Demon’s Claws :: Satan’s Little Pet Pig

Black Lips heeft tijdens het voorbije jaar uitzonderlijk veel getourd en uit alle groepen die de band op zijn tournee tegenkwam, heeft Black Lips uitgerekend Demon’s Claws als het beste voorprogramma uitgekozen. Dat bleek meteen reden genoeg voor een release bij In The Red Records.

Dat Black Lips een voorliefde voor de garagerock van Demon’s Claws heeft, is perfect te begrijpen: het bandje klinkt immers nóg smeriger dan zijn grootste liefhebbers binnen de scene, en daar was het zelfgetitelde debuut bij Dead Canary Records bijvoorbeeld al meteen het bewijs van. Je moest al heel wat moeite doen om iets van de lyrics te begrijpen, maar toch slaagde Demon’s Claws er met het debuut in om tegelijkertijd een fantastische wall of sound en een heel evenwichtige plaat neer te poten.

Dat Satan’s Little Pet Pig een totaal andere plaat is geworden, kan wel te maken hebben met het feit dat wie bij de hond slaapt zijn vlooien krijgt. Op de nieuwe plaat klinkt Demon’s Claws immers veel zuiverder en gevarieerder dan voorheen, terwijl er hier en daar zelfs spontaan flarden flower punk à la Black Lips opduiken.

De wilde openingsriff van “Shadow Of A Castle” liegt er bijvoorbeeld niet om. Het is een nummer waarvan je meteen beseft dat je er geen dertien in een dozijn te horen gaat krijgen, een gevoel dat Demon’s Claws zijn publiek met het debuut toch nog net niet kon geven. Dat de titeltrack “Satan’s Little Pet Pig” minder log klinkt, maar twee keer zo hard keet schopt, bevestigt deze tendens.

In “1000 Rounds” vallen de gelijkenissen met Black Lips nog het meest op: het is een wervelend spektakel van heerlijk gitaargeweld dat je met zijn ritme en dynamiek meteen aan het soort furieuze rock-’n-roll van songs als “Fad” en “Time Of The Scab” doet denken. Daar kan geen enkele liefhebber van het genre uiteraard aan weerstaan.

Niet dat het stoort, maar pas op “That Old Outlaw” laat Demon’s Claws zijn eigen klauwen zien: het is een traag en slepend nummer waarin het bandje een eerste keer laat merken dat artiesten als Bob Dylan en Johnny Cash eveneens een belangrijke rol in zijn geschiedenis spelen. De tergend trage mondharmonica zorgt na een drietal minuten in de song voor kippenvel. Op “Hunting On The 49" komt er geen mondharmonica bij kijken, maar bereikt de groep desalniettemin een soortgelijk resultaat, wat bevestigt dat zulke experimentjes een belangrijk deel van de identiteit van de groep uitmaken. In "Tom Cat" klinkt het rauwe mengsel van punk, country en blues zelfs even zo hysterisch dat wij spontaan aan het wilde Gun Club van Jeffrey Lee Pierce moeten denken.

De eindbalans is bijgevolg verre van slecht: net zoals Black Lips het na zijn debuutplaat presteerde, krijgt Demon’s Claws met zijn nieuwe probeersels beetje bij beetje vaste voet aan de grond zonder daarbij teveel water bij de wijn te moeten doen. Met Satan’s Little Pet Pig komt Demon’s Claws immers enerzijds perfect zijn grote beloftes van Demon’s Claws tegemoet, terwijl de groep anderzijds een stevige basis voor nieuwe beloftes legt. Wij hadden alvast met minder genoegen kunnen nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =