Michiel Braam’s Hybrid 10tet :: 9 november 2012, De Werf

De Nederlandse pianist en componist Michiel Braam is een graag geziene gast in die Scone. Zo speelde hij, na een paar eerdere passages met o.m. het ter ziele gegaan Bik Bent Braam, twee jaar geleden nog een warm onthaald soloconcert tijdens Jazz Brugge. Dit nieuwe tentet is eigenlijk volledig op maat gemaakt van dat festival, maar ook in de vertrouwde thuisbasis De Werf werden de pannen van het dak gespeeld door een imponerende bende kleppers.

Het is bijna niet meer van deze tijd, dit soort bezettingen. Nochtans is dit al de tweede keer op korte tijd dat Braam met zijn Hybrid 10tet de hort op gaat. De eerste keer was dat met een bundel composities onder de arm die stuk voor stuk geïnspireerd waren door de zalen waar de groep ging spelen. Later in 2011 kwamen de indrukwekkende resultaten terecht op On The Move. Anderhalf jaar na die eerste concertreeks trekken de muzikanten nog eens rond met het eclectische programma dat hen intussen gegoten zit, als een tweede huid.

Van de partij: het Matangi strijkkwartet, de ritmesectie Pieter Douma (bas) en Dirk-Peter Kölsch (samen met Braam verenigd in het rockgeoriënteerde trio eBraam) en blazers Taylor Ho Bynum (kornet, bugel), Carl-Ludwig Hübsch en hoornspeler Morris Kliphuis, die trombonist Nils Wogram verving. Een eclectisch gezelschap met diverse achtergronden dus en dat is net wat in de kaart van Braam speelt. Die heeft voor zijn composities immers net dit soort volk nodig.

Hoewel jazz en improvisatie een cruciaal ingrediënt van het dozijn gespeelde composities zijn, is het compositorische element minstens zo belangrijk. De stukken die Braam in elkaar bokste zijn vaak tot in detail uitgeschreven. Niet dat het de muziek voorspelbaar maakt, want zonder te verzanden in willekeur wordt voordurend gespeeld met genregrenzen (en dan vooral het slopen ervan), al was het van meet af aan ook duidelijk dat de betrokken muzikanten door en door vertrouwd zijn met de composities en niet nalaten om er een eigen draai aan te geven, vaak tot groot jolijt van hun collega’s.

En dan zie je maar dat pure goesting altijd aanstekelijk werkt. Vanaf “Fat Centered Gravy”, dat van start ging met een piano-intro die aarzelde tussen ontregeling en stride, en Braam haast deed klinken als een moderne Jaki Byard, begon de veelkleurige muziek bruisen als een driftig geschudde fles champagne. Er doken stoere rockgrooves op, in “El Frecuentemente” werd aansluiting gezocht bij pompende noir jazz en in “Cuba, North Rhine-Westphalia” veroorzaakte een plotse omslag een omweg via Buena Vista Social Club en Ruben Gonzalez.

De integratie van de strijkers was ook meer dan zomaar een cosmetische invulling. Ze vormden soms een knappe juxtapositie op het spel van de blazers en drukten regelmatig hun stempel op de composities, die dansten van jazz naar tango, hoempapa, blues en plagerige gekte. Zo ging “Rich Rabbit Research” (voor De Singer in Rijkevorsel) het ene moment de filmische toer op, terwijl het andere aansloot bij de hyperkinetische energie van Flat Earth Society, met een zotte tubasolo op een funkende groove.

Op papier misschien een collage die met haken en ogen aan elkaar hangt, maar dat was allerminst het geval. De stukken werden sterk gedoseerd, knap verweven en met een soms virtuoos uithalende Ho Bynum beschikte Braam over een rechterhand die regelmatig de koers mee uitstippelde of zorgde voor verrassende interventies. De tweede set had met “The Indonesian Refuge” en “Huize Jinnenberg” aanvankelijk wat taaier werk in de aanbieding, waarin het strijkkwartet nog prominenter musiceerde en aansluiting gezocht werd bij kamermuziek en avant-garde, maar de spanning verslapte nooit.

Een van de absolute hoogtepunten was “A View To A Sound” (inspiratie: Bimhuis, Amsterdam), waarin zich een halsbrekend spel met timing afspeelde voor de blazers, regelmatig gerefereerd leek te worden aan Mingus’ stadsblues en Braam zelf ook uitpakte met een opgejutte solo. En zo baande het tentet zich een swingende, strompelende, grappende en vleiende weg door het materiaal, langs opgewerkt spul als “Three Grazing Arches” met z’n New Orleans-tics en de elegantie van ‘slaapmutsje’ “Pitstop Ball Ad”. In het bisnummer werd het zootje nog eens op z’n kop gezet door een Kölsch, die in de weer was met opblaaskippen en andere ongein. Maar binnen die context werkte het.

Kortom: Braam’s Hybrid 10tet maakte indruk met razend knappe composities, gedreven en geïnspireerde uitvoeringen, en zowel individueel als collectief regelmatig verbluffende hoogstandjes. Een eclectisch festijn dat bijna twee uur mikte op hoofd, buik én benen en er nog mee weggeraakte ook. Straf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =