Wolves In The Throne Room :: Two Hunters Tangorodrim :: Justus Ex Fide Vivit

Elk muziekgenre lijkt eenzelfde parcours af te leggen. Bij zijn ontstaan is het spannend en vernieuwend, alles kan en mag. Dan volgt de explosie en worden de krijtlijnen vastgelegd. In een derde fase verstart het vaak tot een karikatuur met zijn eigen wetmatigheden of sterft het een stille dood, niet meer dan het zoveelste geluidsbehang. Hier vinden alleen de fans nog hun gading in terug.

Is het verbazingwekkend of niet meer dan logisch dat zelfs een genre als black metal dat muzikale misantropie hoog in het vaandel voerde en zichzelf als een ruiter van de Apocalyps zag, uiteindelijk zwichtte voor de wetten van de markt en evolutionaire tendensen van de muziekè Feit is dat ook dit genre salonfähig genoeg werd om aansluiting te vinden bij de — toegegeven vooral avant-gardistische — ruimere muziekwereld en zijn undergroundstatuut wist te overstijgen.

Na het hondsbrutale Glorior Belli gooit Southern Lord twee nieuwe black metalschijven te grabbel die elk een ander spectrum van het genre bezoeken. Het Amerikaanse Wolves In The Throne Room klinkt als zowat elke (Noorse) band die begin jaren negentig onder de vlerken van wijlen Euronymous de snijdende noordenwind omzette naar gitaarklanken, de donder liet weerklinken in de rollende drums en de toen dominerende death grunt inwisselde voor een ijselijk gekrijs.

Two Hunters kan echter zonder schroom naast het betere werk van Enslaved, Immortal, Darkthrone en Emperor staan. De nummers variëren tussen de tien en twintig minuten en kiezen een enkel atmosferisch stuk niet te na gesproken voor hondsbrutale slachtingen in de beste Scandinavische traditie. Rick Dahlins gegil evenaart moeiteloos dat van Emperors Ihnsan terwijl de muziek het epische pad van de vroege Enslaved inslaat.

Tot een van de meest verrassende tracks behoort het met avant-garde flirtende "Cleansing" dat stemmenacrobate Jessica Kinney (o.a. Eyvind Kang) inschakelt. Het nummer start als een kunstzinnige metal/rocksong dat de hoge stem van Kinney koppelt aan repetitieve drumslagen, meanderende gitaren en atmosferische keyboards. Maar voor de song verglijden kan in een kunstzinnige cul-de-sac worden de gitaren omgegord en gooit een alles verslindende black-metalnummer alle pretenties overboord.

Het experiment is weliswaar niet helemaal geslaagd, daarvoor is de overgang te bruusk maar het toont wel aan dat dit een groep die zichzelf niet vast wil rijden in karikaturen en hommages. Ook de sfeervolle intro "Dia Artio", waardoor er de facto maar drie nummers op de plaat staan, flirt met het gegeven sfeerstuk. Net geen zes minuten lang wordt de luisteraar in de waan gelaten dat Two Hunters een avant-gardische ambient/black metalplaat is. Het is zeker en vast niet het meest memorabele nummer op de plaat, maar het getuigt wel opnieuw van lef en visie.

Het Israëlische Tangorodrim daarentegen lijkt lak te hebben aan vernieuwing of experiment. De band gaat nog verder terug in de tijd en zoekt aansluiting bij de proto-blackmetalgroepen annex pioniers genre Celtic Frost/Hellhammer en Bathory. Hier geen uitzinnig gekrijs maar wel een barse grunt en korzelige gitaren die opboksen tegen primitieve drumslagen. Justus Ex Fide Vivit duurt volledig conform de traditie nauwelijks een half uur en laat de ene song inbeuken op de andere. Tijd voor franjes of verfraaiingen is er niet. De plaat dendert zonder omkijken verder als een pletwals. Voor de liefhebbers van primitieve proto-black metal een absolute must kortom.

Tangorodrim noch Wolves In The Throne Room voegt iets toe aan het black-metalgenre, daarvoor bestaat het gewoonweg al te lang en is het warm water al iets te vaak opnieuw uitgevonden. Logischerwijze zou daar uit moeten volgen dat beide groepen niet meer dan karikaturen of geluidsbehang zijn. Maar elke logica schiet zichzelf vroeg of laat in de voet, zet die versterker dus maar op tien en krijsof brul ongegeneerd mee met Two Hunters en Justus Ex Fide Vivit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + vijftien =