Yen Harley :: The Substance of Things

De glorietijden van de grunge, gekenmerkt door een commerciële
opmars gevolgd door een tragische neergang, zijn al even
verstreken. Op het einde van de jaren tachtig en de vroege jaren
negentig leek Seattle een broeihaard te zijn van alles wat met
grunge, alternative en noiserock kon geassocieerd worden.
Supergroepen zoals Soundgarden, Pearl Jam, Alice in Chains en
Nirvana ontwikkelden er de kiemen voor hun latere succes, maar ook
Mudhoney, Green River en The Melvins hadden
een aanzienlijke rol in het uitwaaien van de muziekbeweging.

Het centrum van de rockmuziek lag even aan de westkust van de
Verenigde Staten en iedereen luisterde gretig naar albums zoals
‘Nevermind’, ‘Ten’, ‘Badmotorfinger’, ‘Superunknown’. Het was de
periode waarin MTV nog een rol van betekenis speelde: Soundgardens
weemoedige ‘Black Hole Sun’ werd ieder uur van de dag op de
beeldbuis getoond en wakkerde zo de belangstelling van de westerse
muziekwereld aan.

Die snelle groei en opmars ging gepaard met grote commerciële
excessen, maar het verhaal van de grunge was niettemin ook snel
uitgezongen. Sommige groepen hebben de tand des tijds overleefd,
anderen zijn gesplit (en hebben opnieuw een reünie achter de rug)
of werden abrupt beëindigd en enkelingen hebben aan de wieg gestaan
van nieuwe muzikale tendensen.

Niettemin blijft grunge nog steeds een symbool en stijlvoorbeeld
waar artiesten graag naar teruggrijpen. ‘The Substance of Things’
van Yen Harley verschijnt vele jaren later dan het hoogtepunt van
de beweging, maar lijkt in alle opzichten aansluiting te zoeken met
het verleden. Weliswaar geeft de Nederlandse groep, bestaande uit
Lukas Batteau, Berry Vink, Rolf Perdok en Josine van der Splinter,
er een volledig eigen invulling aan.

Yen Harley beschikt een stevige portie gitaargeweld, hoewel er met
voldoende nuances en melodische afwisselingen gewerkt wordt. De
rijke mannenstem van Batteau beschikt over een paradoxale
schoonheid: een zachte ruwheid in de ondertoon met een
melancholische warmte die oplicht tijdens de refreinen. Opener
‘Pearls’ is op dat vlak de perfecte samenvatting van de groep: een
leuke instrumentale intro om vervolgens over te schakelen op een
stevige riff.

Batteau verweeft een interessant thema in de muziek (“money
wants what money pays
“, “so throw away your pearls to the
swines
“) die met zijn vertrouwde kenmerken nooit verveelt. De
single ‘Call It Love’ is iets meer popgeoriënteerd en moet daardoor
een beetje aan kwaliteit inboeten. De uitbouw blijft beperkt,
ondanks het bijzonder aanstekelijke recitatief van Batteau
klinkt.

Diep vanbinnen in de teksten, muziek en omkadering zit een
religieuze ondertoon verscholen: hemelse scènes op de frontcover,
de metaforische taal en de subtiele toespelingen verraden een
protestantse achtergrond. Die al dan niet bewuste invloed wordt
vermengd met donkere melancholie en een grauwe sfeerinvulling.
‘Family Man’ mag dan een optimistische inhoud bevatten, uit de
grungedynamiek spreekt het tegendeel en krijgt het nummer een
interessant contrast. Enkel het refrein is een kleine tegenvaller,
door het gebrek aan grote verrassingen.

Qua opbouw zit het wel snor bij ‘Why She Runs’, ‘Inhale’ en ‘The
Seventh Day’. Krachtig gitaarwerk wordt samengebald met fijne
melodische elementen. Batteau zijn stem is charmant maar vooral
overtuigend. Tijdens ‘Inhale’ wordt daar een tweede stem aan
toegevoegd, maar het is vooral de drijvende spanning van het nummer
dat intrigeert. De tekst heeft opnieuw een religieuze inslag al
komt mens en natuur ook aan bod. De protestantse rock van onze
noorderburen getuigt van goede smaak… al mist ‘Inhale’ wel een
explosie in het refrein. Een ‘Black Hole Sun’ is het dus niet, maar
de poging is zeker verdienstelijk.

Batteau preekt als het ware tijdens ‘The Seventh Day’ met een
uitstekende beheersing en intonatie van de tekstuele details. De
opzet is minimaal door het zachte getokkel op de gitaar. Het timbre
van het snaarinstrument klinkt fijn, de speelwijze is doorleefd en
doorspekt met een gevoel van durf. ‘Under Black Light’ is eerder
het tegendeel: een donker gewaad met een harde melodische invulling
– en een fantastisch eindakkoord in het refrein. Batteau beschrijft
de redeloze wereld, de collectieve weltschmertz en de vele
shades of grey“. Zijn stem deint uit, benevelt de
luisteraar en gaat op in het decibelrijke geheel.

Er is niettemin ook een keerzijde aan de medaille: ‘Line Of Fire’
is mager qua inhoud en melodie in vergelijking met de andere
nummers. Afsluiter ‘By Starlight’ is niet slecht, maar de tekst
verliest zich soms in metaforen. Daarbovenop is grunge anno 2010
niet meteen het meest revolutionaire genre. Wat Yen Harley doet op
‘The Substance Of Things’ is goed maar ook niet meer dan dat.
Hopelijk vindt het volgende album het perfecte evenwicht tussen
traditie en vernieuwing.

http://www.yenharley.com/
http://www.myspace.com/yenharley

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 3 =