Cloverfield




Viral Marketing, het klinkt als een onprettige ziekte
voor afgeborstelde managerstypes, maar met die lepe
marketingsstrategie heeft ‘Cloverfield’ zich de afgelopen maanden
vanuit het niets uitgebouwd tot dé internethype van het voorjaar.
Een weinig onthullende teaser trailer waarin het hoofd van
het vrijheidsbeeld als een bowlingbal door de straten van New York
wordt geslingerd (awesomeness in het kwadraat), een
handvol cryptisch kronkelende websites die al dan niet iets met de
film te maken hebben én de naam van ‘Lost’-bedenker J.J. Abrams.
Veel meer had de Facebookgeneratie niet nodig om via virtuele
mond-aan-mondreclame een must-see-event te creëren. Ja
hoor, het marketingteam achter ‘Cloverfield’ heeft zijn
loonsverhoging en eindejaarspremie dubbel en dik verdiend. Maar het
grote probleem met boven zichzelf uitstijgende hypes is dat het
steeds moeilijker wordt om de hooggespannen verwachtingen in te
lossen. En dat geldt ook voor ‘Cloverfield’. Hoe meer je van deze
vermomde creature feature verwacht, hoe groter de
teleurstelling ongetwijfeld zal zijn. De nerds en geeks zijn bij
deze gewaarschuwd. Maar er is ook goed nieuws, want los van de
gigantische zeepbel waarin ‘Cloverfield’ zich voortbeweegt, blijft
dit een stukje opwindende en origineel verpakte actiecinema dat
anderhalf uur als een viscerale roetsjbaan over het scherm dendert.
En nu wegwezen, want wie met volle teugen wil genieten van
‘Cloverfield’ leest best niet te veel pretbedervende woorden over
deze blockbuster op YouTubeformaat. Je wilt toch ook niet op
voorhand weten hoeveel keer de rollercoaster overkop
gaat?

Yuppie Rob (Michael Stahl-David) vertrekt naar Japan voor een
nieuwe job en broer (Mike Vogel) en bijna-schoonzus (Jessica Lucas)
organiseren een verrassingsfeestje in zijn appartement in
downtown Manhattan. Robs beste vriend Hud (T.J. Miller)
krijgt de taak om de afscheidsgroeten van de aanwezige gasten vast
te leggen op een digitale camcorder. Wanneer Beth, een vriendin
waar Rob nog gevoelens voor heeft, het feestje bijna omtovert tot
een kleffe tienersoap (Dawson’s Creek, kuch), wordt New York
getroffen door een aardbeving. Een blackout, een gigantische
explosie en een onthoofd vrijheidsbeeld later, barst de met zwavel
gevulde hel los in Manhattan. Een gigantisch monster waart door de
stad met maar één doel: alles vernietigen, alles oppeuzelen en
ervoor zorgen dat the city that never sleeps nooit meer
ontwaakt uit de nachtmerrie. Denk aan Godzilla, maar dan de
ultrapisnijdige vrouwtjesversie.

Dat is zo’n beetje de premisse van ‘Cloverfield’, maar wat daar
als niet onbelangrijke informatie bijkomt, is dat de hele film
gezien wordt door de niet altijd even stabiele amateuropnames van
Hud, die het hele apocalyptische gebeuren blijft registreren. Of er
nu een monsterachtige poot een tank verplettert of venijnige
minimonstersjes aan zijn been hangen, Hud blijft alles filmen en
bij aanvang van ‘Cloverfield’ (de codenaam die de overheid gebruikt
voor de aanval) krijgen we de mededeling dat deze opnames gevonden
werden in wat vroeger Central Park heette. Ooooh…
Eigenlijk is ‘Cloverfield’ niks meer dan een kruisbestuiving van de
vormgeving van ‘The Blair Witch Project’ (ook zo’n succesvolle
internethype indertijd) met de inhoud van monsterfilms als
‘Godzilla’ en consoorten. Mensen die een beetje misselijk werden
van de Parkinsonfilmstijl van ‘Blair Witch’ weten dus waar ze aan
toe zijn. Het gaat er behoorlijk shaky aan toe en een
zitplaats vooraan in de bioscoop zou wel eens kunnen leiden tot een
onverwacht terugzien met uw net verorberde chips en popcorn.

‘Cloverfield’ heeft zijn hype en gimmick heel hard nodig om te
overleven (de eerste twintig minuten zijn niet bepaald boeiend),
maar toch is dit meer dan een uit de hand gelopen marketingstunt
van producer J.J. Abrams (eens benieuwd wat hij met zijn ‘Star
Trek’-prequel gaat doen, William Shatner opblazen?). Dit is
namelijk de eerste film die de gebeurtenissen en trauma’s van 9/11
verwerkt en reduceert tot puur entertainment. Het is onmogelijk om
naar ‘Cloverfield’ te kijken en geen instant-flashbacks te krijgen
naar die terroristische aanslag die het wereldbeeld van het begin
van de eenentwintigste eeuw voorgoed veranderde. De immense
rookwolk die de straten klem zet, de onheilspellende sirenes, de
tussen de chaos en vernieling wegvluchtende mensen en natuurlijk de
reusachtige wolkenkrabbers die als kaartenhuisjes in elkaar zakken;
het doet allemaal akelig hard denken aan de CNN-beelden die de
wereld rondgingen op die bewuste dag. En het feit dat alles met
camcorderbeelden wordt weergegeven maakt de hele situatie nog
zoveel realistischer en intenser. Als oefening in chaos, terreur en
catastrofe scoort ‘Cloverfield’ heel hoog. De film speelt
daarenboven handig in op de huidige tijdsgeest en popcultuur. Check
de reacties van de omstaanders wanneer het hoofd van Lady Liberty
in de straten terechtkomt. Ze zijn geschokt, ontzet, maar ze nemen
ook allemaal foto’s met hun gsm’s. Welkom in het YouTubetijdperk.
Dat zijn herkenbare handelingen die het larger than life
‘Cloverfield’ toch in een geloofwaardige en realistische setting
plaatsen.

Maar tussen de claustrofobisch spannende suspensescènes (die in
de metrotunnel met de ontdekking van nightvision op de
camcorder is een pareltje) en ontzagwekkende beelden van een
afbrokkelend New York (het Brooklyn Bridge-moment, heftig!) zit ook
een truttig verhaaltje verborgen (jongen gaat, tegen beter weten
in, op zoek naar het meisje waar hij van houdt) dat tevergeefs
pogingen onderneemt om de emotionele betrokkenheid te verhogen.
Tijdens die momenten valt ‘Cloverfield’ half door de mand als een
spectaculair maar hol trucje dat al aan het uitwerken is terwijl
het zich nog voor je ogen afspeelt. Gelukkig concentreert regisseur
Matt Reeves zich vooral op de kinetische zintuigervaring waarbij de
adrenaline zo hard pompt dat je nauwelijks de tijd krijgt om je te
ergeren aan de flauwe personages (Hud, shut up!) en het
geforceerde emoverhaal. Ook een slimme zet om de focus niet al te
nadrukkelijk op het monster te leggen (de eerste glimpsen van een
staart tussen de gebouwen werken het best) en de overlevingstocht
van de protagonisten te laten primeren. Zo krijg je een hele
straffe scène waarin twee mensen op het dak van een scheefgetrokken
skyscraper kruipen, terwijl je op de verre achtergrond het
beest amok ziet maken in de stad. En ja, het maakt serieus
amok.

‘Cloverfield’ is een meesterlijk marketingproduct waar gelukkig
ook een relatief bevredigende filmervaring aan vasthangt. Neen, het
is niet de heruitvinding van een genre (‘The Host’ blijft
trouwens een veel interessantere postmoderne monsterfilm) en ja,
naar het einde van de toch al korte speelduur (een strakke 85
minuten vliegen voorbij) begint de vormelijke gimmick zijn
kracht te verliezen. Maar zolang het duurt, werkt het allemaal
uitstekend. Tandenknarsend intens, op het puntje van je
stoel-spannend, en zelfs wrijf je ogen uit-indrukwekkend. Niet
slecht voor een movie of the week. Voeg ‘m maar snel toe
aan je Facebookprofiel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − vijf =