PUKKELPOP 2007 :: Marquee, zaterdag 18 augustus

Een voor deze editie van Pukkelpop zeldzaam coherent menu in de Marquee op zaterdag: al wat hip doch enigszins succesvol is passeert de revue, en enkele oude rotten mogen de broekjes even komen leren hoe men eind jaren ’80 vernieuwend was.

 

Zelden wordt postpunk radiovriendelijk geserveerd. Toch slagen de vijf heren van The Rakes erin er elf nummers door te jagen die stuk voor stuk toegankelijker klinken dan een gemiddeld Clouseau-album. Recente radiohitjes als “We Danced Together” en “The World Was a Mess But His Hair Was Perfect” worden afgewisseld met ouder materiaal. Lichtend hoogtepunt is de vlammende versie van “Retreat”, en ook “Strasbourg” wordt in een verschroeiend tempo afgehaspeld. Wandelend spasme en frontman Alan Donohoe trekt volop gekke bekken en maakt de meest bevreemdende dansbewegingen, en dat smaakt het publiek wel.

Erg zuinig is dan weer de reactie op het optreden van Albert Hammond Jr., de gitarist van The Strokes die het om duistere redenen even zonder dat groepje wou proberen. Erg zuinig zijn ook de inspanningen van deze joviale krullenbol en zijn band. Het optreden kabbelt vreselijk routineus verder, alsof Hammond de rivier op de saaie backdrop (een boom! konijnen!) naar de kroon wil steken. Hammond speelt ook een Frank Black-cover (“Old Black Dawning”), maar we stellen alleen maar vast dat de man een Frank Black-cover speelt. Op plaat nog best te pruimen, maar op het podium een tam konijn, deze Albert Hammond Jr.

James Mercer ziet er vanmiddag uit als een zakenman op doorreis, maar dan wel één met wondermooie melodieën in zijn attachékoffertje. The Shins (foto) zijn net iets te beleefd om veel beweging in de volgepakte tent te krijgen, maar hey: wie zanglijnen als die van “Kissing The Lipless” kan bedenken, mag van ons elke dag langskomen. The Shins zijn hét bewijs dat simpele “liedjes” dezer dagen weer volledig toegestaan zijn. “Australia” en “Turn On Me” zijn van genoeg randjes voorzien om net niet te glad te zijn en vooral: getooid met melodieuze weerhaken die ons drie uur later nog doen hobbelen over het festivalterrein. En dan moest ”Phantom Limb” — de perfecte popsong bestaat! — nog losgelaten worden op een mee-“oowahooh”-end publiek. Fijn optreden, maar net iets te mak voor onze top.

Als het om CocoRosie gaat, zijn we altijd een beetje argwanend. Gezellig en leuk, dat wel, maar al die gekte moet ook nog een beetje richting hebben en meer zijn dan de op muziek gezette speeltuinen van twee eeuwige kinderen (wat we ook al niet geloven). De zusjes Casady weten vandaag echter helemaal te overtuigen met een behoorlijke gefocust concert. De niet weinig erotische présence van Sierra is daar niet vreemd aan, maar ook muzikaal zat het perfect. Weinig theatraal gedoe, maar een zeer samenhangende set met als hoogtepunten “K-Hole”, “Beautiful Boyz”, “Promise” en de bewerking van Akons “You want to love me” tot “You want to fuck me”. En onschuldig of naïef? Nah. Uiterst sexy, lichtjes pervers en artistiek uiterst verantwoord.

Het zicht van James Murphy weet onze hormonen gelukkig weer te kalmeren.’s Mans LCD Soundsystem moet het niet van sex appeal hebben, maar van doeltreffende danspunk. Wat op plaat best leuk en goed gevonden klinkt (het tikt lekker weg tegen een cocktailglas: zoveel is zeker), is live een nietsontziende pletwals. Als het goed zit tenminste, en dat was bij de recentste Belgische passages van LCD Soundsystem niet steeds het geval. Maar vandaag zit alles perfect. De setlist is die van in Werchter, maar aan een nagenoeg perfecte set hoeft niets te veranderen (hoewel “Losing My Edge” er steeds bij kan). Van “Us v Them” tot “Yeah” laten Murphy en de zijnen geen steek vallen, en het dak gaat net niet van de Marquee af. Het is een kniesoor die dan klaagt dat het trage “New York I Love You (But You’re Bringing Me Down)” een ongepaste bis is. Wij konden wel wat rust gebruiken.

Daydream Nation live. Van a tot z. Door Sonic Youth zelf? Klonk dat een jaar of wat geleden nog als de ultieme muzikale natte droom, in de Marquee voltrok een en ander zich op majestueuze wijze. Het New Yorkse viertal bracht op imponerende wijze en met een bewondering afdwingende overgave zijn negentien jaar oude meesterwerk. Uit het concert blijkt vooral hoe tijdloos Daydream Nation is: jong en oud, diehard fans en leken, het heterogene publiek gaapt met open mond naar het podium en knikt goedkeurend elke keer als de versterkers zachtjes ronkend tot stilstand komen. Een mooie afsluiter voor een fijn dagje in de Marquee.

Tijd om een afsluitend spurtje te trekken richting hoofdpodium alwaar Tool zowaar twintig minuten te laat op het podium verschijnt. Misschien wilden ook zij geen minuut van Sonic Youth missen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 20 =