Leffingeleuren 2025 :: Een mime van mysterieuze handelingen 

Zaterdag 13 september: Rare verkeerssituaties van Congo tot IJsland

Vrijdag was maar de voorzet, op zaterdag begint het weekend pas echt, hier in Leffinge. Onder een regenachtige kerktoren zetten we ons schrap voor een ware muzikale wereldreis op dag 2, met opnieuw een hele pak fascinerende artiesten die om onze aandacht vragen.

We vertrekken in de VS, met de alt-country van Ryan Davis & The Roadhouse Band in de Apollo. Klinkt die bandnaam wat banaal? Zeker, maar gelukkig is de muziek dat niet. Davis koppelt de gitaren van Wilco aan de teksten van Pavement, terwijl zijn ietwat nasale stem zich meer laat affecteren door pure country. Die fijne combo laat zich graag horen in songs uit ’s mans recente goeie plaat New Threats From The Soul. De puike titelsong vertelt van een “a pissing competition between the man I am and the guy I was”, en dat had zomaar van Stephen Malkmus kunnen komen. Met zijn zonnebril en appelblauwzeegroene Miami Dolphins-hoodie slaat Davis niet het figuur dat je verwacht van alt-country, maar misschien net daarom dat het werkt. Of het moet zijn toetsenist zijn, die overenthousiast over zijn instrument staat te headbangen.

“Doe iets wit aan”, vroeg Elena Lacroix aan haar mannen. Eosine speelt in de zaal van De Zwerver ook op één rij, kwestie van hun eenheid en gelijkheid verder kracht bij te zetten. Achter de band flitsen hypnotiserende kleuren op doek, en het maakt het allemaal net iets te conceptueel om bij de essentie van de muziek te blijven. Verwacht trouwens geen gitaarwerk van Lacroix, vandaag, want recent brak ze haar arm – zo kan ze helemaal focussen op haar zang. Het zou zelfs een klein wonder mogen heten dat ze hier is, want gisteren zat ze naar eigen zeggen nog onder narcose. We wensen haar een voorspoedig herstel. Die finale met “I am lost and found” als mantra doet wat eerder ontbrak: zorgen voor iets dat blijft plakken.

Ellis•D – nee, we leggen die naam niet nog eens uit – begint meer en meer uit de schaduw van zijn tourmakkers van Fat Dog uit te komen. In de Apollo mag hij zijn uitgesproken stijl en geluid, met die stem die van bijna bibberend nerveus naar baldadig luid gaat in enkele woorden, etaleren zonder die filter van “het is maar een voorprogramma”. En ja, zo valt “Humdrum” op als een song die ons live heerlijk bij de kraag kan vatten. Ook een nieuwe song baadt in de urgentie van een Engelse grootstad, en soms horen we zowaar zelfs bijna een barokke crooner. Dat blijft uitkijken naar dat langspeeldebuut, want Ellis•D zou zo maar eens een van die next big things kunnen zijn. Wacht daar niet te lang mee, Ellis!

No Prisoners is na Kapitan Korsakov en Raketkanon nog altijd de derde band van Pieter-Paul Devos, en het blijft wat ons betreft zijn minst geslaagde project. In tegenstelling tot zijn passage op Pukkelpop kon de band in de zaal van De Zwerver wel meer voor elkaar krijgen. Natuurlijk klinkt alles – stem, gitaren, drums – gemaakt door doorgewinterde rasartiesten, maar het ontbreekt even goed aan bezieling en focus. Die waren nochtans wel aanwezig bij die eerdere projecten. We merken trouwens dat No Prisoners al een pijnlijk lang tourseizoen achter de rug heeft: de drummer heeft amper nog vingers waar geen pleisters om hangen. Er rest de band nog het najaar om vooralsnog te overtuigen.

Met Kin’Gongolo Kiniata krijgen we pompende afrobeat uit Kinshasa met een dikke experimentele rand, op zelfgemaakte instrumenten. Dit vijftal speelt geen afgelikte songs, maar intensieve sonische ontdekkingsreizen die ons dansbenen geven die wij nog niet kenden. In die tegendraadse vibe van “fuck die labels ethnofolk en wereldmuziek, wij gaan hárd” zit een flinke brok punk die de band doet rijmen met het hardere werk uit onze westerse cultuur. Het duurt geen minuut voor de hele zaal “Kin’Gongolo / Kin’Gongolo / Kin’Gongolo / Kiniata!” meezingt, in de roes gebracht door de strak pulserende percussie van alle kanten en die bedwelmende meerstemmigheid. We horen het nu nog altijd. Catchy, noemen ze dat.

Van een compleet ander allooi is Tyler Ballgame, een crooner van de oude school die bewijst waarom naast Elvis ook Roy Orbison altijd zal blijven bestaan. Dat hij slaagt op een podium dat eerder al keiharde waanzin over zich kreeg, stemt tot aanbeveling. De band die hij meebrengt voor zijn all-American ballads met een knipoog ziet er even tijdloos of anachronistisch uit als zijn muziek klinkt. Jammer genoeg zit hij wat gekneld in ons programma: wat we meepikken is goed genoeg, moving on.

We willen Arny Margret in de kerk namelijk niet missen, want na veel (voornamelijk) mannelijk gitaargeweld zijn we wel toe aan iets anders. Singer-songwriter Arny Margret kan niet meer anders zijn: de IJslandse staat alleen met haar gitaar in de kerk, met een ietwat bedeesde flair. In deze stilte, voor een publiek dat vervoering verwelkomt, past haar warme, introspectieve haardvuurfolk het best. Met haar recente album I Miss You, I Do, opgenomen samen met klasbakken in de VS, voorziet ze het fleecedekentje dat we allemaal goed kunnen gebruiken komende winter. Jammer dat die kerkconcerten zo relatief kort zijn, we hadden graag langer in haar gezelschap vertoeft.

Het kan helaas net zo goed omgekeerd, met een concert dat relatief gezien te lang duurt. Met Knives, in de zaal, bevinden we ons nog eens op dat kruispunt van hardcore, postpunk, industrial, hiphop, en rave. Ja, ongeacht welke kant je ook uit komt, het is een rare verkeerssituatie, en daar gebeuren bijgevolg ook al eens ongelukken. Knives heeft een saxofoniste in dienst, maar de band doet te weinig met die optie. Zelfs als de sax er eens aan te pas komt, valt die amper op in de geluidsmix. Zo blijft dit meer chaos die alles door elkaar haspelt dan coherente songs. Geef ons dan maar nog eens YARD.

Met Heartworms komt een eerste headliner aan de beurt. Jojo Orme in form, en da’s niet alleen waar omdat het rijmt. Van bij het begin is duidelijk hoe de machtsverhoudingen hier zijn: zij leidt, wij volgen. Het is haar show, haar regie, haar choreografie. Zelfs haar bandleden kennen hun rol al goed genoeg. Altijd, zelfs bij uitbarstingen, blijft ze meesterlijk beheerst, strak en gecalculeerd, speelt ze geen emotie verkeerd, maakt ze geen beweging te veel of onbedoeld. Met een mime van mysterieuze handelingen legt ze de zaal het zwijgen op, om die te doorbreken met de poëtische woorden “We are the people that you buried in the floors”. Het is verbijsterend, bijna angstaanjagend effectief, hoe theatraal ze het ook brengt. “Jacked”, de finale, is daverende postpunk die er op een manier ook expliciet géén is. Het is Heartworms, mensen.

We blijven in de zaal wachten voor Gurriers, nog zo’n band van headlinerformaat. Uiteindelijk komen de Ierse postpunkers op op de tonen van Frankie Valli’s “Can’t Take My Eyes Off Of You”. Ja, we mogen nog eens lachen ook. Hier staat ook nog eens een band die geen gimmicks nodig heeft, maar gewoon songs brengt die relatief makkelijk onder de noemer postpunk te sorteren vallen. Het zijn vaak nijdige songs, dat dan weer wel, want wat kan Dan Hoff een zalig eind schreeuwen als het nodig is. “Des Goblin” komt vrij snel, en dan weten we: dit wordt goed. “Dipping Out” draagt de band gepast op aan zijn Ierse vrienden, maar met nieuwe song “Erasure” moet Gurriers toch oppassen dat het op het juiste pad blijft. “Top Of The Bill” gunt ons dan weer wat ademruimte, terwijl er met “Approachable” en “Come And See” geen geen kans onbenut blijft om te moshen als vanouds. Aardige passage van een band die bewijst dat het live even goed lukt als op plaat.

We moeten toch ook eens die Busker Stage checken, want daar mag altijd alles, al is er verwarring: niet Ricky Bekstok maar Big Muffin sluit hier blijkbaar af. Die band komt uit Antwerpen, en wil dat we dat weten. Alles ten westen van zijn vertrouwde bed is Gents en progressief, lacht de frontman, want jazz leeft er. Nu ja, de muziek dan maar? We houden het kort: lolpunk. Goed voor een feestje, maar niet het gitaargestuurde antwoord op Kaboutertje Putlucht dat Big Muffin stiekem hoopt te zijn.

EV speelt voor het eerst in België, dan nog eens onbegrijpelijk laat op het halfvolle hoofdpodium, en dat is eraan te zien en te horen. De toon van de Engelse rapper – denk niet aan The Streets en vooral niet aan Antony Szmierek – slaat door als de monitor van een hartpatiënt in de problemen. EV probeert sociaal bewogen te zijn, doet zijn best om zijn flow (gestut door zijn broer aan de draaitafels) interessant te houden, maar komt nooit in de buurt van wat hij zou kunnen bereiken in de juiste setting. Zijn verwoede pogingen tot relevantie, met de moed der wanhoop, spelen hooguit in de hand van de weinige overblijvers in de zaal die nog een laatste feestje willen, ongeacht wat hij brengt. Zo mist EV zijn kans, en we hebben onze twijfels of er nog een nieuwe komt.

verwant

recent

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde...

2 REACTIES

    • Bedankt voor de opmerking, dat verklaart ook een en ander en is bij deze dus rechtgezet. Ik sluit mij aan bij #justiceforricky, en volgende keer sta ik vooraan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in