Cassius :: 4 maart 2007, AB

De Franse groep Cassius ruilt op zijn laatste plaat de housebeats in voor gitaren. Die metamorfose voltrekt zich in de Ancienne Belgique, waar de Parisiens geen dj-set brengen, maar een heuse rockshow opvoeren, inclusief gierende gitaren en strakke livedrums.

Het voorprogramma wordt verzorgd door het Luikse electrocombo Superlux. Het vijftal weet live niet echt te overtuigen: de frontman krijgt het hele optreden lang geen vat op zijn stress, terwijl de zangeres als een gekkin in het rond huppelt. We horen flarden electronic body music, drum ’n bass en aan Bronski Beat schatplichtige eightiessynths, maar vooral een groep die zichzelf verliest in de zoektocht naar een eigen geluid.

Iets na negen betreedt de zevenkoppige liveband van Cassius het podium. Philippe "Zdar" Cerboneschi profileert zich duidelijk als frontman van de groep; terwijl de heren op hun platen telkens een handvol gastzangers opvoeren, neemt Zdar live vrijwel alle zangpartijen voor zijn rekening. Hierin wordt hij bijgestaan door een fantastische backing vocalzangeres die op "I’m A Woman" zelfs het puike vocale werk van Jocelyn Brown weet te evenaren. Zdars partner in crime Hubert "Boom Bass" Blanc-Francard ontpopt zich nu eens tot een vingervlugge keyboardspeler, dan weer tot een patente gitarist.

"Il y a beaucoup de gens ici. Je vois les deux étages …" Duidelijk overdonderd door de grote opkomst opent de groep met "See Me Now". Live wordt het nummer omgetoverd tot een archetypische funkbom met aanstekelijke basloop. De toon is meteen gezet; het eerste deel van de show zit vol explosieve versies van de tracks van 15 Again. "Franchement merci", zo bedankt Zdar het publiek na elk nummer. Zichtbaar aangedaan door de massale respons geeft de groep het beste van zichzelf. Er is ook plaats voor improvisatie: in "15 Again" zit een rap verwerkt en "All I Want" wordt in tweeën gesplitst door een synthesizersolo. Très eighties, quoi?

In het tweede deel van de set worden er ook nummers van de oudere platen gespeeld. Ook hier kiest de groep resoluut voor organische liveversies. De textuur van het oudere werk blijkt echter niet zo rijk zodat het iets sneller gaat vervelen. "Till We Got You And Me" en "The Sound Of Violence" worden erg lang uitgesponnen en verliezen op die manier aan daadkracht. Om de sfeer erin te houden worden de nummers gekruid met samples van "I Got The Power" (Snap), "Shimmy Shimmy Ya" (Ol’ Dirty Bastard) en "Sound of Da Police" (KRS One). De groep raakt de draad soms kwijt in de lange versies, er wordt à volonté geïmproviseerd tot Zdar op zijn vingers fluit en de groep het nummer beëindigt. "On n’est pas très professionel, hein?" verontschuldigt de Parijzenaar zich voor de minder conventionele manier van afronden.

Na een zinderende finale waarin flarden van hun doorbraaksingle "Cassius 1999" doorklinken, fluit Zdar een laatste keer. Het publiek neemt hier geen genoegen mee en roept de heren terug het podium op. Cassius had hier niet op gerekend en herneemt "Toop Toop". Als het de groep lukt tegen de zomerfestivals ook de oude klassiekers in dat verfrissende rockkleedje te steken, dan is Cassius de groep bij uitstek die een dancehall of marquee in lichterlaaie kan zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 6 =