SPOT Festival :: 1-2 mei 2015, Arhus

Elk jaar verzamelt het grootste muzikaal talent van Scandinavië in de Deense universiteitsstad Arhus om zich tonen aan een gevarieerd publiek van bookers, journalisten en liefhebbers. Enola trok naar goede gewoonte naar Denemarken om gedurende twee dagen uit de enorme rij aan bands (180!) de acts te kiezen die het in (Noord-)Europa kunnen maken. Daarbij passeerden enkele pareltjes de revue: van sprookjesachtige pop over snedige garage rock tot pompende electro.

Bijkomend doel van de reis: samen met een delegatie van het Gentse Glimps, dat vanaf dit jaar een alliantie aangaat met SPOT-festival, de Deense bands noteren die in december een plaatsje op het Gentse showcasefestival verdienen. Op zo’n festival is het logisch dat het publiek voor een deel uit de bands zelf bestaat. Wanneer we aan een lukrake toeschouwer in de Tak Rock Scene vragen of hij het piepjonge Deense Bye July kent, maakt hij van de gelegenheid gebruik om z’n eigen band aan te raden. So So Sofie blijkt zijn projectje te heten dat elektronica aan singer-songwritermuziek koppelt. Dat Scandinavië een zwak heeft voor electro, en dan liefst de melancholische variant, blijkt ook als we het programmaboekje doornemen.

Bye July dus. We gokken dat de dj, een geblondeerde kerel met kap over het hoofd, nog studeert aan de universiteit van Arhus en meer bepaald in een kunstrichting. Verder lijkt hij grote fan te zijn van Flume en Bonobo en combineert hij die invloeden met de ingetogen stemmen van zijn twee gastzangeresjes. Maar zulke popduo’s hebben we al genoeg gehoord — ook in België — en de nummers klinken bovendien ook nog niet sterk genoeg om te onthouden.

Warme folk uit de Faeröer

Op naar Atlas, de kleine zaal van Voxhall — best te vergelijken met het TRIX-complex in Antwerpen — voor Marius Ziska uit de Faeröereilanden. De vriendelijke reus mag dan wel uit het hoge Noorden afkomstig zijn, zijn singer-songwritermuziek straalt een warme gloed uit. Hij komt in Arhus met een volwaardige band de nummers van zijn nieuwste plaat Home/Heim presenteren. Die doen soms denken aan The Tallest Man On Earth. Ziska zingt soms in het Faeröers, soms in het Engels — zo passeren “Going Home” en de iets te clichématige poprock in “Let’s Not Fall Apart” de revue. Ziska laat de nummers voorzichtig openbloeien, met een solootje en piano hier en daar. Niet slecht dus, maar ook niet om van achterover te vallen. En al goed dat Ziska geen Milow is.

Ook het jonge garagegezelschap Vampire Blow biedt op muzikaal vlak niets vernieuwend, maar weet ondanks het vroege uur de gezellige Dome-tent goed te vullen. Het trio brengt best wel amusante seventies garagerock volgens het boekje en krijgt al snel het publiek mee met rotaanstekelijke drie-akkoordennummers als “Let’s Go Out”. Als u fan bent van Traumahelikopter, The Sore Losers en consorten zal Vampire Blow zeker uw dada zijn.

Totaal andere en iets minder toegankelijke koek bij pedal steel gitariste Maggie Björklund, die een drummer, gitarist en contrabassist meebrengt naar Musikhuset. Björklund, die al op Belgische podia stond, blijkt in haar thuisland al heel populair te zijn, want de Lille Sal zit afgeladen vol. Sommigen kennen haar ook al als gitariste van The Darleens. In Amerika was ze actief als sessiemuzikante voor o.a. Mark Pickerel, Johnny Sangster en Stevie Fisk. Solo releasete ze al twee platen. Begeleid door duistere visuals brengt ze rauwe maar sfeervolle rootsmuziek met stevige injecties van folk, psychedelica en vooral filmmuziek. Björklund weet vooral de aandacht vast te houden als ze met haar pedal steel gitaar de cinematische kracht van haar muziek extra in de verf zet. Sterk optreden van deze mysterieuze Zweedse.

Björk met post-punk

Met het IJslandse Mammut, de vijfkoppige band rond de furieuze frontvrouw Katrina Kata Mogensen, had het publiek het veel moeilijker. Mammut, dat bovenaan ons lijstje stond, begint heel sterk aan hun set vlammende post-punk. De drie meisjes en twee jongens moeten immers niet veel meer bewijzen, want ze vielen vorig jaar in de prijzen in hun thuisland met hun derde album Komdu Til Min Svarta Systir. Dissonante riffs werden duchtig afgewisseld met psychedelische en tribale passages, maar mede door technische problemen plakt de mayonaise niet altijd. Gelukkig heeft de band met Mogensen, die met alles — jurk, stem en présence — aan Björk doet denken, een dijk van een frontvrouw in huis. Anders was hij onzichtbaar gebleven in het reusachtige aanbod. Als er wat meer een lijn in de set had gezeten, hadden de nummers er echt als een huis gestaan. Toch een kleine teleurstelling.

Shiny Darkly is de eerste band waar we heel erg naar uitkeken en die maakt de verwachtingen wel helemaal waar. Alleen al door het nummer “Sacred Floor”, een heerlijk galmend post-punknummer met een heerlijk klinkende grafstem, werd onze aandacht getrokken. Zanger Kristoffer Bech vertrouwt ons later toe dat hij inspiratie haalt bij onder meer The Cure en Echo & The Bunnymen. Ook “Soft Skin”, iets meer dansbaar dan die inspiratiebronnen maar nog altijd een heerlijke eighties sound, trekt de aandacht. Dead Stars, de vorig jaar verschenen EP, is al een aanrader. Nu is het uitkijken naar debuutalbum Little Earth dat op 1 juni verschijnt. En laat Shiny Darkly daarna maar naar Glimps afzakken.

Yung is het volgende hoogtepunt De vierkoppige band rond de 20-jarige Mikkel Silkjaer Holm (mét Backstreet Boyskapsel) zit in hetzelfde schuitje als Cloud Nothings en wordt terecht bestempeld als een van de beste Deense exportproducten. En terecht: het ruige “Nobody Cares” is een dijk van een nummer waarin de balans tussen de ruigheid van garage, punk en grunge perfect in balans wordt gehouden met poppy melodieën. Yung speelt keihard, superenergiek en met overgave. Alleen hadden we het nog energieker verwacht. Hetzelfde voor het publiek, dat massaal afgezakt is naar de Voxhall. Niettemin nu al een topper, deze Yung.

Voor fans van Wolves In The Throne Room, Xasthur en Agalloch is er dan weer Solbrud. Denemarken staat als Scandinavisch land hopeloos achter als het over black metal gaat, maar heeft er met Solbrud wel een serieuze belofte bij. Akelige kreten, blast beats, snijdende riffs en af en toe een ingetogen passage: dat is dus helemaal de atmosferische black metal die we willen horen. Een dik uur lang worden de oren gepijnigd door de niets ontziende geluidsbrij. Dat dit misschien de meest atypische band is voor een showcasefestival als SPOT is te merken aan de snel leeglopende zaal. Solbrud is wel voor elke black metalliefhebber een luisterbeurt waard.

Berlijn in het klein

Met een paar Royalbiertjes op trekken we naar de after party die in de grauwe Radar-club in de met graffiti bespoten stationsbuurt wordt verzorgd door Taragana Pyjarama, een Deense producer die fans van Lymbyc Systym en Bonobo en alles daartussen kan aanspreken. De man heeft blijkbaar al Sonar Kopenhagen en grote optredens in Azië op zijn cv staan en dat hoor je meteen. Van begin tot einde is het wegdromen bij de zweverige electro. Wanneer de diepe beats de bovenhand nemen op de relaxerende tonen, wanen we ons zelfs even in Berlijn. Nieuw is wat hij doet niet, maar hij zou wel al eens volle festivaltenten kunnen lokken.

Het Zweedse Riddarna krijgt de eer om zaterdag op gang te trappen. De verwijzingen in het programmaboekje naar Sonic Youth en Fugazi doen ons aanvankelijk watertanden, maar live is het iets dat we — als we even oneerbiedig mogen zijn — vlees noch vis kunnen noemen. Het verschroeiende trio zweeft voortdurend tussen post-punk en noise rock, maar mist een herkenbaar geluid. Wel sympathiek dat er wordt gezongen in de moedertaal — naar verluidt over de dood en duisternis. Maar Riddarna is geen band die buiten Scandinavië potten kan breken. Ook omdat de podium présence weinig indrukwekkend is.

Met The Wands krijgen we een band die wél wat charisma uitstraalt. De acid rockers katapulteren je helemaal terug naar de psychedelische sixties. Het grootste verschil met de vorige band is dat hij nostalgisch klinkt op een allesbehalve geforceerde manier. De retro jongemannen stralen de hippieperiode gewoon uit met hun kapsels, houding en instrumenten en staan op een podium met de nonchalance die vroeger ook The Stooges en The Doors niet vreemd was. Bij het binnenkomen van een volgestouwde Atlas brengt The Wands net hun beste nummer, “Sound Of The Machine”, waarin fuzzy gitaren en de stem van Christian Skibdal de bovenhand nemen. De visuals hadden de acid trip — hoofdingrediënten: eindeloze psychedelische jams en orgelpassages — nog intenser kunnen maken, maar de grote zaal blijkt een maatje te groot voor The Wands. Programmeer ze in een café, zoals de Charlatan op Glimps vorig jaar, en ze komen wel volledig tot hun recht.

