The Spring Quartet :: 26 maart, de Bijloke

Met Jack DeJohnette in de gelederen lok je menig jazzliefhebber gemakkelijk de concertzaal in. Zo ook in de Bijloke afgelopen woensdagavond. De 71-jarige legendarische drummer kwam samen met Joe Lovano, Esperanza Spalding en Leo Genovese langs om ‘The Spring Quartet’ voor te stellen. Vier muzikanten die een waaier aan leeftijden vertegenwoordigen en een unieke bagage aan traditie en experiment bezitten. Hoge verwachtingen werden gekoesterd, maar achteraf bleek niet iedereen het optreden evenhard gepruimd te hebben.

De composities voor het kwartet kregen een drukke insteek. Het was duidelijk merkbaar dat de vier muzikanten tijdens opener “Spring Day”, een compositie van Lovano, driftig op zoek waren naar de juiste balans en feel. DeJohnette speelde rechttoe rechtaan. Met vaste pols dirigeerde hij (te?) hardhandig het viertal naar een breed spectrum aan klank- en volumeregisters. Een uitgebreide cimbalenset en toms verzorgden zijn compagnons van verknipte ritmes en een stevige drive. Na DeJohnettes “Herbie’s Hands Cocked” leken de vier hun plaats in de klank van de zaal beter gevonden te hebben, al bleef die zoektocht een concert lang voortsluimeren.

De motor van de band was alleszins DeJohnette en Spalding genoot zichtbaar van de vaste grond die hij haar bood. Het gaf haar de kans om haar contrabas vrijer te laten gedijen tussen de felle tinten saxmelodieën van Lovano en volle pianolijnen van Genovese. Jammer alleen dat haar klank weinig definitie had en wollig geprojecteerd werd. Lovano’s sound mixte erg goed met de kleur van Genovese’s piano en de veelzijdige nummers gaven elke muzikant op tijd en stond de ruimte en stilte om beurtelings in de schijnwerper te staan.

Zo ergens halfweg de show begon Spalding, met haar 29 lentes jong het dartelendste schaap on stage, “Que Sera Sera” te fluiten, om vervolgens haar bassolo smaakvol op te bouwen. Leo, Jack en Joe ondersteunden haar met meerstemmig, haast kinderlijk onschuldig, gefluit. Een moment van rust dat best wel deugd deed! En die onverwachte wendingen kregen we wel vaker. Lovano die z’n aulochroom, een dubbele sopraansaxofoon, somtijds bovenhaalde en daarmee in het sfeerbeheer van Roland Kirk belandde. Of die passages waarin iedereen (behalve DeJohnette) plots een sax bespeelde.

Even later maakte hij het goed door de veilige schuilplaats die zijn drumstel bood, figuurlijk te verlaten en vloeiend wereldse klanken uit z’n strottenhoofd te halen. Spaldings frêle stem blendde wondermooi toen zij het gezang overnam. The Spring Quartet ging geen uitdaging uit de weg. Enkel jammer dat de band, sinds eind januari met het project op toer, er niet altijd in slaagde om allen dezelfde muzikale weg in te gaan. Gewaagd, dat zeker. Maar het wrong af en toe.

The Spring Quartet toonde zich moedig, getuige de wil om verder te denken dan alleen hun hoofdinstrument. Helaas, echt swingen lukte niet. Daarvoor was de uitvoering te robuust en de versterking te log. Toch slaagden ze erin de stukken groot en klein te laten klinken en weigerden ze barrières op te stellen. ‘Een open geest beleeft meer’, hun uitgangspunt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + zeven =