La Nuit Du Botanique :: 9 mei 2008, Botanique

Een nacht per Les Nuits trekt de Botanique alle registers open en kan je met één ticket in alle zalen tegelijk terecht. Met uiteenlopende acts als Blood Red Shoes, Timesbold, Of Montreal en I’m From Barcelona kon het dit jaar alle kanten uit. De rode draad bleek confetti, en ook muzikaal mochten we af en toe aan het feest.

Het vlot niet zo goed meer voor Forward, Russia: een puik debuut werd deze lente opgevolgd door een wel erg tegenvallende tweede en ook vanavond slaagt de groep er niet in om, als opener, de Chapiteau in vuur en vlam te zetten. Af en toe horen we erg dansbare en aanstekelijke punkfunk, maar telkens als zanger Tom Woodhead zijn naar gesmoorde emo neigende strot opentrekt, is het feestje om zeep. Over de rustige nummers willen we het dan nog niet eens hebben, dus maken we ons uit de voeten, naar de Rotonde.

Daar wil Nestor! een feestje op gang trekken en dat lukt de Brusselaars aardig. Een bomvolle Rotonde geniet zienderogen van de eclectische mix van britpop en ska in overdrive die het combo brengt. Denk Franz Ferdinand en denk Arctic Monkeys, maar denk vooral aan een jonge, hanige versie van Madness. Als ze op het einde van hun set dan ook nog eens “Psycho Killer” van The Talking Heads coveren zonder helemaal af te gaan is onze conclusie al lang klaar. Op voorwaarde dat ze hun grote voorbeelden afzweren: in het oog te houden.

The Germans (foto) geldt als de Michael Myers van dienst in de Orangerie. De laatste keer dat we de band live aan het werk zagen, was als opener voor The Kills. Toen zetten de Gentenaars een sterke set neer, maar wisten ze evenwel niet voor een beklijvende indruk te zorgen. Vanavond staan The Germans voor –onbegrijpelijk — de spreekwoordelijke drie man en een paardenkop. Wat de groep neerzet, is nochtans amper met woorden te beschrijven. Het viertal zet een frontale aanval in op gehoor en gemoed met een set die zich laat omschrijven als de thrillervariant op rockmuziek. Oudje “The Next Superstar” kan nog als rustpunt gezien worden, maar de nieuwe nummers missen hun effect niet: beklijvend, meeslepend en zowat altijd goed voor kippenvel: dat is wat The Germans in topvorm te bieden hebben. Afsluiter “Dog” laat zich gelden als de ideale soundtrack bij uw ergste nachtmerrie, maar gezien de intensiteit van de muziek: laat aanrukken, die boze dromen.

Dwaze dansjes, verkleedpartijen met weinig verhullende outfits en een zanger die geregeld klinkt alsof hij stevig in de ballen wordt geknepen: als dat Of Montreal niet is! Wie vanavond ook een muzikaal feestje verwachtte kwam helaas bedrogen uit: hoewel opener “She’s A Rejector” nog veelbelovend lijkt, zakt de set daarna in als een mislukte roze geglazuurde cake. Er wordt nochtans rijkelijk geplukt uit het lovend onthaalde Hissing Fauna Are You The Destroyer?, maar terwijl op plaat de vonken van de indiedisco spatten, klinkt het live allemaal nogal mak en niet op gelijke hoogte met de visuele uitzinnigheid. Geintjes als met glitter gevulde ballonnen of confetti gaan dan ook nog de mist in wegens té kig uitgevoerd en zelfs het afsluitende, met leuke synth’jes gelardeerde en enthousiast meegekweelde “Heimsdalgate Like A Promethean Curse” kan de meubelen niet redden. Jammer.

Timesbold dan maar. Het alt. Countrygenre past zanger Jason ‘Whip’ Merritt en de zijnen als een tweede huid. Bovendien hebben ze met Ill Seen Ill Sung zeker niet de slechtste plaat uit hun oeuvre bijeen gepend. Live vertaalt dat zich in de gekende ingrediënten: met een erg knap instrumentarium, waaronder een hoogstwaarschijnlijk antieke jazzgitaar, met veel ruimte voor een accurate contrabas en de zo typische met tremolo’s doorspekte stem van Merritt, speelde het vijftal een knap concert. Niets minder, maar helaas ook niets meer.

Nochtans klopte het plaatje vanaf de eerste noot: met de ogen dicht waanden we ons op een stoffige farm in Texas, waar de radio sublieme Americana afwisselt met de ketelmuziek van Tom Waits. Uitschieters? “Hollow Halo” en “Fencepost”, maar zeker ook de suikerspinnen melodie van “Ice Age” en de bloedmooie slide-gitaar en functionele melodica van “Banish The Moon”, beiden uit het zeer recente Slight Of Hand-ep’tje. Toch hadden we de indruk dat Merritt soms een beetje op automatische piloot speelde, waardoor de bloedmooie tragiek, die Timesbold zo bijzonder maakt, heel soms wat verloren ging. Soit, detailkritiek, want de groep stond er, ondanks de vele instrumentenwissels, als een wolkenkrabber.

Soms raak je als recensent al eens volledig het Noorden kwijt. Het overkwam ons na Timesbold tijdens het prachtige concert van het Belgische V.O. “Elegante pop met folky momenten en electro-invloeden”, ronkt de programmabrochure. Tegelijkertijd is V.O. zoveel meer: met erg mooie klarinet- en dwarsfluitpartijen zit er bijvoorbeeld een serieus streepje klassiek aan het combo rond zanger/bezieler Boris. Om maar te zeggen dat we door deze mix van breekbare pop met bloedmooie arrangementen nog geen beetje van onze melk waren. Dit concert liet alleszins het beste vermoeden voor debuutplaat Obstacles.

 

Rock in de Orangerie! Met hun kersvers debuut Box Of Secrets onder de arm is Blood Red Shoes zowat de meest geanticipeerde band van de avond. Het duo slaagt er echter niet volledig in alle verwachtingen in te lossen. Ja, het knalt, scheurt en heeft de intentie om niets van je trommelvlies heel te laten, maar toch missen de rocknummers van het duo iets. Misschien komt het door de hele hype die Blood Red Shoes bombardeerde tot nieuwe vuile rock-‘n-roll-sensatie. Die is immers aardig om naar te kijken, maar ook niets meer of minder. Als het ooit tot een doorbraak komt: chapeau, maar op basis van wat hier te zien is, is er nog behoorlijk wat werk aan de winkel.

Two Gallants zijn daarentegen duidelijk wel in staat tot grootse dingen. Met een bevlogen set worden harten veroverd en zieltjes gewonnen. Ook al zijn het twee twintigers die op het podium staan, de prestaties die het duo neerzet, zijn dermate indrukwekkend dat het lijkt alsof Two Gallants al decennialang podiumervaring heeft opgebouwd. Tyson Vogel en Adam Stephens zijn dan ook zo op elkaar ingespeeld dat het haast beangstigend wordt. Zelfs aanhoudende gitaartechnische problemen kunnen het duo er niet van weerhouden een triomftocht neer te zetten. “Reflections Of The Marionette” klinkt zowel stormachtig als sprankelend en met een bevlogen “Seems Like Home To Me” weet het duo zowat alle aanwezig harten in te palmen. Niet verwonderlijk, aangezien het tweetal — ondanks alle technische tegenslagen — zichzelf absoluut overtreft en zulk een bevlogen performance neerzet dat ”respect” het enige woord is dat na afloop over de lippen gaat.

One-hit-wondertijd in De Chapiteau: We Are Scientists knalt even heerlijk strak tijdens de onweerstaanbare hitsingle “Nobody Move, Nobody Get Hurt” en ook de huidige single “After Hours” is plezierig, maar daarna voelen we ons weer gedwongen de ingezakte roosgeglazuurde cake-metafoor boven te halen; bergaf ging het, en nog geen beetje. Het zal zo te horen bij die ene hit blijven.

I’m from Barcelona hoeft live niets meer te bewijzen en dat weten ze: als een raketmotor trekt het veelkoppige Zweedse collectief het betere feestje op gang. En ja hoor, ook deze keer ontbreken de confetti en de grote en kleine ballonnen niet. Dat het een arme-mensen-versie van Flaming Lips betreft, mocht de pret niet drukken, net zo min als dat ze niet in de voltallige bezetting aanwezig waren. De tent ging collectief uit zijn dak voor vlot meezingbare nummers als “Treehouse”, “Collection of Stamps”, “Ola Kala”, “Barcelona Loves You” en uiteraard “We’re from Barcelona”.

De nieuwe nummers opereren een beetje in hetzelfde idioom als debuutplaat Let Me Introduce My Friends: vrolijke, aanstekelijke, vaak explosieve, soms ronduit hilarische pop met veel aandacht voor de blazerpartijen en de koortjes. Meer van hetzelfde in het nieuwe materiaal dus, en dat kan je ook van het concert zeggen: uiteraard dook en surfte zanger/bezieler Emanuel Lundgren met een plastieken bootje regelmatig in en over het publiek en uiteraard amuseerde iedereen zich op het podium te pletter. Onbegrijpelijk dus dat de groep zijn concert besloot met een volledig voorgeprogrammeerde elektrodeun; haast alsof je na een klassiek concert een hardrockplaat opzet. I’m from Barcelona vormde het lollige orgelput van een avond waarop het af en toe prettig ontdekkingsreiziger spelen was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =