Breton :: ”Alles moet er zijn met een reden, maar het moet spontaan gebeuren”

Twee jaar bestaat Breton nog maar, en nu al hebben ze vier ep’s, talloze live shows en een oerdegelijk langspeeldebuut Other People’s Problems achter de kiezen. Begin dit jaar waren ze nog een obscure band uit de Londense zuidrand, nu verkopen ze wereldwijd zalen uit, maken ze videoclips en remixen voor grote artiesten zoals Sinéad O’Connor en Tricky.

Toch is Breton geen evidente band om uit te leggen. Niet alleen hun muziekstijl is wat verwarrend door het lustige genre hoppen tussen breakbeats, dubstep en indie rock, daarnaast zijn ze ook actief als een mediacollectief, weliswaar met een nadruk op muziek, maar evengoed met grote aandacht voor film en fotografie.

Roman Rappak (zang, gitaar, beats): “Op een bepaalde manier is wat we doen, ondanks die veelzijdigheid, toch een erg straight forward gegeven. Ik denk dat als je geïnteresseerd bent in muziek, film of gelijk wat, je wilt weten hoe het voelt om dat allemaal te maken. Dat loopt dan nog eens samen met allerlei zaken die gebeuren in de technologie waardoor je bijvoorbeeld editingmateriaal erg goedkoop kan uitproberen, gemakkelijk een song kunt schrijven en veel instrumenten kunt opnemen, wat stimulansen geeft aan een zekere nieuwsgierigheid die we al hebben. Breton is voor mij dan een constante zoektocht naar waar we van houden in films en muziek. We zijn daar redelijk naïef in, er is geen groot masterplan of iets dergelijks. We maken gewoon muziek die we goed vinden en waarvan we vinden dat mensen ze ook goed zullen vinden.”

enola: Zou je die multimediale activiteiten dan zien als een continuüm of zie je toch ergens een scheidingslijn?
Rappak: Nee, er is echt een consistent gegeven dat geldt voor alles, van het schrijven van een song die effectief is tot een film of een foto. Het komt allemaal op hetzelfde neer. We combineren het ook live, waarbij we de video’s projecteren terwijl we spelen, wat toch erg bijdraagt aan de ervaring van een Bretonshow.

enola: Zie je dan ook een cumulatief effect naar de buitenwereld toe, waarbij je activiteiten op het ene vlak die op het andere versterken. Bijvoorbeeld, jullie hebben recent een videoclip opgenomen voor Sinéad O’Connor: heeft dat een effect gehad op jullie muziek en de appreciatie ervan?
Rappak: Absoluut. Sinéad O’Connor is een goed voorbeeld, want het is haar muziek en haar videoclip dus moesten we een esthetiek ontwikkelen die bij haar paste. Tegelijkertijd moest het toch onze voetafdruk dragen als het ware en net omdat we voor al die media dezelfde aanpak gebruiken, komt dat bijna moeiteloos. Als je een artikel wilt schrijven in dezelfde stijl als iemand anders zal het altijd wat “vals” lijken, terwijl je, als je het gewoon schrijft zoals je wilt schrijven, er niet eens over moet nadenken.

enola: Hoe voelen jullie de respons die totnogtoe op de plaat is gekomen aan?
Rappak: Ja, het was al fantastisch. Zeker omdat het eigenlijk een kleine plaat is, weet je. Uitgekomen op een indielabel, we proberen geen miljoenen exemplaren te verkopen of zo. Het is altijd erg klein begonnen en voor ons is het vreemd dat er nu opeens zoveel interesse is terwijl we toch al twee jaar bezig zijn en er al meteen over gepraat werd op blogs. Het is een erg graduele groei geweest, we zijn niet plots geëxplodeerd of zo.

enola: Voelde je, door die hype die steeds groeide omtrent jullie shows en ep’s, dan geen erg zware prestatiedruk voor deze debuutplaat?
Rappak: Niet echt. Vooral omdat we gewoon konden doen wat we wilden bij Fat Cat en geen scenario opgelegd kregen, voelden we geen echte druk. Bij majors heb je dat veel meer, moet je een bepaald soort song schrijven dat als single kan gereleased worden. Dat is een manier om muziek te maken die meer lijkt op een zaak runnen, maar het creëert ook wat eenheidsworst. Ik denk dat Other People’s Problems dat niet is geworden, het zijn geen tien verschillende versies van de single. Door de vrijheid die we kregen voelden we dus geen druk; ik zou dat enkel voelen als ik iets moest doen wat me opgelegd wordt. Alles gaat gewoon erg goed en is een aangename verrassing geweest.

enola: Op de plaat is er een constante spanning voelbaar tussen meer subtiele geluiden en arrangementen enerzijds en een erg zware productie met diepe drums anderzijds. Hoe houd je dat in evenwicht in een geheel dat werkt?
Rappak: Ik vind dat muziek, maar ook andere kunst, juist interessant wordt wanneer je dingen op een onverantwoorde manier doet, door bijvoorbeeld dingen op een vreemde manier te mixen en met een volledige wanorde te beginnen, om dan van daaruit iets ordelijker te kneden. We beginnen erg instinctief en dan proberen we wat intelligentie of diepgang te creëren, contrasten in de verf zetten en dergelijke meer. Ik kan simpelweg niet een volledig doordachte song uit het niets schrijven, er is altijd een proces aan verbonden waarbij we vanuit volledige chaos iets ontwaarbaar vormen. Het gevaar dat dit kan leiden tot iets onevenwichtigs prikkelt me wel. Bottom line: alles moet er zijn met een reden, maar het moet vanuit het spontane komen.

enola: Je hebt ook gebruik gemaakt van hulp van buitenaf bij de arrangementen, door Hauschka in te schakelen. Hoe werkte dat?

Rappak: Het was bijna een reverse remix eigenlijk, erg interessant. Ik had de nummers afgewerkt en plugins en samples gebruikt voor de strijkers- en blazerspartijen. Dat was ook weer die contrastwerking met agressieve en synthetische beats en er dan strijkers boven, dat verandert de klank volledig. Het epische, het grandiose en zelfs wat geraffineerde tegenover het bijna kinderachtig beukende geeft een mooie balans vind ik. Maar die samples werkten dus niet echt, dus stuurde ik ze naar Hauschka, die er nog wat dingen aan veranderde. Wat hij ons terugstuurde was echt mooi, het zou zelfs op zichzelf kunnen staan, maar dan hebben we ze weer in stukken gehakt en herschikt tot wat het nu is. Het doet me wat denken aan chinese whispers, ken je dat spel? Waarbij je iets doorfluistert in een cirkel en aan het einde van de groep is het iets helemaal anders? Dat is haast wat er gebeurd is bij die samenwerking, bijna surreëel eigenlijk.

enola: Ondanks de sterke stijlverschuivingen en verschillende elementen in de plaat, merk je toch duidelijk een uniforme klank. Was dat de bedoeling om een totaalwerk af te leveren?
Rappak: Zeker, er is ook veel denkwerk gestoken in het idee dat dit een introductie tot de band moest zijn en dus goed onze totaalklank moest vertegenwoordigen. Sowieso moet een band vandaag meer invloeden overnemen omdat de muziekbeleving zo open is. Twintig jaar geleden luisterde je naar punk, hing je rond met punkers en speelde je zelf in een punkband, maar dat is vandaag niet meer aan de orde. Vandaag is het allemaal shuffle en luisteren mensen naar honderden verschillende stijlen en daar moet je als hedendaagse band in mee gaan denk ik, ook al zal niet het hele publiek daar dan in volgen. Ik hou van elektronische muziek, maar ook van rockgitaren, ik hou van een drum kit, maar ook van breaks en hiphop. Het moest een portret zijn van alles waar we van houden en tegelijkertijd een introductie tot de band. Er zijn massa’s tracks die de plaat niet gehaald hebben omdat ze niet zouden werken in de context, of omdat ze wat verwarrend zouden klinken in het geheel.

enola: In die shuffle cultuur, waarbij mensen vaak ook maar naar een song of twee per band luisteren, heeft het album heel wat aantrekkingskracht verloren. Geloof jij nog in het album dan?
Rappak: Vandaag is het bijna ironisch om een plaat uit te brengen, maar toch relevant. Het album kleurt nog sterk de manier waarop we over muziek denken, we spreken nog altijd over b-sides bijvoorbeeld wat teruggaat op de tijd dat muziek enkel op vinyl uitkwam. Natuurlijk veranderen de iPods en de twintigduizend songs die je erop kan opslagen de manier waarop mensen naar muziek luisteren, maar als een format blijft het album toch een prikkelende manier om aan muziek te doen. Bijvoorbeeld, mensen kunnen een gratis ep van ons downloaden, zien dat we muziek voor film en modeshows hebben gemaakt, maar daarnaast hebben we ook dit album dat met twaalf tracks een centrale introductie vormt, en ik denk dat mensen daar wel naar grijpen als ze echt geïnteresseerd zijn in ons.

enola: Jullie zijn behoorlijk aanwezig op het internet. Zou je durven stellen dat jullie succes in grote mate aan het internet te danken is?
Rappak: We zijn er zeker een product van, en het beïnvloedt alles op vlak van hoe we muziek maken en verspreiden. Niets van wat wij nu doen was mogelijk geweest tien jaar geleden. Je had wel al mp3’s en je kon zelfs albums downloaden, maar met YouTube en andere kanalen is het in de afgelopen jaren allemaal in een stroomversnelling terechtgekomen. Het is een opwindende tijd om muzikant of artiest te zijn, we leven echt in een soort year zero omgeving waarin alles mogelijk is.

enola: Jullie kraken een pand in Londen, omgedoopt tot BretonLabs, dat jullie als uitvalsbasis gebruiken voor jullie kunst. Komt dat niet onder druk te staan nu jullie wat meer bekend worden?
Rappak: Ja, het was wat vreemd onlangs. We hadden een optreden gespeeld in Londen, en zoals meestal namen we dan wat volk mee naar onze stek, maar deze keer was het echt een zorgbarend grote groep en ook de volgende dagen bleven er maar mensen langskomen. We willen het niet afsluiten voor anderen, zeker omdat de band een erg inclusieve filosofie heeft. Toen ik muziek begon te maken heb ik er veel aan gehad dat mensen me dingen toonden en suggesties gaven en we samen werkten aan dingen en dat willen we zeker niet achterlaten.

enola: Hoe schat je de toekomst in voor de band?

Rappak: Het enige waar ik aan gewend ben geraakt, is dat ik niet weet wat er zal volgen. Dat heeft ons nu al zo ver gebracht dat we gewoon door doen en wel zien waar we uitkomen. We touren erg intens in Europa en de Verenigde Staten, doen veel remixwerk, een volgende plaat komt er hopelijk nog dit jaar of volgend jaar aan. We blijven zeker bezig.

Breton speelt op vrijdag 17 augustus op Pukkelpop om 13u20 in de Castello

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 5 =