Viva Velinx :: 14 april 2007, Velinx

De Tongerse Velinx opende voor de twaalfde keer zijn deuren voor het festival dat op het einde van de paasvakantie steeds opnieuw uitpakt met een intrigerende combinatie van bekend en onbekend, traditie en experiment. Ook dit jaar werd het publiek getrakteerd op een behoorlijk eclectische avond, met de verwachte schommelende resultaten tot gevolg.

Net als op Pukkelpop 2006 mochten de baardmannen van Archie Bronson Outfit de boel in gang steken met hun on-Brits aandoende bluesrock. Het trio heeft een sound die op Derdang Derdang zelden minder dan indrukwekkend was, en ook als het live goed zit, wordt de luisteraar ondergedompeld in een moeras van gitaargeweld, huilende zang en opzwepende ritmes. "Cherry Lips", "Got To Get (Your Eyes)" en "Kink" waren vurige openers, maar ze konden niet verhinderen dat de schwung uit het optreden verdween bij het wisselen van de gitaren (na zowat elke song) en de minste technische hapering, en dat waren er nogal wat. Opnieuw bewezen ook "Dead Funny" en "Dart For My Sweetheart" wereldsongs te zijn, al ontbeerde de band deze keer de présence om te overweldigen.

Ze haalden hun laatste albumtitel (Transparent Things, een tijdje geleden nog goed onthaald op deze site) bij een roman van Nabokov, lopen hoog op met de Krautrock van Can en Neu!, verwijzen expliciet naar Brian Eno, Kraftwerk en Talking Heads, en smukken hun electronica op met elementen uit disco, hiphop, funk en minimale electro. Het Britse trio Fujiya & Miyagi etaleert dus een grondige kennis van de elektronische muziek, maar live helaas ook het gebrek aan een eigen smoel. Er wordt gespeeld met eigenaardige tics (fluisterzang, houterige bewegingen), en de set is een reis doorheen vijfendertig jaar gebliep, maar de opwinding, laat staan het swingen, bleef achterwege bij een performance die ziel miste. We dachten even iemand te zien dansen, maar het ging blijkbaar om een schijnbeweging of struikeling.

Hoge verwachtingen voor Stijn (Staan voor de vrienden), de immer goedlachse Antwerpse krullenbol die zich blijkbaar had voorgenomen het ietwat suffe publiek aan het fuiven te krijgen, desnoods door de ene flauwe grap aan de andere te tetteren. Het eerste deel van de set, met band, was nochtans aardig: er werd bij momenten een sterke groove op poten gezet, maar dat was van korte duur, omdat Stijn solo ook nog wat dingen, en flauwe songs als "Pussy On My Mind", kwijt wilde. De set verliep houterig, miste flow en onze blanke Prince deed gewoonweg te veel moeite om z’n ietwat belegen trucjes aan de man/vrouw te brengen. Het met band gebrachte "Sexjunkie" was prima, en die hectische cover van Doe Maars "Smoorverliefd" zagen we ook door de vingers, maar overtuigd waren we niet. Tenzij van het feit dat ’s mans turnlessen hem geen windeieren hebben gelegd.

Eerste verrassing van de dag waren Laura Veirs & The Saltbreakers (foto), een uit de Pacific Northwest overgewaaid kwartet rond de nerdy/charmante Veirs, die er intussen al een handvol albums op heeft zitten die aan deze kant van de plas nauwelijks werden opgemerkt. Dat is zonde, want de liedjes van Veirs zijn zonder uitzondering overtuigende kruisbestuivingen van folkpop en singer-songwritermateriaal. Haar stem is vaak meisjesachtig en haar timing lijkt wat vreemd, maar het voegde een extra dimensie toe aan prima songs als "Pink Light" en "Nightingale". Er werd vooral geput uit haar meest recente album Saltbreakers, wat ons betreft een verplichte voorjaarsaankoop, want het uit die plaat geplukte "Black Butterfly" en "Don’t Lose Yourself" zorgden voor de mooiste tandem van de avond.

Sioen was de tweede van drie Vlaamse acts, en meteen werden wij ook eens in ons hemd gezet. Hadden we immers niet gezegd dat we niet kapot waren van See You Naked en ook niet echt overtuigd van Ease Your Mind? Wat Frederik Sioen en band brachten snoerde ons echter de mond. Vooruitgestuwd door een immense sound waar een on-Vlaamse dreiging vanuit ging, bewoog de band zich door het pas verschenen A Potion, dat op basis van wat we hoorden opnieuw verder verwijderd is van de aaibare pop van het debuut. Sommige songs waren verrassend donker, speelden met gevaarlijke thema’s (brute geweldfantasieën), en de zanger/pianist bracht ze dan ook met een indrukwekkende intensiteit. Niet alle materiaal was even sterk, en soms kreeg je nog steeds het gevoel dat er gewoon te hard gesleuteld werd aan songs en daardoor werd ingeboet aan spontaniteit, maar al bij al was Sioen moeiteloos overtuigend.

Eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat Jesse Sykes & The Sweet Hereafter de hoofdreden was om de 130 kilomter naar Tongeren af te leggen. De enigmatische sirene met de door Camel gesponsorde stem stelde niet teleur. Net als de acts die voor en na hen speelden, putten Sykes & Co. ook vooral uit hun meest recente album. Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul is in goede traditie opnieuw eenlate night--album, met songs die smeken om een schaduwrijke, intieme sfeer, die de band zelfs in het wat steriele cultuurcentrum wist op te roepen. Na een song of twee waren we dan ook volledig in trance door de verschijning en stem van Sykes, maar ook door het gitaarspel van partner Phil Wandscher, die de "less is more"-gedachte indachtig bleef. Hoogtepunten: een tiental, maar dan vooral "LLL", een prachtig uitgerekt "The Air Is Thin" en het melancholisch walsende "Station Grey". We bereiden ons met andere woorden al voor op het gebroken hart dat Sykes ons zal bezorgen als ze op 6 mei de Botanique aandoet.

Ook veel nieuwe songs bij Absynthe Minded (foto), dat onlangs een derde album (There Is Nothing) aan de man bracht. Net zoals dat album een verschuiving richting conventionele(re) pop leek te zijn, zo ook was het optreden stilistisch iets minder divers dan de concerten die de band een paar jaar geleden gaf. De muzikanten krijgen elk nog uitgebreid de kans op in de spotlights te staan (wat ze nog steeds doen met een combinatie van frisse energie en te vergeven arrogantie), en een optreden van Absynthe Minded is in goede dEUS-traditie ook nog steeds een oefening in het buiten de lijntjes kleuren. Er werd gerotzooid met pure pop, psychedelische stomprock, jazz, flarden Balkanfolk en heel even deed het vijftal denken aan de Santana van 1971. Er is nog geen enkele song die een impact heeft als "My heroics, Part One", maar het strekt hen tot eer dat ze dat ook niet najagen. Anno 2007 is Absynthe Minded een geoliede, voortdenderende machine geworden. Ze ontbeerden de sound van Sioen en de consistente songkwaliteit van Jesse Sykes, maar Absynthe Minded was een meer dan waardige afsluiter van Viva Velinx 2007, een wat ongelijke, maar degelijke editie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 8 =