Northern Light All Night

Een minifestival binnen een festivaldag van een festival. Dat is
ongeveer de denkpiste achter ‘Northern Light All
Night’
. Het noorden, waar het op deze tijd van het jaar
eerder donker is, stuurde zijn lichtende vikings naar het
middeleeuwse Brugge, dat ze netjes na elkaar op een podium stalde.
Uit Denemarken kregen we Doí, uit Zweden Ef en uit Noorwegen The
Samuel Jackson Five. Geen klinkende namen, al is het maar omdat hun
albums hier niet in de rekken liggen. Gemeenschappelijk element als
je hun Scandinavische afkomst niet meerekent: postrock.

In tegenstelling tot de collega’s die zouden volgen, speelt
Doí geen zuivere postrock, of toch niet altijd.
Hun muziek schippert tussen de pathos van Mercury Rev en de
droomsequenties van Sigur Rós, waarbij
sommige songs de geijkte popstructuren dicht benaderen. Zanger
Martin Juel Dirkov wisselde regelmatig tussen een gewone en een
stemvervormende microfoon en vooral deze laatste, in samenwerking
met de occasionele strijkstok op gitaar van Peter Eldrup, bracht
hen bij de knieën van IJslands voormelde glorie.
We kregen geen overweldigend Doí, maar vooral bij de
openingsnummers liep alles heel lekker en kregen ze ons vlotjes
mee. In ‘Cars Alarms’, als tweede op de setlist, zit een
toekomstige StuBruhit. Een elektrische viool duelleerde heerlijk
met de vrijwel onverstaanbare lyrics van Dirkov en zorgde voor een
stevig portie bombast, waarbij alles Nina Simone-like stijlvol
bleef.

Ef (als ‘iejf’ uit te spreken), speelde op een
klein anderhalf uur slechts vijf, zuivere postrocksongs. Je moet
geen rekenwonder zijn om hieruit af te leiden dat hun nummers elk
een heel parcours afleggen. Hierin zat ook de grote zwakte van deze
Zweden: als je dan kiest om een nummer van 25 minuten te schrijven,
is het niet eenvoudig de hele rit te boeien en daar slaagden ze
bijgevolg niet altijd in.
Binnen de songs wisselden deze heren een aantal keer van bezetting
en had je de typische wisselwerking tussen rust en geweld, al dan
niet gescheiden door een onverwacht contrast. ‘Rust’ ging nogal
eens gepaard met zang, melodica en opnieuw strijkstok op gitaar.
Met ‘geweld’ doen we hun werk wat oneer aan, want de climax die we
zagen in een song als ‘Tomorrow My Friend’ was zo indrukwekkend,
dat het die term oversteeg. De stem van Tomas Torson ligt dicht
tegen die van Mattias Friberg, landgenoot van Logh, maar woorden
kwamen er ook in digitale vorm. Zoals we het kennen van Godspeed
You! Black Emperor, zorgde gesproken woord op tape voor een extra
laagje, zij het hier een stuk minder politiek geladen.

ef2.jpgAls er een trip
van deze noordelijke excursies is, die ons écht heeft overtuigd,
dan is het het Noorse The Samuel Jackson Five. De
stevige contrasten die we bij Ef hoorden, passeerden hier ook de
revue, maar deze vijf Noren hielden het allemaal een stuk compacter
en effectiever. Opener ‘Britney Spears for President’ kondigden ze
aan als een instrumentale song. De grapjassen hadden ons goed
liggen, want het enige waarvoor ze hun mond nog openden was om naar
adem te happen en om tussen de nummers door wat met het publiek te
praten.
De set was verbluffend van de eerste tot de laatste noot. Het
gitaargeweld, dikwijls zeer korte uithalen waarbij alle gitaren
hetzelfde patroon speelden, leunde soms tegen metal aan, terwijl
een synthesizer jazzinvloeden incorporeerde. Begonnen met een ode,
sloten ze dan ook maar met een af. Na het sterke ‘Michael Collins
Autograph’ zat een anderhalf uur intensiteit erop en waren The
Samuel Jackson Five bij hun eerste doortocht in België een
vijftigtal fans rijker. De opvolger van ‘Easily Misunderstood’
(2005) zou er dit jaar nog moeten aankomen. Wij zijn alvast razend
benieuwd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 1 =