Pukkelpop 2008 :: Beats & Pieces :: 14 augustus 2008

Omdat acht podia erg veel is en sommigen onder ons de leeftijd, waarop nog fit en vlotjes van de ene groep naar de andere kan worden gehopt, al lang voorbij zijn. En ook omdat we het toch zeker over Soko gehad moeten hebben. Ziehier een beetje van dit en een beetje van dat: beats and pieces.

Hun naam klinkt net absurd genoeg om ons toch de club in te trekken in plaats van rechtstreeks languit in de zon te gaan liggen. Joe Lean And The Jing Jang Jong, vijf überhipsters uit Londen, hebben niet alleen de strakke broekjes van The Kooks, ze ontlenen ook hun aanstekelijke gitaartjes en opgewonden ticks. "Lonely Buoy" en huidige single "Where Do You Go" ruiken verdacht sterk naar ambitie. "Hey Little Child", de Alex Chilton-cover die ze recentelijk opnamen voor BBC’s Radio 1 Live Lounge, klinkt dan weer oprecht genoeg om onze argwaan in vraag te stellen. Met een te verschijnen album en de nodige promotie wordt dit groepje van The Pipettes ex-drummer vast een nieuw (tijdelijk) succes.

Over one hit wonders gesproken: bij deze zijn er eigenlijk al teveel woorden vuilgemaakt aan het fenomeentje Soko, maar we hebben er gelukkig nog wat over. Totaal, gebrek, aan en muzikaliteit bijvoorbeeld. Iets waar la Soko zelf ongetwijfeld een song-achtig iets van kan brouwen, waar ze dan een juiste pakje (tijgerpak, gekke kunsttrees-pak) en nieuw instrument dat ze totaal niet beheerst (we noteren al: piano, gitaar, drum) bij zoekt. Het is bemoedigend te zien hoe Soko er in slaagt haar publiek de indruk te geven dat het allemaal moeiteloos uit haar vingers vloeit en waarschijnlijk zou elke aanwezige het zelf minstens even goed kunnen doen. Madame vond het bovendien niet nodig om haar ene hitje ook even te spelen, waardoor ze het touren hopelijk weer snel mag beperken tot haar natuurlijke habitat: de vrije podiums van het Quartier Latin. Nog een geluk dat we donderdag tussen drie en half echt even echt niets beters te doen wisten, of we zouden er nog giftig van worden ook.

Of we hadden ons op datzelfde moment in de dance hall kunnen bevinden, natuurlijk. Alwaar Brooklyns nieuwe bewaakte stadsschat haar bestaansrecht verdedigde en terecht: Santogold is een interessante twijfel tussen rockgitaren en beats, een M.I.A.- rip off en ongetwijfeld de zwoelste (in muzikale termen, fysiek lijkt ze iets te sterk op Venus Williams om ons van ons stuk te brengen) verschijning die dit jaar de dance hall zal bevolken. Hit " L.E.S. Artistes", waarbij we haar altijd met Tegan And Sara verwarren, wordt al vroeg in de set prijsgegeven. De rest van het debuutalbum gaat als een trein voorbij in een passende, wervelende show met in stijve pakjes en blauwe vlinderdasjes gehulde muzikanten en twee fantastische achtergrondzangeressen die synchroon statische danspasjes uitvoeren, als paspoppen die aerobicsoefeningen uitvoeren. Perfect festivalvoer!

Even ademhappen en terug naar de club, waar we hoopten dat British Sea Power het iets beter zou doen dan afgelopen winter in de rotonde van de Botanique. Toen gingen ze nog ernstig kopje onder. Ondertussen hebben ze blijkbaar een nieuwe geluidsman aangeworven en werd één en ander rechtgezet. "Atom" is een razende opener, "Lights Out For Darker Sky" knalt in het refrein hard genoeg om ook de achterste rij bij zijn nekvel te vatten. Het bescheiden radiohitje "Waving Flags" bevestigt: ook met een song over economische migratie kun je meezingen. We kunnen ons vergissen — of wat had u gedacht? — maar we voelen in British Sea Power nog altijd héél veel potentieel.

Iets wat Hot Chip dit jaar rijkelijk heeft uitgebuit. Eigenlijk verdient de groep het dubbel en dik om in onze top 15 van beste Pukkelpopconcerten 2008 te staan, ware het niet dat onze favoriete geeks dezelfde set lieten optekenen als op Rock Werchter vorige maand, inclusief "Nothing Compares 2 U". Uiteraard niets mis mee, toch niet binnen dezelfde tournee, maar omdat we hen toen al uitgebreid coverden en er op Pukkelpop zoveel te horen en te ontdekken is, houden we het bij dit paragraafje. Desalniettemin: we were ready for the floor!

Wie zich donderdagavond liever niet liet verleiden tot het maken van enkele belachelijke danspasjes, kon gelukkig zijn heil gaan zoeken in de club. Iron & Wine, het combo rond Sam Beam, krijgt met zijn weemoed en tristesse moeiteloos gehele volksmassa’s muisstil. Opener "Sheperd’s Dog" laat het beste vermoeden, maar algauw verliezen Beam & co zich in eindeloos lang uitgesponnen instrumentale intermezzo’s, waardoor stilte algauw overslaat in apathie. "Flightless Bird, American Mouth" schudt het publiek wakker, maar luidt ook meteen het einde in van het concert. Too little, too late.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 17 =