Amanda Palmer :: 24 oktober 2008, Handelsbeurs

Afgelopen Pukkelpop stond Amanda Palmer voor het laatst met The Dresden Dolls op een Belgisch podium. Hoewel het concert zeker geen slappe bedoening was, viel het op dat Palmer en Brian Viglione in een routine vervallen waren die het vuur uit de begindagen geen goed deed. Met haar eerste landelijk soloconcert wakkert Palmer de vlam weer aan en toont ze zich een gepassioneerd performer.

Voor de Bostonse cabaret-adepte het podium bestijgt, krijgt het publiek eerst Jason Webley voor de kiezen, een nobele onbekende die er zowaar in slaagt de aanwezigen in geen tijd naar zijn hand te zetten. Daartoe volstaan een accordeon en een minimum aan menselijk inzicht dat Webley gebruikt om het nieuwsgierig geworden publiek te overrompelen met bohemien-achtige nummers waarin het einde van de wereld niet zelden een centrale rol speelt. Zo krijgt Webley de aanwezigen zover dat ze zonder morren rond hun as draaien om zich beter te kunnen inleven in een dronkemansnummer dat hij ten beste brengt. Het moet gezegd: de man gebruikt alle goedkope trucken van de foor, maar hij gebruikt ze efficiënt waardoor zijn aanpak, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, niet storend is, maar ronduit charmerend.

Het daverend applaus voor Webley is dan ook meer dan terecht. Eindelijk nog eens een voorprogramma te zien krijgen dat echt doet wat een voorprogramma hoort te doen: het publiek opwarmen, het is zowaar een verademing. En dan moet de echte show nog beginnen. Want Amanda Palmer tourt momenteel met het Danger Ensemble, een Australische groep performers die haar concert voorzien van een hoog cabaret-gehalte. Met de nodige zin voor pathos is immers een indrukwekkend openingsspektakel in elkaar geknutseld. In wat de finale moet worden van een grandioze entrée, gaat het helaas mis: de piano van Palmer doet het niet en opener “Astronaut” raakt niet verder dan twee noten. Na wat nerveus gegiechel en dito grapjes op het podium blijkt het euvel verholpen en wordt het hele zaakje simpelweg overnieuw gedaan, ditmaal wél met extatisch resultaat, zowel op als voor het podium.

Wat volgt is een voorstelling van Who Killed Amanda Palmer waarbij Palmer als centre of attention midden op het podium gepositioneerd is. Rond haar violist Lyndon Chester, die wanneer nodig voor een dramatische muzikale toets zorgt, en het Danger Ensemble dat de muziek van de nodige visuele aantrekkingkracht voorziet.
Het meest indringend zijn Palmer en het Ensemble tijdens “Strenght Through Music”, een nummer over de schietpartij in Columbine in 1999. Terwijl de acteurs op heel sobere wijze de slachtoffers uitbeelden, reciteert Chester op zakelijke toon de namen van de overleden tieners.

Diezelfde maatschappelijke betrokkenheid keert later in het concert, op meer ludieke wijze, terug tijdens een “Ask Amanda”-moment. Palmer beantwoordt publiekvragen over schapen, haar gebroken voet en de toestand van de Verenigde Staten. Hoewel Palmer flirt met het populisme dat veel Amerikaanse artiesten op een Europees podium tentoon spreiden –makkelijk scoren met een rondje Bush bashen—trapt ze nooit in die val en gebruikt Palmer sereniteit in plaats van slogans.

Anders gaat het er aan toe tijdens publiekslievelingen als “Mrs. O”, “Girl Anachronism” en “Coin Operated Boy”. De Dolls-nummers kunnen ook zonder drums overtuigen en blijken slechts de aanzet naar het échte cabaret-werk. Met geplaybackte versies van “Guitar Hero” en Rihanna’s “Umbrella” wordt op kritische en amusante wijze de vluchtigheid en holle glamour van de zoveelste lichting popsterretjes op de korrel genomen. Het moment van de avond is echter een kippenvel veroorzakende, breekbare versie van “Look Mummy No Hands”.

Losbreken uit het stramien van The Dresden Dolls was duidelijk het beste dat Amanda Palmer momenteel kon doen. Met een concert dat het ene moment ontroert en het andere zorgt voor euforie én bij momenten hilariteit – wanneer naar de diepere betekenis van Bon Jovi’s “Livin’ On A Prayer" gezocht wordt – bewijst Palmer dat ze een van de sterkste artiesten is die op een podium te zien vallen. Zelfs met het onvermijdelijke “Amsterdam” als bis zit het ditmaal goed: met Jason Webley en zijn accordeon krijgt het nummer opnieuw de ziel die het door de toegenomen voorspelbaarheid bij The Dresden Dolls een beetje verloren had. Op haar eentje geeft Palmer het publiek nog een laatste saluut: off mike en met behulp van een ukelele weerklinkt “Creep”. De schoonheid waarmee dat gebeurt, toont dat het een goede zet is van Radiohead om het nummer aan anderen over te laten: mooier dan deze versie kan immers niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =