Iroha + Hessian + Godflesh :: 14 mei 2013, De Kreun

Toevallig of niet, maar net op het moment dat de lente even oversloeg in guur herfstweer, streek industrialpionier Godflesh neer in ons land. Maandag werd ongetwijfeld ook de Brusselse Magasin 4 kapot gespeeld. Want zelden hebben we zo’n vernietigend optreden meegemaakt als dat van het legendarische Britse duo in De Kreun dinsdagavond.

Wat een oorverdovende concertavond moet worden, wordt mooi ingeleid door Iroha, een duistere shoegazeband met (ex-)leden van Final en Jesu, respectievelijk een oud en nieuwer project van Godflesh-frontman Justin Broadwick. Vanaf de eerste noot klinkt Iroha verdacht veel als Jesu. In haast elk nummer worden de trippy repetitieve drones bruusk onderbroken door woeste gitaaruitbarstingen. Maar door de atmosferische stem van Dominic Crane is Iroha wel dromeriger dan Jesu. Ondanks het splijtende gitaarvolume straalt het trio toch innerlijke rust uit.

Dat intieme universum wordt door Hessian meteen omgezet in complete destructie. De interactie met het publiek is bijlange niet zo groot als op zijn release show zaterdag. In ruil krijgen we wel een imposante geluidsmix, een van de sterkste troeven van de Kortrijkse concertclub. Nog meer dan op plaat wordt een gitaarmuur van driedubbel gewapend beton neergezet. De maniakaal snelle drums van Tim Bryon en beukende bas van Kenneth Vanhoutte zijn haast constanten, gitarist Levy Seynaeve wisselt in “Ascension”, “Manégarmr” en “Mother Of Light” af tussen chaotische crust en in de huid kervende gitaren. “Plague Monguer” is iets meer groovy, het door Seynaeve ingeschreeuwde “Father Of Greed” neigt meer naar doom maar toch blijven chaos en duisternis overheersen. Reken daarbij nog eens een imposante verschijning als zanger Bram Coussement, die soms wild om zich heen slaat, en je hebt een band die in staat is om je vast te grijpen en tegen de muur te smijten. Als je er als luisteraar dan nog eens koude rillingen van krijgt, dan heb je te maken met een ijzersterke band.

Sinds 2010 spelen zanger-gitarist Justin Broadrick en bassist Ben Green weer samen als Godflesh. Voor de vele aanwezige dertigers moest hun optreden een extreem luide nostalgische trip worden. Een fanatieke gitarist, onbeweeglijke bassist en een ratelende drumcomputer: het voelt eerlijk gezegd eerst wat onwennig aan om Godflesh bezig te zien en, vooral, te horen. Maar Broadrick en Green doen wat ze moesten doen: het grimmige en verstrikkende leven in een industriële stad als Birmingham in donkere, nihilistische klanken omzetten. Godflesh beïnvloedde daarmee begin jaren negentig onder meer Neurosis, Nine Inch Nails, Fear Factory, Isis, Faith No More. Zelfs Korn en Metallica werden naar eigen zeggen fans.

De drumbeats stampen een dik uur lang in de maag. Oordoppen zijn nutteloos want de voorgeprogrammeerde drums doen die gewoon uit de oren trillen. Godflesh live moet je met andere woorden gewoonweg ondergaan. Je moet je in een zwart gat van feedbackende gitaren, drumschoten en onheilsschreeuwen laten opslokken. Een van de vroege hoogtepunten van de onaardse razernij is “Like Rats”, dat hier en daar mee gescandeerd wordt. Ook klassiekers als “Christbait Rising” en “Mothra” passeren de revue maar halverwege de set lijkt een klein deel van het jongere publiek al moe gestreden.

Het is niet volledig onbegrijpelijk dat de imposante geluidsbrij na een halfuur iets te voorspelbaar en saai wordt, aangezien de meeste nummers al twintig (!) jaar oud zijn. Maar anderzijds: Godflesh bewijst dat er vandaag de dag bijna geen albums meer als Streetcleaner en Pure gemaakt (kunnen) worden — al bewijst Hessian dat er nog altijd met een oerkracht kan uitgehaald worden. In De Kreun laat het duo op een verwoestende manier horen waarom het in de jaren negentig zo essentieel was. Dat frontman Broadrick nu maar gauw de plattelandsrust in zijn thuisland Wales opzoekt, want van God vlees maken, dat kan niet gezond zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =