Miles Davis :: Kind of Blue at 50 – Jimmy Cobb’s So What Band

Bekijk maar eens de lijst van muzikanten die meewerkten aan ‘Kind
of Blue’, nog steeds een van de best verkochte albums aller tijden.
Grootheden als Miles Davis, John Coltrane en
Julian ‘Cannonball’ Adderley springen onmiddellijk in het oog,
naast andere oerdegelijke muzikanten als Paul Chambers, Bill Evans
en Wynton Kelly. De enige muzikant die ik ondertussen nog niet
vermeld heb, is niet toevallig ook de enige die vandaag nog levend
op deze aardbol rondloopt. Jimmy Cobb maakte als drummer deel uit
van het golden ensemble en sloeg zich met die ene welbekende
drumslag op ‘So What’ in de geschiedenisboeken.

Het uitzonderlijke jaar 1959 (met de release van pareltjes zoals
‘Kind of Blue’, ‘Mingus Ah Uhm’, ‘The Shape of Jazz to Come’, …)
ligt al een hele tijd achter ons en toch bezit dit ene album in de
rijkgevulde carrière van Davis een tijdloos afrodisiacum dat tot op
heden nog heel wat mensen (niet enkel jazzliefhebbers) weet aan te
spreken. Getuige hiervan is het grote enthousiasme voor het ‘Kind
of Blue at 50’-project, waarbij de ‘So What’-band, onder leiding
van Jimmy Cobb, een hulde brengt aan Miles Davis’ bekendste album.
De Ancienne Belgique was de place to be voor elke muziekliefhebber
en als voorproevertje voor het optreden, werd iedereen alvast
getrakteerd op een vertoning van de door Chris Lenz geregisseerde
documentaire ‘Celebrating A Masterpiece: Kind of Blue’.

Heel wat kijklustigen waren reeds op tijd aanwezig om de vertoning
van de documentaire bij te wonen. Regisseur Chris Lenz maakte in
zijn verfilming gebruik van heel wat archiefmateriaal (oude
opnames, foto’s, video’s) en interviews om het verhaal over ‘Kind
of Blue’ te vertellen. De loftrompet werd (letterlijk) meermaals
bovengehaald om de eigenzinnige aanpak en unieke stijl van Miles
Davis te bewieroken met complimenten. Jimmy Cobb kwam ook enkele
keren aan bod in ‘Celebrating A Masterpiece’ maar kreeg anderhalf
uur later zelf de kans om het gevoel van 1959 opnieuw tot leven te
brengen.

Voor deze nagenoeg onmogelijke taak deed Jimmy Cobb een beroep aan
gereputeerde artiesten zoals trompettist Wallace Roney,
(tenor)saxofonist Javon Jackson, (alt)saxofonist Vincent Herring,
bassist Buster Williams en ten slotte ook pianist Larry Willis. De
band hield zich aan de oorspronkelijke structuur van het album en
startte met het welbekende ‘So What’, weliswaar zonder de
mysterieuze piano-intro. Na de intro-melodie kreeg elke muzikant
voldoende ruimte om (volgens de regels van de modal jazz) een eigen
invulling te geven aan de muziek. Roney verschilde qua stijl
duidelijk van de spaarzame en contemplatieve stijl van Davis maar
toonde al snel dat de aanpassingsmogelijkheden van ‘So What’
nagenoeg onbeperkt zijn. Jackson en Herring hielden zich iets meer
vast aan het modelvoorbeeld waarbij vooral laatstgenoemde met de
warme en innemende klankkleur van de altsaxofoon het publiek even
wist te imponeren. Cobb drumde ondertussen op energieke wijze mee
zonder ooit de indruk te geven dat zijn gezegende leeftijd hem al
parten speelde.

De vaste orde werd bewaard en zo volgde een vertolking van ‘Freddie
Freeloader’ waarbij vooral Larry Willis met zijn pianosolo de
aandacht naar zich toetrek. Jackson toonde ook even de
sneltreintempo van John Coltrane te kunnen benaderen zonder echt te
imiteren. ‘Blue in Green’ vormde het romantische tussenstuk in het
optreden met de lange kind of Davis klinkende notes die Roney in de
richting van het publiek blies. Een schijnbaar ontroerend moment,
aangezien het publiek muisstil en geconcentreerd elke beweging op
het podium volgde.

‘All Blues’ werd ingezet door Roney die net iets te fel uit de hoek
kwam waardoor de sfeer een beetje verstoord werd. Bij Jackson en
Herring werd ik daar niet mee geconfronteerd, al had ik wel de
indruk dat de muziek soms het spontaneïsme van het album miste. Het
album werd nagenoeg volledig in één take opgenomen, waarbij de
muzikanten op basis van hun eigen vermogens aanzienlijk konden
improviseren en het resultaat zelf bepaalden. Op ‘Kind of Blue’
werd die spontaan gegroeide muziek op meesterlijke wijze
vastgelegd, wat het zeer moeilijk maakte om dat ook maar enigszins
te evenaren (vandaar dat Davis zelden de muziek live heeft
gespeeld, qc).

‘Flamenco Sketches’ kwam als laatste aan bod en daar was het vooral
genieten van dat sluimerende Latijnse gevoel dat doorheen de muziek
in plotse overgangen naar de voorgrond wordt geduwd. De ‘So
What’-band speelde nog een kort energiek nummer vooraleer werd
overgegaan tot de voorstelling van de volledige groep door Jimmy
Cobb himself. De groep kwam nog terug voor een bisnummer en hoewel
het publiek heel enthousiast en in grote getale staand
applaudisseerde, had ik toch het gevoel dat de avond net iets te
kort was om een diepgaande indruk na te laten. De dure tickets
waren aldus niet volledig gerechtvaardigd voor deze hulde aan Miles
Davis. Toch is het moeilijk mijn bewondering voor Jimmy Cobb onder
stoelen of banken te steken. Een levende legende aan het werk,
echter zonder al te veel franjes of absolute hoogtepunten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =