Inside Dave Van Ronk :: Folksinger, gids en anarchist

De nieuwste film van de Coen Brothers, Inside Llewyn Davis, is losjes gebaseerd op de levenswandel van folklegende Dave Van Ronk. De in 2002 overleden “Mayor Of MacDougal Street” was een van de kleurrijkste figuren die de grote folk revival in de eerste helft van de jaren 60 bevolkten. Van leergierige kwajongen tot obsessief archivaris en vaderfiguur voor legendes in wording: Dave Van Ronk was het allemaal.

Skiffle In Stereo

New York, 1958. Skiffle is hip en stereo is het nieuwste technologische snufje. Ergens in een obscure studio verzamelt zich een bende verwaaide folkies om Skiffle In Stereo, een van de eerste opnames in stereo te maken, en dat ging dan als volgt: men dele de groep in twee, de linkerhelft zet zich in een kamertje voor een microfoon en de rechterhelft doet hetzelfde in een nabij gelegen vertrek. Ze horen elkaar nauwelijks spelen maar slagen er toch in 14 liederen op band te zwieren. Het kige resultaat is vandaag een gegeerd collector’s item waar je al gauw 100 dollar voor neertelt. De reden? Dave Van Ronk.

John Coltrane

Het was dan eindelijk gelukt. Met Skiffle In Stereohad Van Ronk zijn eerste plaatopname beet, de deur naar regelmatige optredens was geopend en onder impuls van de heersende folk revival kwam zijn carrière op gang. Anders dan gepland weliswaar, want Van Ronk was aanvankelijk gebeten door de jazzmicrobe. Als jonge snaak ging hij overdag rondneuzen in de New Yorkse jazzclubs waar Coltrane en co repeteerden voor het optreden later op de avond. Om van de muziek te proeven natuurlijk, maar toch vooral om peuken te stelen van de jointjes die door de iconen van de jazz werden achtergelaten. Wiet was duur en Van Ronk was straatarm.

Het tekort aan centen werd echter gecompenseerd door een overschot aan jeugdige stoutmoedigheid. Vastberaden om professioneel muzikant te worden, fixeerde de would-be gitarist zich op de uiterst traditionele vorm van jazz, zoals die door mensen als Charlie Christian werd gespeeld. Een reputatie als sideman met luide stem — wat handig was, want je moest boven de band kunnen uitkomen — was het voorlopige hoogtepunt. Tot hij een collega aan het werk zag die de fingerpicking techniek beheerste. Een nieuwe wereld ging open en Van Ronk begon als een bezetene de techniek naar zijn hand te zetten. Tegen wil en dank leerde hij dat deze manier van gitaarspelen zijn roots had in de door jazzsnobs verguisde folktraditie. Uiteindelijk zou deze samenloop van omstandigheden een zegen worden. Door zijn folksongs te harmoniseren volgens de principes van de jazzmuziek wist Van Ronk zich te onderscheiden van de andere folkies.

Harry Smith

In de eerste helft van de jaren 50 — Van Ronk was intussen een meer dan verdienstelijk gitarist — groeide Washington Square uit tot the place to be voor muzikanten die zich toelegden op het vertolken van Amerikaanse rootsmuziek. Ze gingen zelf op zoek naar authentieke liederen die zo authentiek mogelijk werden vertolkt. Het gezamenlijke repertoire groeide gestaag, tot ene Harry Smith via het Smithsonian label zijn Anthology Of American Folk Music aan de wereld schonk. Het was een ware schat aan opnames van oude bluesknarren zoals Mississippi John Hurt, Blind Lemon Jefferson en de legendarische Carter Family. Als een bezetene stortte Van Ronk zich op deze geweldige vondsten; het was immers de eerste keer dat hij met de echte bron in aanraking kwam. Onder andere “The House Carpenter” en “Stackalee” werden vaste nummers in zijn repertoire. Hoe dankbaar hij hem ook was, met de excentrieke beatnik die Harry Smith in feite was, had Van Ronk hoegenaamd niks gemeen. Het ging hem enkel en alleen om de muziek en die moest zo waarachtig en echt mogelijk worden overgebracht.

Odetta

Hoe goed hij zich als gitarist ook kon onderscheiden, zijn stem was het belangrijkste wapen waarmee hij mensen kon raken. Het emotionele bereik ervan is met de loop der jaren dan ook hét handelsmerk geworden van Dave Van Ronk. Van vervaarlijk geblaf naar lieflijk gefluister, hij deed het allemaal even overtuigend. Het leven aan de rand heeft op dat gebied zijn voordelen. Met de gitaar onder de arm de clubs afschuimen om optredens te versieren bracht nu eenmaal weinig op en die eerste jaren in New York waren lange jaren van honger en dorst. Maar de immer zwoegende muzikant werd uiteindelijk beloond.

Een aanbod om de affiche te delen met folklegende Odetta kwam als een geschenk uit de hemel. Dat ze dan ook nog eens danig onder de indruk was van zijn doorleefde vertolkingen was de kers op de taart. Ze nodigde hem zelfs uit om in Chicago zijn geluk te beproeven in de legendarische club The Gate Of Horn. Diens uitbater was echter maar matig onder de indruk en zag Van Ronk nog niet direct staan tussen de grote namen die z’n affiches vulden. Een ware afknapper en terug naar af. New York was intussen een broeihaard geworden voor linkse activisten van allerlei pluimage en in die kringen vertoeven zonder in het vizier te lopen van de McCarthy-commissie, was een helse onderneming die mateloos frustrerend was.

Pete Seeger

Tekenend voor de politieke activist in Van Ronk was zijn tweeslachtige houding ten opzichte van Pete Seeger. Als muzikant had hij niks dan bewondering voor Seeger, die als geen ander het publiek kon vervoeren met oprechte vertolkingen van zijn politiek geëngageerde teksten. Maar zelf stond Van Ronk voor een strikte scheiding tussen muziek en politiek en hij walgde van de manier waarop echte plattelandsliederen van het volk door de met het communisme dwepende activisten werden gebruikt om hun politieke standpunt een laag van authenticiteit te geven. Het werd een periode van lijdzaam toezien hoe Seeger en Woody Guthrie uitgroeiden tot spreekbuizen van de lefties, een groep waar hij als overtuigd trotskist en anarchist toch ook deel van uitmaakte.

Zijn engagement was anderzijds wel even vurig en fel (Van Ronk stond meermaals op de barricades om onder meer op te komen voor de rechten van holebi’s), maar nooit kwam dat engagement in het vaarwater van zijn muziek. Behalve dan wanneer hij meewerkte aan het opstarten van “The Folksingers Guild”, een soort vakbond die opkwam voor de rechten van de artiesten. In allerhande publicaties ging hij ook fel tekeer tegen collega’s die gratis en voor niks optraden en op die manier het beroep “folksinger” ondermijnden. Er vast van overtuigd zijnde dat de grote folk revival niet lang meer op zich zou laten wachten, pleitte hij voor een vergevorderde professionalisering van zijn stiel.

Bob Dylan

De eerste tekenen van een revival dienden zich al aan toen de jonge Bob Dylan in New York neerstreek. Van Ronk gidste hem naar de juiste clubs en naar het juiste repertoire dat door Dylan op geniale wijze naar z’n hand werd gezet. Zo is er de bekende mythe dat Dylan “House Of The Rising Sun” van hem zou gestolen hebben, een verhaal dat doet vermoeden dat de twee als water en vuur waren. Toch is het vooral een hechte vriendschapsband en wederzijdse bewondering die aan de basis lagen van hun geschiedenis. Natuurlijk zou Dylan ook zonder Van Ronk zijn uitgegroeid tot het icoon dat hij werd, maar toch is zijn invloed meer dan bepalend geweest. Desondanks zal de purist in Van Ronk meermaals groen gelachen hebben om de manier waarop Dylan, maar vooral talloze mindere goden, creatief omgingen met het zich toe-eigenen van wat doorgaans als cultureel erfgoed werd beschouwd.

”If you can’t write, rewrite. If you can’t rewrite, copyright”: het zijn iconische woorden die hem nauw aan het hart lagen. Zo verwees hij Jackson Browne vriendelijk door naar Reverend Gary Davis toen Browne hem aanbood om de royalties af te staan voor zijn versie van “Cocaine Blues”. Met pijn in het hart weliswaar, maar koppig genoeg om aan zijn waarden vast te houden. Rijk werd hij er dus niet van, maar door de explosie van de langverwachte folk revival midden jaren 60 begon het geld te stromen en ook voor Van Ronk begon eindelijk een creatieve periode waarin hij het merendeel van z’n platen kon opnemen voor grotere labels zoals Prestige. Dave Van Ronk werd een gevestigde waarde en vond eindelijk de weg naar een groter publiek.

…And The Tin Pan Bended, and the story ended

De laatste plaat die hij ooit opnam, is deze liveregistratie van enkele maanden voor zijn dood en het moet een loodzware inspanning geweest zijn, want een slepende ziekte legde al onomkeerbaar beslag op zijn gezondheid. Meermaals hoor je hem tussen de regels door naar adem snakken om de volgende zin te halen. Niettemin is dit het ultieme testament van een artiest die z’n kunst tot in het diepste van zijn vezels geleefd heeft. …And The Tin Pan Bended, And The Story Ended is een heel persoonlijke neerslag van Van Ronks verhaal, verteld aan de hand van zijn kleurrijke anekdotes en vooral met heel intieme vertolkingen van enkele van z’n meest bekende nummers. Luister naar “Did You Hear John Hurt” en maak de vergelijking met het origineel van Tom Paxton om een beeld te krijgen van wat een fantastisch vertolker Dave Van Ronk was. Een prachtig sluitstuk van een oeuvre dat de ultieme gids zal blijven in het uitgestrekte folklandschap. Zo eentje die de verborgen pareltjes toont, waar de andere toeristen achteloos voorbij zouden lopen.

The Mayor of MacDougal Street: A Memoir, van Dave Van Ronk en Elijah Wald, was een bron van informatie bij het schrijven van dit artikel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =