkocht sinds Abba. Leden van The Cardigans zullen echter wel met klamme handjes naar beelden van een A Camp-concert kijken. Nina Persson openbaart zich immers met haar eigen band als de frontvrouw die ze bij de The Cardigans te weinig is geweest. Te weinig heeft kunnen zijn. Nooit heeft willen zijn, waarschijnlijk. A Camp (met haar man Nathan Larson op bas en Nicolas Frisk op gitaar) is háár band, en dat zal iedereen geweten, gehoord en vooral gezien hebben. Zijproject? Vergeet het, en vergeet The Cardigans er maar in een klap bij.

Colonia is thematisch een donkere plaat waarin Persson het kolonialisme over de knie legt. Muzikaal grijpt ze terug naar de jaren zestig en zeventig middels breed uitwaaierende, maar nooit bombastische arrangementen die een lapdance op Phil Spector uitvoeren — subtiliteit blijft primeren. Live maakt Persson er bovendien een sexy plaat van, en niet alleen omdat ze er wederom adembenemend uitziet in een zwart zijden blousje. Met haar elegante moves, een glimlach waar alleen haar jukbeenderen zo lang op kunnen rusten, pogingen tot humor (bindteksten zijn écht haar sterkste kant niet), en het beleefde knikje door de knieën om het publiek te bedanken, verdringt ze de lamentabele passage van The Cardigans op Werchter 2003 uit het geheugen, toen ze zich drie kwartier lang achter de microfoonstandaard verschool. Nu is Persson de frontvrouw die ze altijd moet zijn.

Want daar moet A Camp het live toch iets teveel van hebben. Nog eerder in het interview, vroeg Persson zich luidop af waarom A Camp zich eigenlijk geen rockband mocht noemen. Tijdens het concert wordt duidelijk waarom. De debuutplaat van A Camp vleide zich heel zachtjes tegen americana aan, en gelijkt in niets op het recente verschenen Colonia. Door zowat alle songs uit het bescheiden repertoire een stevig rockgeluid aan te smeren, wordt er een brug tussen beide platen gebouwd. Helaas gaan daardoor talloze nuances van vooral de debuutplaat verloren. Anderzijds worden de prachtige arrangementen van Colonia niet echt gemist. En zo laat de set in Trix vooral een dubbel gevoel achter.

Want wat de band (aangevuld met een drummer van het niveau van een Rock Rally-preselectie en toetseniste die verzuipt in de rockpoel) vooral bewijst, is dat A Camp ontzettend sterke songs heeft die haast niet kapot te spelen zijn. En A Camp gelooft daar zelf, terecht, in. Een band die met een trio als “The Crowning” — “Love Has Left The Room” (het beste nummer dat Nina Persson ooit ingezongen heeft, punt) — “Frequent Flyer” kan openen, onderscheidt zich al, zij het bescheiden. Onmiddellijk valt ook de verbetenheid van Persson op, die met haar hoge hakken bijna putten in het podium stampt. Ondertussen springen haar twee kompanen in het rond alsof ze een podium op Graspop geboekt hadden. Aanstekelijk? Welja. Ook frappant is de gsm waarmee de bandleden elkaar en het publiek voortdurend filmen. A Camp maakt zo op één avond meer fun met elkaar dan The Cardigans op een hele tournee.

Ook straf zijn de covers van de avond, “I’ve Done It Again” van Grace Jones en “Boys Keep Swinging” van Bowie — volgens Persson dé grootste invloed op haar de laatste jaren. Misschien zit in zulke verrassende covers nog toekomst voor A Camp, zoals "Walking The Cow" , een cover van Daniel Johnston, overtuigend bewijst. Op het randje is het sterke duet “Golden Teeth And Silver Medals”, pop die alleen Zweeds DNA zo kan doen parelen. Op het podium brengt Persson het met voorprogramma Kristofer Aström, waarbij ze de teksten uitbeeldt als een lid van K3: verschrikt kijken, elkaars handje vasthouden, haar hoofd op zijn schouder leggen. Ze komt er mee weg. Helaas zijn zulke rustpunten iets te zelden, omdat veel songs toch de rauwere benadering krijgen, of omdat sommige zachtere songs, zoals “Chinatown” of “I Signed The Line” op plaat al te licht wegen om te boeien. Nee, dan liever het prachtige “I Can Buy You”, "Angel Of Sadness" of "Algebra” waarin het verlies aan nuance zelfs geen parten speelt. Het wegdromende "The Weed Had Got There First" sluit innemend af.

Ach, A Camp is nog niet zo lang op tournee en is overduidelijk nog aan het zoeken naar het perfecte evenwicht, en zelfs naar de richting die de band uit wilt. Feit is dat A Camp anderhalf uur lang eigenlijk niet verveelt, en dat dat deze keer vooral dankzij, en niet ondanks La Persson is. Een dozijn heel sterke songs op twee platen, een o zo gracieuze frontvrouw, een band die er heus wel in gelooft … Eerlijk, we zijn benieuwd naar wat komen gaat. En wanneer Persson nog eens naar hier komen gaat. The Cardigans zijn dood, lang leve A Camp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =