Palehound :: 8 maart 2016, Nijdrop (Opwijk)

Dat ze bij Nijdrop een zesde zintuig hebben voor jonge vrouwelijke songwriters is duidelijk. Nadat Waxahatchee een paar jaar geleden al haar Belgische debuut maakte in Opwijk, was het nu de beurt aan Ellen Kempner’s Palehound.

“What day is it?” vroeg bassist Nick Koechel ergens halverwege het optreden. Om nadat hij het antwoord toegeroepen kreeg te besluiten met “Well, happy Tuesday to you”. Het was immers een van de laatste optredens van de allereerste Europese tournee van de band, en dan kan je het de bandleden al eens vergeven dat ze niet meer weten welke dag van de week het nu weer precies is. En live is Palehound geen veredeld soloproject maar wel degelijk een band, laat daar geen twijfel over bestaan. Is het op plaat het alter ego van frontvrouw Ellen Kempner (“uit Boston”, zo herhaalde ze wel een paar keer), dan krijgen we op het podium een hecht trio, naast Kempner bestaande uit de reeds eerder genoemde Nick Koechel (bas) en drummer Jesse Weiss. Hoewel de opkomst in de Nijdrop eerder bescheiden te noemen was, stond de band te popelen van ongeduld want ruim voor de voorziene starttijd — het voorprogramma had nog maar net zijn biezen gepakt — begonnen ze al aan hun set. Stond Ellen Kempner in het begin wat onwennig in een hoekje van het podium opgesteld met haar blik vooral op haar gitaar of boven de hoofden van het publiek gericht, dan groeide ze tijdens het optreden langzaam in haar rol en zocht ze steeds meer (oog)contact met het publiek.

Piepend en krakend. Vanaf de openingssong werd duidelijk dat Palehound live nog een stuk snediger, harder rockend en vooral ook vuiler klinkt dan op debuutalbum Dry Food. Vooral het op een Pixies-achtige basriff drijvende “Molly” was een vroeg hoogtepunt in de set. Meesterlijk slaagde Palehound er in om een evenwicht te vinden tussen poppy melodieën en heerlijke vervormde gitaarpartijen. Songs als “Cinnamon” of “Cushioned Caging” speelden een knap spel van tempowisselingen en grofkorrelige gitaarpartijen. Hoewel de set grotendeels bestond uit stevig werk slaagde Ellen Kempner er eveneens in om rustpunten in te bouwen waarin ze een gevoelige snaar wist te raken. Het breekbare “Dry Food”, het hoogtepunt van het gelijknamige album, kreeg meer nog dan op plaat een breekbare en intieme uitvoering mee, snik in de stem van een duidelijk geëmotioneerde Kempner incluis. Ook het solo gebrachte en half mompelend gezongen “Dixie” en de trage sleper “Sea Konk” getuigen van een gebroken hart en kwamen over bij het publiek als ware het bekentenissen in de biechtstoel.

Met enkel een volledig album (dat dan nog afklokt op minder dan dertig minuten) en een EP op het conto was het duidelijk dat het geen lang optreden ging worden. Na goed drie kwartier kwam het vrolijke “Pet Carrot”, het soort song met een melodie die je drie dagen nadien nog mee neuriet, de set al afsluiten. Een concert waarmee Palehound meteen wist te overtuigen. Laat de band volgend jaar — beter gerodeerd met wat extra concerten en kilometers op de teller en misschien wat extra nieuw werk in de achterzak — nog eens naar België afzakken en we zijn zonder twijfel weer van de partij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =