Neen, ook Trickys negende plaat Mixed Race is niet het nieuwe meesterwerk waar de fans nu al jaren op wachten. De Britse belhamel komt te weinig geïnspireerd voor de dag en is zijn focus kwijt. De vraag stelt zich of een terugkeer naar de vorm van weleer nog wel mogelijk is.

We gaan er geen doekjes om winden; Tricky was voor het geluid van de jaren negentig even bepalend als Pavement, Slint of zelfs Radiohead. In loondienst bij Massive Attack stond de Brit aan de wieg van de triphop en met Maxinquaye leverde hij solo één van de beste platen uit dat genre af. Het talentvolle enfant terrible uit Bristol zat boordevol frustraties die hij kwijt kon in de agressieve, donkere muziek die hij maakte. Maar de tijden zijn veranderd. Vijftien jaar later is triphop zo goed als uitgestorven, en daarmee ook de maatschappijkritische mentaliteit die met dit genre samenhing. "We zijn onze eigenheid verloren", liet Tricky onlangs nog optekenen in de Britse kwaliteitskrant The Daily Telegraph.
Ook Tricky zelf gaat vandaag eerder vreedzaam door het leven. Hij vestigde zich recent in Parijs en is een tevreden man geworden die rust met zichzelf en met de buitenwereld gevonden heeft. Bij interviews staan de journalisten alvast niet meer op hun benen te trillen, met de schrik dat ze bij een verkeerde vraag een djoef op hun bakkes gaan krijgen. Helaas vreet deze hedonistische gedragslijn aan de creativiteit van de artiest. We merkten het ook al bij collega’s urban-artiesten als Dizzee Rascal, Mike Skinner en, zo u wil, ook Eminem; wanneer de voorspoed plots toeneemt, vervalt vaak de grimmigheid, de scherpte en de gretigheid. De ongenadig harde Tricky die ooit Björk de levieten las als "Best to keep your mouth shut, baby, and keep it close to your chest", lijkt hier dood en begraven.
Wat schotelt Tricky ons dan wel voor op zijn nieuwe plaat? Het meest opwindende is de Iers-Italiaanse Frankie Riley die haar opwachting maakt als nieuwe, gracieuze gastzangeres annex snoeperige sidekick. Maar verder weinig belevenis, weinig diepgang. De jazzy blazer in "Early Bird" en "Come To Me" zorgt voor een intieme sfeer en ook de lichte technotoets van het sensuele "Time To Dance" weet ons te bekoren. Het zijn de momenten waarop Tricky er het beste van probeert te maken, maar spijtig genoeg draait het vaker minder goed uit. Zo is "Kingston Logic" dancehall op de tonen van Daft Punks "Technologic" — het klinkt nog erger dan het geschreven staat — en doet de eveneens naar Parijs ingeweken luitspeler Hakim Hamadouche verderop in "Hakim" iets belabberds met Algerijnse rai. Op "Really Real" ten slotte vindt Tricky in Bobby Gillespie een geestesgezinde; creatief uitgeblust.
Na nog geen half uur klokt Mixed Race af. Hiermee is het de kortste maar evenzeer de minst samenhangende plaat uit het repertoire van Tricky. De agressie, de uitdaging, de honger, de spanning en de scherpte zijn verdwenen en wat in de plaats komt is simpelweg niet goed genoeg.



