Jan Swerts :: 24 februari 2012, CC De Spil (Roeselare)

Weg was ongetwijfeld een van de Belgische verrassingen van 2010 en een album dat voor een DIY-product waar je je tijd voor moest nemen (acht songs in zeventig minuten!) toch snel z’n weg vond naar de smaakmakers en muziekjournalisten, die meteen op zoek mochten gaan naar synoniemen om de dominantie melancholie te omschrijven. Anderhalf jaar later staat Swerts (intussen met een platencontract onder de arm) voor het allereerst met een groter ensemble op de planken om werk uit zijn debuut en de opvolger, gepland voor later dit jaar, voor te stellen.

“Ik hoop dat jullie je dat applaus niet gaan beklagen” is de gortdroge commentaar van de Limburgse pianist als hij bij het betreden van het podium onthaald wordt met een gul West-Vlaams welkomstapplaus. Die zelfrelativerende en wat stekelige humor (“Ik ben contractueel gebonden aan bindteksten…”) zijn misschien niet wat je verwacht van iemand die zo’n ernstige, soms zelfs rigide muziek maakt, al zorgde het er wel voor dat het concert ver uit de buurt bleef van het zelfgenoegzame salonintellectuelensfeertje dat soms rond dit soort muziek durft hangen.

Swerts begon het concert in het gezelschap van drie blazers: eufoniumspeler Michel Smullenberghs (die er ook bij was op Weg) en trompettisten Glenn Magerman en Jon Birdsong. Opvallend was ook dat Swerts meteen van wal stak met “Lokenstraat 1”, een kabbelende lap van twintig minuten die aan het einde van het album verstopt zat, en niet bepaald zorgt voor een snel weghappende entree. De vrij toegankelijke sound, gegoten in eigenzinnige arrangementen en soms eindeloze herhalingen, bepaalden voor een groot stuk de charme van het concert en onderstreepten ook nu Swerts’ unieke positie.

Ook al zit hij stevig in de minimalistische traditie van Wim Mertens (zeker als hij ook nog eens zijn kopstem gaat gebruiken, zoals in “Singelstraat 11”), er zitten net zo goed elementen in van haast narcotische pop en pastorale folk, maar dan verpakt in koppig terugkerende akkoordenreeksen, spaarzame teksten en karige inkleuring. De meegekomen muzikanten werden waarschijnlijk ook niet betaald per noot, maar hoewel ze betrekkelijk weinig werk hadden, waren hun bijdragen wel bijzonder goed geplaatst en smaakvol op elkaar gestapeld.

Naast de drie blazers, die links van Swerts zaten, waren er ook drie vrouwen aan de rechterkant die zorgden voor viool (Beatrijs De Klerck), cello (Liesbeth Meynen) en contrabas (Lara Rosseel). Ze zorgden ervoor dat het wat strenge karakter van de muziek soms iets lichtvoetiger en nog eleganter kon worden. Dat was vooral zo in het eerste van de nieuwe nummers – “Zo bleek zal ik zijn” – dat meteen ook het hoogtepunt van het concert werd. Zonder zijn persoonlijke stijl te verloochenen is Swerts er in geslaagd om zijn muziek in een meer uitgewerkte, gearrangeerde en misschien zelfs dramatische(re) koers te sturen. Het stuk klonk alleszins als een prachtige voorbode van het nieuwe werk.

Het erop volgende “After The Virtue” was een overduidelijk eerbetoon aan Wim Mertens en evolueerde van een Spartaans uitgetekende solo naar een breder georkestreerde brok weemoed zoals we die kennen van Weg. Het nog titelloze slotnummer was een minder opvallende compositie, maar Swerts’ nummers moeten het dan ook niet hebben van hooks, meezingbare refreinen en extreme emotionele curves. Moeilijk, dissonant of bruusk is het nergens, maar het vergt wel een immense concentratie, van de muzikanten én de luisteraars, wat ervoor zorgt dat ook het nieuwe album geen hapklare brok wordt.

Het optreden was niet zonder schoonheidsfoutjes – de vocale aanzetten waren in de eerste nummers wat onzeker, de overgang van “Singelstraat 11” naar “Driekruisenstraat 107” gebeurde wat bruusk en aan de aarzelingen en voorzichtige aanpak merkte je dat dit geen band is die al vaak samen op de planken stond -, maar dat kon niets veranderen aan het feit dat Swerts bijzonder mooie muziek maakt en de hort op was met knappe arrangementen en muzikanten die zorgen voor een kleurbeeld dat even subtiel is als de composities. Heel mooi was ook het korte bisnummer “Alkenstraat 9”, dat hij solo bracht, maar waarvoor hij toch kon rekenen op blaaspartijen van achter het gordijn.

Maar vooral: er is nog een toekomst weggelegd. Ook zonder de luxe van de onbeperkte tijd (Weg werd pas op de markt gebracht na een jarenlang proces van schrijven, schaven en opnemen) lijkt Swerts in staat om sterk werk af te leveren. Dat de nieuwe composities veel moois beloven is dan ook een understatement van jewelste. Album #2 zou wel eens een nieuw schot in de roos kunnen worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + elf =