To Kill A Petty Bourgeoisie :: The Patron

Tenzij u Kris Merckx of Dirk Van Duppen tot uw intieme vriendenkring of geprefereerde gesprekspartners mag rekenen, is de kans klein dat u het woord ’bourgeois’ in de mond neemt, laat staan dat u er de nodige krachttermen of dreigementen aan toevoegt. De enige andere mogelijkheid is dat u met de Izegemse minister en fiere Vlaming nog een appeltje te schillen hebt, maar dan bent u waarschijnlijk gewoon Tony Mary en dus quantité négligeable.

Om maar te zeggen dat leuzen als "dood aan de burgerij" al lang hun kracht en effectiviteit verloren hebben. Veel eerder zal de ooit zo fiere arbeider, doordrongen van het socialisme en de klassenstrijd, zich laven aan een avondje hersenloos vertier met een pintje en een sigaretje binnen handbereik. De weinige socialisten die er nog zijn, roken sigaren terwijl ze zuinig van hun dure whisky’s nippen. In hun lofts geen hersenloos vertier maar cultureel aanvaarde films met een knipoog (zoals Luis Buñuels Le Charme Discret De La Bourgeoisie) en kunstzinnige plaatjes, zoals The Patron.

To Kill A Petty Bourgeoisie laat zich op het eerste gezicht en gehoor iets te veel voorstaan op zijn postmoderne inslag. The Patron zou opgebouwd zijn rond een (metafysisch) huwelijk van ideeën en een samensmelting van organisaties. Na een initiële lofzang brokkelt alles weer af en ligt vernietiging voor de hand. Ren echter niet gillend weg maar nip nog even van uw gerstenat want zo’n vaart loopt het uiteindelijk niet.

De industriële soundscapes gaan immers op elk nummer in de clinch met de ijle zangpartijen van Jehna Wilhelms (die samen met Mark McGee de groep vormt) zonder dat het ooit echt bevreemdend wordt. Uiteraard zijn er in het titelnummer vreemde klanken en verstoorde erupties te horen maar nergens bedreigen ze de song. Net zomin valt in het amusant (of is het verontrustend?) getitelde "The Man With The Shovel, Is The Man I’m Going To Marry" echte onrust te bespeuren. Wie zich ooit in soundscapes en new wave uit de kille jaren tachtig verdiept heeft, zal zelfs meer dan eens een aha-erlebnis krijgen.

Niet dat het duo geen moeite doet om te intrigeren, zo liggen de verwijzingen er niet vingerdik op en klinkt "Lovers & Liars" alsof een David Lynch in zijn gloriejaren het Music Hall-genre nieuw leven wil inblazen, maar als geheel blijft het te vrijblijvend. Hoe goedbedoeld ook, "Long Arms" en "I Box Twenty" klinken in de eerste plaats als aangenaam geluidsbehang bij een minimalistisch feestje, met het hardere"Dedicated Secretary, Liason, Passionate Mother" als verrassingseffectje tussenin.

In semischril contrast daarmee staan de geluidserupties van de tweede helft van de plaat. De duisternis is echter te bewust binnen het geheel geplaatst; net zoals op de eerste helft valt de berekende en overdachte structuur te veel op. Nochtans hebben ook nummers als "You Guys Talk, We’ll Spill Our Guts", "With Brass Songs They’ll Descend" en "Very Lovely" een zeker je-ne-sais-quoi. Dat het sluitstuk "Window Shopping" opnieuw zachter maar ook dromeriger klinkt dan alle andere nummers is al evenmin toevallig.

De nummers op The Patron werden gradueel opgebouwd en kregen tijd om zich te ontplooien. Maar in die groeitijd verloren ze wel te veel van hun identiteit en van hun scherpte. To Kill A Petty Bourgeoisie is ironisch genoeg de perfecte groepsnaam: het ademt een zekere strijdlust en gevaar uit maar het is veilig ingesloten en ingekapseld in het culturele milieu dat wil flirten met wat ooit controversieel was. Het maakt The Patron er zeker niet slechter op, maar wie graag intrigerende of verontrustende soundscapes wil horen, is hier aan het verkeerde adres.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =