Team William :: ”De jonge Madonna kan me bijna tot tranen toe ontroeren”

Net op het moment dat we de groep definitief naar de rockgeschiedenis van de jaren nul wilden verwijzen onder het lemma “aanstekelijk debuut, maar snel verdwenen”, staat Team William er opnieuw. Vijf moeilijke jaren zijn uitgezweet, Floris De Decker heeft zijn innerlijke knopen ontward en met Drama ligt een uitstekende, nieuwe plaat in de winkel. De toekomst ligt weer wagenwijd open, maar eerst blikt de frontman nog één keer terug.

“Cancel my appointments, this will take a while”

“We zijn destijds vrij snel aan een tweede plaat begonnen. We hadden twee jaar getourd met ons debuut, terwijl ik aan nieuwe nummers werkte en alles zat goed voor een vervolg. In mijn ogen waren we erg succesvol, dus het kon niet mislopen. En toen verloor ik mezelf. Ik mag in de begindagen van Team William dan bekend hebben gestaan als veelschrijver, dat was misschien een deel van het probleem: eenmaal het er niet meer uit gutste, sloeg de twijfel toe. Ik sloot me op, en bleef obsessief sleutelen aan die nieuwe songs. Elk vrij moment besteedde ik er aan, en op den duur zat ik compleet in isolement. Ik ben iemand die verslaafd kan raken aan dat in een cocon zitten, maar zoveel alleen zijn is voor niemand gezond. Ook voor mij niet, ontdekte ik. Ik heb altijd al angstaanvallen gehad, en door zoveel op mezelf te zijn werd dat erger en erger. Nooit had ik het gevoel dat het goed genoeg was.”

“Ik zonk steeds dieper, maar dat vertelde ik de band niet. Pas toen Reinhard Vanbergen, die de plaat zou producen, vond dat we de twaalf juiste songs hadden voor de plaat, en aan de opnames konden beginnen, heb ik hem gebeld met de boodschap dat het niet ging. Ik kon me niet voorstellen dat die negatieve spiraal nog langer zou aanhouden en ik ontbond de groep. Pijnlijk, want zij hadden ook heel wat tijd in dat demoproces gestoken, dus ik voelde me behoorlijk schuldig, maar het ging echt niet meer. Spijt? Neen. Ik had geen keuze, besef ik nu.”

“Het heeft me twee of drie jaar gekost om uit die put te klimmen en daarbij heb ik veel geprobeerd. Uiteindelijk heeft vooral een psycholoog me geholpen, door me te leren mijn negatieve gedachten vooraf al te detecteren en daar op in te grijpen. En ook mijn levensstijl heb ik drastisch omgegooid. Vooraf ging ik veel uit, zoals elke twintiger wel doet, maar ik merkte dat dat me niet alleen katers opleverde zoals iedereen, maar dat ik er ook angstiger door werd. Ik ben veel gezonder gaan leven en ben beginnen sporten. Boksen heeft me niet alleen fysiek deugd gedaan, maar me ook zelfvertrouwen gegeven: slagen incasseren, maar ook uitdelen.”

“Come join my homemade army / We’re stationed in your bedroom”

“Al vrij snel werd ik door The Van Jets gevraagd om live toetsen te spelen bij hen. Dat deed me ook deugd. Zo kon ik met muziek bezig blijven, maar toch op de achtergrond blijven en moest ik niet de songwriter of de frontman zijn. Langzamerhand kwam de zin om zelf opnieuw muziek te maken terug en na een tijdje merkte ik dat ik opnieuw songs schreef. Eerst heel erg donkere, depressieve nummers — niet echt Team Williammateriaal — en ik overwoog om daar een ander project mee te beginnen, maar naarmate de maanden verstreken merkte ik dat ik me beter ging voelen en plots had ik een vijftal Team Williamnummers in handen; precies het soort dat ik voor de tweede plaat in gedachten had gehad. Toen ik zo zes of zeven tracks compleet met arrangement had uitgewerkt en ik merkte dat ik eigenlijk best wel op mijn pootjes was gevallen, ben ik schoorvoetend naar Arne (Sunnaert, toetsenist van de groep, mvs) getrokken, met de vraag opnieuw te beginnen.”

“Voor mij is ons samenspel de basis van Team William. Ik ben de groep immers bijna begonnen omdat ik zo’n fan van hem was als persoon. Heel het idee van de band is vanuit ons twee gekomen, dus ik hoop echt dat ik het nooit zonder hem zal moeten doen. En zelfs al heeft hij voor deze plaat weinig creatieve inbreng gehad, omdat ik ze zelf thuis al grotendeels had geschreven, hij is altijd mijn grootste klankbord geweest. Als hij iets goed vindt, zit ik safe, heeft hij kritiek, dan ga ik thuis verder sleutelen. Voor onze volgende plaat wil ik echt opnieuw als vroeger werken, dat hij er bij is terwijl ik op mijn gitaar zit te prutsen, en we zo samen songs schrijven.”

“Met een bang hart ben ik mijn uitleg gaan doen, want voor hem was het een afgesloten hoofdstuk. Hij had zelfs besloten dat hij nooit meer in een groep wilde spelen, en dat zelfs ik niet meer moest terugkomen. Ik was als de dood dat hij neen zou zeggen, want ik kan me Team William zonder hem amper voorstellen. Als hij niet had toegestemd, dan was ik waarschijnlijk met iets anders gestart, maar zonder dat hij er lang over moest nadenken kwam het “let’s go”. (lacht) Dat was daarom niet meteen feest, maar een voorzichtig aftasten. Hij kwam bij mij eens luisteren naar de nieuwe nummers of hij die wel tof vond, was mee, we vroegen Douwe (Van Male), onze drummer er opnieuw bij, gingen voorzichtig aan het repeteren — zien of het nog plezant was — en zo gleden we er opnieuw in, met dien verstande dat ik alles nu veel meer kon relativeren. We besloten dan toch die tweede plaat op te nemen, zelfs al gingen we er van uit dat we opnieuw van nul zouden moeten beginnen omdat niemand nog op ons zat te wachten. Dat we misschien opnieuw onderaan de ladder, met café-optredens, zouden moeten beginnen, kon ons niet eens schelen; we hadden gewoon goesting.”

“It’s time to get back on my feet”

“Natuurlijk heb ik er over getwijfeld of ik dit verhaal in de openbaarheid moest smijten, maar had ik een keuze? Sowieso zou de openingsvraag van elke journalist zijn geweest waar we al die tijd gezeten hadden en dan kon ik toch moeilijk beginnen liegen. Ik zou het zelf ook niet fijn vinden als een band dat doet. Uiteindelijk hebben we altijd veel steun gekregen van mensen die naar onze optredens kwamen, onze platen kochten. Als wij dan zo lang verdwijnen, dan hebben ze recht op die uitleg. Maar voor hetzelfde geld heb ik hier over drie jaar spijt van. Geen idee; ik heb geen mediacursus gelopen.”

“Tekstueel ben ik door die hele periode ook anders gaan schrijven. ‘t Zijn nog altijd heel simpele, naïeve teksten, want dat zal altijd bij Team William horen: ik zie mezelf niet als een diepzinnige intellectueel met een boodschap. Ik ben opgegroeid met popmuziek en pop zal het altijd blijven. Dat raakt mij zelf ook het meest. Maar het klopt dat de nummers nu elk over heel specifieke dingen handelen, soms zelfs als een mini-verhaaltje, terwijl dat soort dingen op ons debuut bijna taboe waren. Ik vind dat nog altijd geweldig, maar … tja, je zit in een kutperiode en onbewust schrijf je dat toch van je af op één of andere manier.”

“Er is veel emotie gekropen in de plaat, maar het slotnummer “Where It All Turns Black” is iets waar ik echt trots op ben. Ik twijfel nog altijd aan heel veel, maar dat is nu eens een mooie beschrijving in een popsong van hoe slecht je je kan voelen. Ik ben altijd onder de indruk als andere mensen dat kunnen, dus ik ben heel blij dat het me gelukt is. ‘t Is een donkere noot om mee af te sluiten, maar op de derde plaat komt alles ongetwijfeld weer goed.” (lacht)

“We’re gonna build a new country”

“Ik heb de plaat Drama genoemd, maar het plakt wel in roze kauwgom op de hoes; met een zekere zin voor ironie. Natuurlijk, je voelt je jarenlang aan een stuk rot, waar ben je dan eigenlijk mee bezig? Mensen noemen dat dan een depressie, ik liever drama waar je verslaafd aan wordt, maar dat eigenlijk enkel in je hoofd bestaat en niets met de realiteit te maken heeft, zelfs al raak je er ook niet van af. “I haven’t been alive since 1995”, zing ik. Toen was ik tien jaar, maar de enige reden is dat iets moest rijmen op “alive”. En natuurlijk moest het een nineties-jaar zijn. Ik ben opgegroeid in die tijd en besef meer dan ooit dat de muziek die je op je zestien, zeventien jaar hoort, je nooit meer loslaat.”

“Pavement, Grandaddy, Sparklehorse, … dat waren de namen waar ik toen mee bezig was en die ook op ons debuut hun invloed lieten gelden. Sindsdien heb ik The Cure en New Order beter leren kennen en dat hoor je op Drama: veel meer synths. Door voor The Van Jets te moeten leren piano spelen, ging ik ook daar op schrijven en dat paste ook bij de sfeer van de nieuwe songs: een synth klinkt voor mij meteen veel melancholischer. Dat het ook aan de jaren tachtig doet denken, is dan mooi meegenomen. Dat soort cheesy eightiespop die zo uitgekotst is, ráákt me gewoon. De jonge Madonna kan me bijna tot tranen toe ontroeren; ik wil heel graag geloven dat ze dat oprecht meent. Een beetje drama mag van mij wel in muziek. Op ons debuut gingen wij er ook al over en nu had ik daar nog meer zin in; fok it. Dat mensen ons daarom afschieten hoort er dan maar bij. En producer Luuk Cox zat ook helemaal op die lijn. Die knallende Bruce Springsteenachtige drum in “Stormy Weather” zat er al op de demo in, maar hij heeft die met plezier nog wat opgepompt. Met zijn achtergrond in Shameboy was hij sowieso de ideale man om de elektronica van de demo’s naar plaat te vertalen.”

“Of we nu echt vertrokken zijn na die valste start, weet ik niet. Ik ben in elk geval al voorzichtig aan het schrijven voor een volgende plaat, en — hout vasthouden — ik heb het gevoel dat ik nooit meer in die val van het perfectionisme trap. Ik heb nu ontdekt wat ik nodig heb om te functioneren en als ik dat zo hou, moet het wel lukken. Het zou mooi zijn mocht ik in mijn platenkast toch voor een rijtje Team Williamalbums kunnen zorgen. Soms zet Arne de demo’s voor die nooit gemaakte tweede plaat op en dan hoor ik goeie momenten die we misschien kunnen afwerken in de toekomst. En de slechte momenten? Daar kan ik nu mee lachen en zo hoort het ook als artiest. Je vindt nooit alles goed, snap ik nu.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + acht =