Exact twee jaar na zijn debuut, pakt Milow uit met Coming Of Age. De jeugdige naïviteit is afgezworen en de songsmid pakt de grote verhalen aan. “Het mag toch wel ergens over gaan?”
enola: Coming Of Age was geen moeilijke bevalling, zeg je meteen in de documentaire die je over het wordingsproces liet maken, Stories From The Bottom Of The World.
Milow: “Ik heb wel een tijdje niets op papier gekregen nadat The Bigger Picture was uitgekomen, maar dat hoor je van veel mensen: wat je net na een plaat schrijft, is niet het begin van de volgende, maar eerder track veertien, vijftien … Dat zijn geen essentiële nummers, dus blokkeer je even, hou je je even in. Uiteindelijk was de plaat halverwege 2007 al geschreven, dus zaten er nog maar goed veertien maanden tussen de nieuwe en de vorige plaat; niets om me zorgen over te maken. Voor mij kon de plaat eigenlijk al afgelopen september uitkomen. Ik heb het grote geluk gehad dat de sleutelnummers van Coming Of Age geschreven waren voor “You Don’t Know” plots een hit werd.”
enola: Dat was niet meer dan een onverwachte bonus?
Milow: “Absoluut. Niet dat ik er niet in geloofde — genoeg om al de moeite in die clip te steken bijvoorbeeld — maar ik had de periode van The Bigger Picture al afgesloten. Het succes overtrof al mijn verwachtingen en heeft me dan toch nog de zomer gegeven waar ik in 2006 op gehoopt had en die er toen niet gekomen is.”
“Geen idee waarom het met “You Don’t Know” wel gelukt is. Het had niet alleen met het nummer te maken, denk ik, maar net zo goed met de timing en wat ik onder andere online al had opgebouwd: van YouTube tot MySpace was er veel aan het leven. Het feit dat Q-music dat nummer vanuit het niets plots zes keer per dag ging draaien en dat downloads ook meetelden in de charts, zorgde voor een bijzonder effect. Damien Rice heeft het zo ineens ook tot op die hitzenders geschopt. Eigenlijk is dat een soort democratiseringseffect. Men was blijkbaar ook klaar om een nieuw gezicht te omarmen, al ging het traag en schoorvoetend: tussen de release en het moment dat ik in De Afrekening raakte, zaten haast vier maanden.”
enola: Toen we elkaar spraken rond de release van The Bigger Picture, was je je er heel erg van bewust dat je de frisheid van een debuut maar één keer kunt vatten. Zorgde dat besef niet voor extra druk?
Milow: “Integendeel. De reden dat de drempel voor de luisteraar zo laag lag bij die vorige plaat, was omdat ik bewust korte, toegankelijke nummers met simpele arrangementen had geserveerd. Nu had ik de grote luxe om een plaat te maken waarvan ik wist dat een bepaald publiek hem zeker één of twee keer volledig zou draaien. Dat zorgde ervoor dat ik de tijd kon nemen en al eens een nummer van vijf of zeven minuten kon schrijven. Zeker na “You Don’t Know” wist ik dat ik mijn eigen weg moest inslaan, dat ik nu wel een publiek had.”
“Eind 2006 lag mijn plaat op zijn gat. Dat was niet zo erg, want met 2500 verkochte exemplaren was ik wel uit de kosten, maar wat me stoorde was dat ik geen concerten meer in het vooruitzicht had en dat beloofde niet veel voor de opvolger. Voor een debuutplaat maken mensen immers nog vlot ruimte in hun kolommen, maar met een tweede plaat krijg je het veel moeilijker. Ik stond dus met mijn rug tegen de muur songs te schrijven — dat mag wel eens voor een songschrijver vind ik — en ik vond geen enkele van de nieuwe songs die ik had geschreven echt goed. Toen heb ik beslist om eens uit een ander vaatje te tappen en andere onderwerpen aan te snijden. Waar ik vroeger vijf keer herschreef, heb ik dat nu tien keer gedaan. Elk woord heroverwegen tot het klopte: niet het eerste nemen wat me te binnenschoot. Dit moest een plaat voor de lange termijn worden, die mensen nog lang naar mijn optredens haalt.”
enola: “There’s darkness ahead and darkness behind”, “when you trade all your dreams for compromise/it is never what you have in mind“ … mag ik het een donkere, weinig romantische plaat met veel realiteitszin vinden?
Milow: “Ja, maar dan focus je enkel op de tekst, en het plaatje is pas compleet met de melodie erbij. De nuancering van die tekst krijg je door de melodie en het arrangement. Donkere teksten als “Darkness Ahead And Darkness Behind” krijgen veel meer hoop door de muziek. Als ik inktzwart met inktzwart zou combineren, schiet ik mijn doel voorbij; dat vinden mensen té. Ik vind wél dat er romantiek in zit, neem nu het personage in “Canada” dat er al zijn hele leven van droomt om door te breken in de Verenigde Staten. Het lijkt negatief als hij toegeeft dat hij nog altijd op kantoor zit, maar het laatste zinnetje is toch maar “maybe next year”, wat hij ook echt gelooft. Dat is het mooie eraan: je kunt alle miserie van de wereld over je heen krijgen, maar die hoop krijg je niet kapot.”
enola: Waar komt die zwartgalligheid toch vandaan?
Milow: “De wereld waarin wij leven hé. Ik denk niet dat ik dingen zeg die mensen zullen tegenspreken. Ik merk nu al bij leeftijdsgenoten dat een hoop dingen anders lopen dan ze vroeger gedacht hadden. Dat is een observatie, meer niet. Mijn onderliggende gedachte daarbij is dat je daar maar beter op voorbereid kunt zijn. Als je aanvaardt dat het onvermijdelijk is, dan komt het ook niet als een schok. Maar het glas is altijd halfvol, niet halfleeg. Eén van de meeste rake verdedigingen is dat je pas in tijden van grote miserie je grootste gelukservaringen hebt. Als alles vlak is, heb je geen pieken, je kunt maar echt geluk proeven als je ook erge dingen meemaakt.”
“Ik heb mezelf heel hard proberen weg te cijferen op deze plaat. Op The Bigger Picture ging het nog van “ik ik ik” en ging het ook echt over mij. Nu zing ik nog steeds over “ik”, maar dan in de huid van een ander. En ik heb geleerd dat als ik niet over mezelf zing, ik er toch meer van mijzelf in kan leggen. Dit is bijgevolg toch een veel persoonlijkere plaat geworden.”
enola: Je wilde op deze plaat vooral verhalen vertellen?
Milow: “Ik heb gezocht naar mijn plaats. Er zijn veel mensen die het etiket singer-songwriter te beperkend vinden, maar ik heb het met beide armen omarmd. Ik denk niet dat er in ons land al iemand is geweest die dat zo nadrukkelijk heeft willen zijn. Ik wil wél een verteller zijn, dat is de keuze die ik met deze plaat heb gemaakt. Kijk naar ‘100 op 1’, de beste Belgische nummers volgens Radio 1: ga die lijst eens na en probeer te zeggen waarover het gaat. Je zult bij weinig nummers een echt onderwerp kunnen aanduiden, en dat is ok: “Obladi Oblada” moet ook kunnen. Maar mag een nummer niet ergens over gaan dan?”
“Ik wist wel dat de reacties op een nummer dat over de Herald Of Free Enterprise gaat, erg uiteenlopend zouden zijn: er zullen mensen afhaken en er zullen er zijn die het fantastisch vinden, en weinig daartussen. So be it.”
enola: Wat trok je aan in die tragedie?
Milow: “Ik heb niet zoveel herinneringen aan mijn prille jeugd, maar ik weet wel nog hoe ik als vijfjarige gefascineerd zat te staren naar die boot in het water op televisie. Toen ik over het coming of age-concept van de plaat nadacht, was dat voor mij één van die momenten. Ik heb op zijn Sufjan Stevens research gedaan — oorspronkelijk had ik nog vier keer zoveel tekst — en wat mij fascineerde was de tristesse in die boot. Toen ik ontdekte dat die deel uitmaakte van een vloot van acht waarvan er twee of drie door een menselijke fout zijn ten onder gegaan, had ik meteen een onderwerp.”
“Het was een uitdaging om zo’n non-fictieverhaal in een song en een rijmschema te smijten. Ik ga geen songs over 11 september schrijven, maar wat ik wel kan doen is zingen over specifieke gebeurtenissen uit deze regio. Herald Of Free Enterprise: alleen al de combinatie van woorden was vreemd voor mijn Amerikaanse vrienden die ik vaak als klankbord gebruik, maar toch hebben ze er heel goed op gereageerd. Het belangrijkste was in die laatste strofe ook de camera even weg te laten zwenken en mezelf in beeld te brengen terwijl ik naar de televisie zit te kijken: ik wilde toch die link met mij hebben en niet gewoon een krantenknipsel op muziek zetten. Het grappige is dat veel leeftijdsgenoten daar met veel herkenning op reageren.”
enola: Een ander opvallend nummer is “Stephanie”. Hoe kwam je bij de sms-moord (op de achttienjarige Stephanie De Mulder) terecht als onderwerp?
Milow: “Mijn stiefzus was bevriend met dat meisje. Via haar vriendengroep heb ik verhalen gehoord en de naweeën meegemaakt. En dan wordt het herkenbaar. Iedereen weet dat een achttienjarige vol plannen zit, en dat gevoel van die vrienden heb ik proberen te vatten. Ik wilde het ook doen contrasteren met de muziek, die veel vrolijker is. Op het eerste gezicht is het gewoon een Milow-popsong. Zo moest het zijn: die tweedeling van de rustige bedachtzame nummers en de luchtige nummers die nergens over gingen moest opgeheven worden; ook de popsongs moesten inhoud krijgen. Ik wil de tekstuele component heropwaarderen. Het is niet omdat we in België wonen dat dat niet mag. Er zijn mensen die de song aan Annick Van Uytsel linken (die vorig jaar in Diest verdween) en ook dat begrijp ik nu wel. Mensen zijn Stephanie alweer vergeten, en als binnen twee jaar weer iets erg gemediatiseerds gebeurt, dan zal ook dat weer vergeten worden.”
“Elk nummer gaat over iéts. “Out Of My Hands” heb ik vorige zomer geschreven nadat een meisje me had gemaild of ik niet wilde komen spelen voor haar zus die met leukemie was opgenomen in het ziekenhuis. Dat was afgelopen mei, “You Don’t Know” was net beginnen pieken en ik had nog niet leren neen zeggen. Ik liep van het één naar het ander maar ik gíng daar op antwoorden, ik wilde dat zeker doen. Toen ik echter tien dagen later antwoordde dat ik nu wel kon, kreeg ik antwoord dat het net te laat was: ze was de dag voordien gestorven. Dan voel je je nederig: ik had maar wat dingen moeten laten vallen. Haar vader en haar zus hebben nog met mij zitten mailen en vertelden dat Milow in de soundtrack van haar laatste momenten zat, dat ze ijlde dat ze mijn muziek hoorde. Het was de eerste keer dat ik zo hard besefte wat de impact van muziek kan zijn.”
enola: Wat me opvalt in alles wat ik van je lees, is hoe hard je de controle over alles rond de muziek in handen houdt. Je weet héél goed waar je mee bezig bent, ook op zakelijk vlak. Wat ik me afvraag: je zegt dat je volledige artistieke vrijheid hebt, maar je bent tegelijk ook je eigen platenbaas. Hou je jezelf dan niet automatisch in toom om binnen bepaalde commercieel leefbare lijnen te blijven?
Milow: “Neen. Ik merk sowieso dat als ik in schrijfmodus zit, zulke beslommeringen heel ver weg zijn. Pas als de plaat er is, begin ik mee te denken hoe we er ook een publiek voor kunnen vinden. Mijn inschatting is dat je in een klassieke relatie met een platenfirma veel meer dat probleem hebt: de band probeert de platenbaas tevreden te stellen, en in ruil daarvoor worden de rekeningen betaald. Dan stel je wel je platenbaas tevreden, maar niet meer dan dat, terwijl er niemand is voor wie je de lat zo hoog zult leggen als jezelf. Als je zelf je eigen platenbaas bent, stel je je veel kritischer op; er is het besef dat als ik niet aan de kar trek, het karretje stopt met bollen.”
enola: Ondertussen ben je even wereldberoemd geworden in Vlaanderen. Hoe ga je daar mee om?
Milow: “Het laatste wat ik wil, is dat het een Milow-personalityshow wordt: bekend worden als doel op zich heeft me nooit geïnteresseerd. Ik ben bereid mezelf op te offeren als dat mijn plaat helpt en ik daardoor optredens krijg, maar dat mag niet te ver gaan. Ik heb gezien hoe het plots over mijn kleren kan gaan of andere dingen die er niets mee te maken hebben. Ik laat het van mij afglijden. Het enige wat ik kon doen om dat te counteren, was déze plaat te maken, en geen James Blunt-achtige gladde gitaarpop. Als het nu nog zo blijft, dan weet ik echt niet wat ik nog meer kan doen (lacht). Ik ben me heel bewust van de overkill die dreigt en ik wil nu zo snel mogelijk weg uit België. Na deze plaat bol ik het af: ik ga hier heel lang niet meer spelen na deze zomer.”
enola: Hoe hard wil je daarvoor werken? Veel Belgische bands willen in het buitenland doorbreken, maar weinigen zijn bereid om zoals Goose of Soulwax ook jarenlang het toiletcircuit van Europa af te dweilen.
Milow: “Ik kan begrijpen dat het voor sommige Vlaamse artiesten die Vorst Nationaal en een grote crew gewoon zijn, moeilijk is om opnieuw met vijf man in een camionette te stappen en Europa af te reizen. Maar ik sta nog maar aan het begin, ik wil dat nu doen: we gaan voor tweehonderd euro per show negen keer het voorprogramma van Racoon doen in Nederland. Als ik zoiets nu al inbouw, dan heb ik geen kans om aan de luxe hier te wennen. Ik investeer het geld dat ik hier verdien in dat soort tours. Dat is een risico, want het kan ook maar break even uitdraaien, maar het is nu het moment om die stap te zetten. Ik wil spijt hebben van beslissingen die ik genomen heb, niet van degene die ik niet nam. Als ik morgen de kans krijg om met een paar grote namen een plaat op te nemen, dan dóe ik dat. Zelfs al keer ik ontgoocheld terug en moet ik op mijn vierde plaat toegeven wat voor fucking slechte beslissing dat was.”