Nieuwe popprinses

Het eerste kippenvelmoment van zaterdag hebben we te danken aan de 18-jarige Noorse popprinses AURORA. Aurora Aksnes wist al een buzz te creëren in blogland en staat geprogrammeerd op Les Nuits Botanique. Een kleine hype dus, en dat is alvast verdiend. Met nummers als “Runaway” bewijst ze dat ze al heel wat in haar mars heeft om een (groot) publiek te bespelen. Het hoogtepunt van de set is het nummer waarbij ze in duet gaat met alleen een melancholische tokkelgitaartje. Haar verlegen lachje tijdens het oorverdovend applaus doet ons nog meer blozen.

Terug naar de muziek: die muzikale begeleiding zit dus ook al goed. Later in de set horen we onder meer fragiele gitaren terwijl AURORA alle aandacht naar zich toe trekt. Bij het laatste nummer komt dan weer Florence & The Machine voorbij zweven, wanneer AURORA’s stem gecombineerd met de hevige drums opzwepend werkt. Als deze piepjonge dame er een paar sterke nummers bij heeft, is ze zelfs al klaar om de Castello of de Club op Pukkelpop te vullen. We houden alvast haar debuut in het oog, Eppo!

Baby in Vain bestaat uit drie vrouwen met andere bedoelingen, namelijk hun girl power bewijzen. Geen muziek om bij te weg te dromen in een sprookjesachtige wereld, eerder beuken met een sound die de muzikale nineties heeft bepaald. De drie wilde meiden lijken vooral een voorkeur te hebben voor The Breeders en Hole, maar dan zonder echt nummers te hebben die er bovenuit schieten. Waar een band als Yung die wel had, klinkt Baby In Vain in de volgestouwde Voxhall een beetje als meer van hetzelfde. Dit is dus hip en populair in Denemarken, maar heeft iets te weinig body om op te vallen tussen de andere bands.

Op naar Samaris in de indrukwekkende hal van het Scandinavian Congress Centre, dat wel veel weg heeft van Wijnegem Shopping Centrum maar dan zonder de H&M’s. Voorts wel de perfecte, ruime setting voor een gezelschap als de IJslanders. Het trio bracht vorig jaar nog maar Silkidrangar uit. Die plaat bracht hen onder meer al naar The Great Escape en het fel gesmaakte Big Next Festival in ons eigenste Gent. Samaris maakt indrukwekkend mooie, typisch IJslandse muziek: een vocaliste die veel weg heeft van een nimf en daardoor alle aandacht naar zich toetrekt, een dj met minimalistische electro en ten slotte een klarinet die het geheel nog mysterieuzer maakt. Samaris wordt door het publiek op handen gedragen en hoeft duidelijk niet veel meer te bewijzen — de band heeft al wat festivalervaring opgebouwd. Wij krijgen vooral goesting om IJsland te bezoeken.

SPOT-festival loopt stilaan op zijn einde en dat is te merken aan het zwalpende publiek in en rond de Music Huset. Na de melancholische popklanken en ruige gitaren komt AV AV AV als geroepen; net zoals op vrijdag zijn we dus getuige van een goede elektronische afsluiter. Meer nog: dit is een meer dan geslaagde afsluiter. AV AV AV bestaat uit drie Deense producers die sfeervolle electro house aan passende visuals koppelen. Naarmate de set vordert, gaat het publiek steeds uit meer uit zijn dak. Je hoort meteen dat het trio al een eigen (soms commercieel) geluid heeft en wat ervaring op de teller heeft staan. Het zou ons niet verbazen als deze Deense Disclosure in december Glimps zou afsluiten.

Echte derderangsacts waren er niet op deze editie van SPOT-festival, dat intussen al 21 jaar bestaat. Dat wil zeggen dat de organisatie er duidelijk werk van maakt om kwaliteitsvolle muzikanten — of ze nu ervaring hebben of niet — aan te trekken. Zowel jonge acts die nog wat geduld moeten uitoefenen om te groeien en toekomstige hypes als gevestigde Deense namen passeerden de revue in Arhus. Voor de Belgische delegatie was het met andere woorden een vruchtbare editie. Als er een paar acts kunnen afzakken naar Glimps, dat dit jaar van 10 tot 12 december plaatsvindt, zou dat vree wijs zijn.

Release:
2015
http://spotfestival.dk/
http://glimpsgent.be/
Beeld:
Robin De Raedt - www.wannabes.be

verwant

Shiny Darkly :: Little Earth

Na fel gesmaakte optredens maken de drie sinistere Denen...

recent

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in