Siege :: 13 september 2017, Jeugdhuis T-Klub (Lokeren)

Het is een verhaal waarvan de impact steeds duidelijker wordt. De Amerikaanse hardcoreband Siege was in zijn eerste levensfase (1981-1985) weinig bekend, maar is intussen uitgegroeid tot een cruciale schakel in de ontwikkeling van de extreme muziek. Met de cassette Drop Dead en drie songs voor een compilatie-lp, waren ze van onschatbare invloed op de eerste grindcoregolf die snel daarna van zich liet horen. Vorig jaar staken ze voor het eerst sinds een reünie in 1991 nog eens de koppen bij elkaar, wat leidde tot een laatste Europese tour en een eerste bezoek aan België. Niet te missen dus.

Het is een tour die hen voert langs Amsterdam, Parijs, Berlijn, Londen, Glasgow en Bologna, maar ook naar Jeugdhuis T-Klub in … Lokeren, met z’n 41.000 inwoners de vijfde stad van Oost-Vlaanderen. Punk blijft punk en dus zorg je ook voor je lokale scene, die hier ook vertegenwoordigd was. “Welle zen Travølta en hop, het kwartet uit Heist-op-den-Berg was vertrokken voor een setje vlugge hardcore die flirtte met de d-beat/crust-school en waarin een resem songs uit hun recent verschenen split met Marxbros passeerden. Songs als “Black Sheep”, “High Horse Wankers” en “Das N-VA Is Niks Ver A” (jaja, toch wel) werden steevast ingeleid met politieke rants volgens het boekje. Sympathiek, maar die korte set volstond.

Het Lokerse Mindwar liet een heel ander geluid horen. Dit was echte power-stuff voor opgepompte borstkassen, die sterk herinnerde aan de NYHC van Madball en Sick Of It All, maar ook de patserstuff van volk als Terror. Dus: stuiterende, groovy riffs/ritmes en klassieke trage breakdowns, afgewisseld met strakke versnellingen en flarden die soms heel even herinnerden aan Pantera & consoorten. Toen de zanger begon te schaduwboksen, ontstond vóór het podium een jiu-jitsu-demonstratie door een paar snotneuzen die lieten zien dat Vlaamse scholen inderdaad te weinig investeren in sport. Mooiste moment: toen zanger Anthony z’n kwijtgespeelde oordopje na een heftige song aangereikt kreeg en even niet wist wat te zeggen na zo’n liefdevolle geste.

Dan Siege. Begin jaren tachtig uit de grond gestampt door een paar tieners die meesurften op de hardcore-golf die al even gaande was, maar vonden dat het allemaal rapper en smeriger mocht. De songs die in 1984 werden opgenomen — de release die de 30ste verjaardag vierde bevatte 13 songs, samen goed voor nog geen half uur muziek — zouden, samen met het werk van o.m. Deep Wound en Repulsion, de aanzet geven tot de grindcore-revolutie die vooral vanuit Birmingham gepredikt werd door volk als Napalm Death. Laat de naam Siege vallen in het bijzijn van die laatste band en het zit er dan ook dik in dat je nieuwe friends for life hebt. In 1991 was er even al een reünie met Seth Putnam, frontman van Anal Cunt op zang, en in 2016 volgde een tweede.

Anno 2017 bestaat Siege uit originele leden Kurt Habelt (gitaar) en Rob Williams (drums), samen met zanger Mark Fields en bassist Chris Leamy. John Zorn, die er een paar maanden geleden nog bij was in New York, was nu niet van de partij, maar ook nu stond een saxofonist geduldig z’n beurt af te wachten. Of beter: hij ging samen met ons lichtjes door het lint terwijl een ontketend Siege even orde op zaken stelde. De band speelde immers met een verbazingwekkende energie, waarbij je voortdurend de indruk kreeg dat het op leven en dood was. Williams ratelde als een bezetene op de kit met hysterisch smoelwerk, terwijl de rest van de band al even gefocust stond te raggen.

Het één-tweetje “Walls”/“Drop Dead” was de ziedende opwarmer en daarna volgde een resem bommetjes die aankwamen als voorhamers, met zowel de krappe turboknallers van de originele releases (“Life Of Hate”, “Starvation”, “Armageddon”, “Cold War”, “Sad By True”) als stukken die jaren later pas opdoken of geplukt werden van de 7” met Putnam (“Two-Faced”, “New World Order”). Hoewel het bescheiden publiek zich opvallend gedeisd hield, bleef voorman Fields een toonbeeld van overgave, onvermoeibaar op én voor het podium. En als de band dan al even een versnelling of twee terugschakelde, werd er nóg niets ingeboet aan intensiteit. Integendeel: de trage aanloop van “Conform” maakte die waanzinnige versnellingen nog harder, vuiler, meedogenlozer.

Het klassieke “Grim Reaper”, een traag buitenbeentje waarop originele zanger Kevin Mahoney sax speelde, groeide deze keer uit tot een uit z’n voegen barstende oefening tussen noise, onheil en hysterie, met een altsaxofonist die met z’n schrille gesnerp nog een extra laag waanzin toevoegde. Het was meteen ook de eindspurt, die afgerond werd met een cover. Een half uur. Meer was het niet, maar het werd wel uitgevoerd met een dodelijke focus die duidelijk maakte dat er achter die schijn van chaos en geweld een band schuilt die z’n spul tot in de puntjes beheerst. Eindelijk: een legende die het helemaal waarmaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =