Ten hours of… Pukkelpop



Het leven zit soms vol verrassingen, aangename en minder aangename…
Zo stond het al een poosje vast dat ik vrijdag 20 augustus zou
doorbrengen op een weide. Omdat enkele van mijn koeien in blijde
verwachting waren, was de kans groot dat ik als een soort
vroedvrouw temidden van mijn runderen zou staan, om nieuw leven op
aarde te zetten. Een hevig onweer (en een fatale blikseminslag)
beslisten er anders over. Al mijn zevenendertig (domme) koeien
waren gaan schuilen onder een gsm-mast, en de rest is geschiedenis…
Net als mijn koeien, dus. (Lees er alles over in HET LAATSTE
NIEUWS!!!)
Wat doet een mens dan, wanneer hij onverwachts een vrije dag in de
schoot krijgt geworpen? Hij gaat snel op zoek naar een leuk
uitstapje, om de zinnen een beetje te verzetten, en het
allerleukste wat we terugvonden in de kalender van Vlaanderen
Vakantieland was… Pukkelpop… Een blik op mijn drukke
landbouwersschema leerde me dat het moest lukken om zo’n tien
uurtjes zoek te maken op de weide van Hasselt-Kiewit…
Aangekomen op de wei, repte ik me als een dolle hengst naar het
Château. Daar waren de vijf leden van het Duitse Kammerflimmer
Kollektief
hun instrumenten aan het stemmen. Dacht ik… In feite
was het optreden al een paar minuten daarvoor begonnen en datgene
waarvan ik – in tweede instantie – dacht dat het een lange intro
was, bleek dan toch een eerste nummer te zijn. Ha jááá, want het
quintet (drums, viool, contrabas, keys en andere computergestuurde
toestellen + een dame die, verscholen achter één van de monitors,
een harmonium bespeelde), bekwaamde zich in het produceren van
indruk- en huiveringwekkende soundscapes. Echt toegankelijk kan je
hun muziek dus niet noemen, de meeste aanwezigen grepen dan ook
naar een onder festivalgangers heel erg populair, medisch
verantwoord maar bij wet verboden hulpmiddel om in de juiste
stemming te komen.
Ik hield het bij een braaf boterhammetje met kip curry, en toen dat
niet leek te helpen, verkasten we maar naar de Club, voor een
halfuurtje De Portables. Hun geslaagde mix van indierock en
-pop (met een spaarzaam vleugje elektronica) liet zich veel beter
verteren. Gek dat ik deze band nog niet eerder tegen het lijf ben
gelopen, dacht ik, tijdens het schitterende ‘Vegetarian Barbeque’.
Het maakt het allemaal des te onbegrijpelijker dat sommige andere
festivals steeds uit hetzelfde vaatje oninteressante Vlaamsche acts
blijven tappen om hun festival te laten vollopen. Blijkbaar is in
ons land niet alleen de taalgrens een (vaak) onoverkomelijke
barrière, maar beletten binnen Flàànderen zelf ook de
provinciegrenzen heel wat groepen het publiek te bereiken dat ze
verdienen.
Tien jaar geleden werd in Zuid-Afrika de schandelijke Apartheid ten
grave gedragen, en dat was toen aanleiding om een heus festival in
het leven te roepen: Oppikoppi. Vijf jaar geleden begon Oppikoppi
samen te werken met Pukkelpop en traden heel wat Belgische acts op
in Zuid-Afrika. Om die twee verjaardagen te vieren, werd de
Wablief-stage op de wei neergepoot, en daar kon men zich staan
vergapen aan twee knotsgekke comedians, die zich The Most
Amazing Show
laten noemen. Hun Afrikaanse versie van het Engels
was niet altijd even verstaanbaar, hun humor was bijwijlen wel
degelijk onweerstaanbaar. En wie het allemaal niks vond, kon op het
grote scherm naast het podium naar een video kijken van Zuid-Afrika
ten tijde van de rassensegregatie…
De Dance-Hall stroomde omstreeks kwart vóór twee stilaan vol voor
één van de hotste acts van het moment, de Schot Myles Macinnes ofte
Mylo. Natuurlijk was
iedereen gekomen voor ‘Drop the Pressure’, en terecht, want samen
met ‘Mickey Mouse…’ van Mocky is
dat één van de leukere dance-hits van de zomer. Voor het zover was,
moesten we eerst nog een halfuurtje Röyksopp- en Daft Punk-alike
elektro-disco doormaken waarbij we ons best amuseerden, al vinden
we hem op de plaat stukken beter. Maar kom, festivals zijn er om
ons te amuseren en niet om er diepzinnige gedachten aan te
koppelen, dus struikelen we er niet over dat onze Schot soms een
paar Moby-trekjes vertoonde. Maar zolang het meer Mylo dan
Moly (met één ‘l’) blijft en hij geen foute fans aantrekt,
hoort u ons niet klagen.
Ondertussen verplaatsten we ons naar het grote grasveld ter hoogte
van de Main Stage, voor een pakje frieten met tartaar. Op het
hoofdpodium waren een paar dingen gewijzigd. Omdat Jet niet kon
komen, werd alles een beetje verlaat (gesnapt, Marktrock?). En wie kon er beter voor de
geschikte achtergrondmuziek zorgen tijdens mijn middagmaal dan de
vetzakken van Bloodhound Gang? Fan zullen we nooit worden
van deze jongens, maar wat er tussen de nummers gebeurde was best
vermakelijk. Vooral toen aan alle Hollanders werd gevraagd om zich
kenbaar te maken (extatisch gejuich, natuurlijk, want wij zijn het
Uitverkoren Volk!) en hij zich tot het andere deel van de
toeschouwers wendde met het bevel “Pak ze!”, verslikten we ons
haast in onze aardappelreepjes.
Na het eten had ik heel even niks om handen, ik liep dan maar even
langs bij de stand van het tweemaandelijks toonaangevend
tijdschrift Gonzo (Circus), waar ik me een abonnement liet
aansmeren (om in de toekomst eindelijk eens met wat meer verstand
van zaken aan mijn besprekingen te beginnen). Tot tien vóór bleven
we angstvallig uit de buurt van de Marquee, uit schrik vertrappeld
te worden door een horde uitzinnige tienermeisjes die net het
godswonder Koen Buyse en zijn Zornik hadden mogen
aanschouwen. Dan liever Melissa
Auf Der Maur
, door heel wat mannelijke planeetgenoten
geprezen voor alles behalve haar muziek, die omstreeks vier uur het
hoofdpodium mocht bestijgen. We weten allemaal allang dat deze dame
in vroegere tijden in bands speelde als Hole en Smashing Pumpkins
en dat zij bij de opnames van haar cd kon rekenen op a little
help from her friends
. Toch moet je het maar doen: een al jaren
doodgewaand genre weer leven in blazen zonder te blozen. Bovendien
slaagde ze erin veertig minuten lang (letterlijk) overeind te
blijven en niet uit te glijden over één van de vettige fluimen die
bloedhond Jimmy Pop daar eerder had achtergelaten. (Naar verluidt
was hij nadien wel zo hoffelijk om haar backstage bij het handje te
nemen om haar veilig naar zijn camper te loodsen.)

We verplaatsen ons nu even naar een Duitse middelbare school,
midden jaren ’80. Een tengere jongen, hoofd vol mee-eters,
brilletje, met zijn neus in zijn boeken, zit alleen in een hoekje.
Zijn klasgenoten zijn maar in twee dingen geïnteresseerd: het
achterna zitten van die Mädchen, en het jennen van die ene
nerd. Origineel zijn de stoere binken niet, want ze doen niks
liever dan zijn boterhammen in de vuilnisbak gooien, zijn boekentas
verstoppen en vieze boekjes tussen zijn boeken moffelen. Vandaag,
twintig jaar later, staat diezelfde nerd op het podium van een
alternatief muziekfestival. De macho’s van weleer staan – met vette
bierpens en terugschrijdende haargrens – intussen achteraan in de
tent, te bekomen van die ene keer dat ze hun vrouw betrapten met
hun beste vriend en de daaropvolgende echtscheiding. Om kort te
gaan: we kunnen het ons nauwelijks voorstellen dat Christian
Kleine
een onvergetelijke indruk heeft gemaakt op zijn
klasgenoten. Hij ziet er meer uit als een kasplantje dat bij wijze
van experiment eens per jaar in de open lucht wordt gezet. Of als
een handelsreiziger van de firma Apple, die even een demonstratie
komt geven van wat men allemaal kan met zo’n laptop. Wij waren in
ieder geval overtuigd. Geobsedeerd gaapten we toe hoe hij
allerhande lekkers uit ‘Valis’ en ‘Real Ghosts’ uit zijn laptop
wrong. We hielden al van Kleine op basis van zijn platenwerk, live
vonden we het een beetje – euh – speciaal, maar wel
fantastisch!
Datzelfde kan niet worden gezegd van Michael Fakesch en Chris De
Luca, ofte Funkstörung.
Het Beierse duo bulldozerde in het Château een klein uur lang door
eigen werk. Hoewel Disconnected,
de recentste plaat van de twee, een bescheiden koerswijziging
betekende (minder stoorzenders, meer songs), flirtten ze afgelopen
vrijdag vooral met de geluidsmuur. 104 db was de limiet, maar als
er iemand die grens zou overschreden hebben, dan waren zij het wel.
We hielden het geen heel optreden uit, en kozen de frisse
buitenlucht op, waar we nog een stukje meepikten van The Streets, op het hoofdpodium.
Ondergetekende mag dan wel een geezer zijn, echt
excited werd ik toch niet van Mike Skinner en zijn
gezelschap. Vorig jaar zag ik hem ladderzat in de Pyramid Marquee
in Werchter, vrijdag stond hij naar verluidt met een kater op de
Main Stage. Wat was het beste? De pest of de cholera?
Waarschijnlijk zal ik me weer, zoals in mijn gloriedagen, als een
zwijn in het bier gooien en word ik vanzelf een verstokte
Streets-fan…

Vóór het optreden van Christian Kleine hadden we even getwijfeld of
we niet beter naar de Dance-Hall zouden gaan, voor Ricardo
Villalobos
. Die stond normaal gezien op hetzelfde uur
geprogrammeerd. Het geluk stond echter aan onze zijde, want toen we
even voor halfzeven aankwamen in de Dance-Hall (voor Stijn) stond niemand minder dan onze
Chileense Duitser daar met zijn computer en decks. Blijkbaar hadden
beide heren haasje-over gespeeld op de affiche, maar dat vonden we
deze keer niet zo erg. Niet dat we Stijn niet wilden zien, maar we
zullen nog genoeg kansen om onze sympathieke landgenoot op andere
gelegenheden aan het werk te zien. Visueel stelde het niet veel
meer voor dan Christian Kleine, maar naast zwetende zangers en
zwoegende gitaristen zien we ook eens graag hypergeconcentreerde
techneuten aan het werk. Want het blijft uiteraard een merkwaardig
verschijnsel: één man prutst wat met knopjes en schuifjes, en
krijgt hierdoor een hele tent aan het dansen. Over Villalobos
kunnen we hetzelfde besluiten als over Kleine: schitterend op
plaat, boeiend (op zijn manier dan) wanneer hij live speelt.
Het leek ons echter – gezien de beperkte omvang van de Wablief-tent
– verstandig de Dance-Hall te verlaten nog voor Villalobos zijn
matten oprolde, want we hadden zo’n donkerbruin vermoeden dat het
bij onze Zuid-Afrikaanse broeders wel eens storm kon lopen voor
Ultrasonic 7. We vonden
nog een paar vierkante decimeters vlak achter de P.A., en hadden
van daaruit een uitstekend zicht op de verrichtingen van deze
superband. Na een instrumentale opener werd meteen overgeschakeld
naar de hits ‘It Ain’t No Use’, ‘Where You At’ en ‘Lips They Move’.
De hoofdrol was weggelegd voor zanger Tom Derie, die er zelfs mét
duivenmelkershoedje in slaagde menig bevroren vrouwenhart te doen
smelten.

Na Ultrasonic 7 waren er drie mogelijkheden: effe de Dance-Hall
binnenspringen (die lag immers het dichtst bij) voor Dizzee
Rascal
, de Marquee induiken voor Mark Lanegan of de Club opzoeken voor
Blonde Redhead. Het werd
het eerste, en daar hebben we wel even heel veel spijt van gehad.
We vluchtten dan ook heel snel de tent uit, want dit suckte zelfs
nog harder dan Vive la Fête onlangs in Tienen. Van pure alteratie snelden we echter
de Marquee voorbij en kwamen zo in de Club terecht. Was het de
vermoeidheid? Waren we oververzadigd? Het is alleszins niet
gemakkelijk om een hele dag alles wat je ziet even aandachtig te
blijven. Vergeef het ons dan ook dat we bij Blonde Redhead vooral
oog hadden voor Kazu Makino, en de muziek een beetje bijzaak was.
Wij hopen dan ook voor u dat iemand anders jullie kan vertellen hoe
fantastisch het was. Wij kenden er eerlijk gezegd niet genoeg van
om zelfs maar een gefundeerd oordeel te faken.

Heel even was de duisternis nedergedaald over het hoofdpodium, maar
tussen acht en negen klaarde de hemel open en werd alles in
gereedheid gebracht voor het moment dat dEUS zou nederdalen
uit de rockhemel. In een kwaliteitskrant lazen we vorige week dat
de groep een paar weken geleden een minder goeie beurt maakte op
een festival in Duitsland, we mochten ons dan ook verwachten aan
een oorverdovende revanche. En kijk, Barman en co hadden nog maar
net hun instrumenten ingeplugd, of er deden zich al bijbelse
taferelen voor op de wei. Terwijl ik op zoek was naar een kraam
waar ik mijn laatste food tickets kon inruilen voor een
snelle hap, werd ik als het ware overspoeld door een mensenzee die
uit de andere richting kwam aangestroomd. Om niet met man en muis
te verzuipen (met man en muis, dat is een uitdrukking die beter
door een vrouw kan gebezigd worden), graaide ik naar een stuk
wrakhout dat voorbij dobberde (bij nader inzien bleek het een
houten kunstbeen te zijn, maar alla) en liet ik me meeslepen naar
de Main Stage. Een oorverdovende revanche, zeiden we? Een
oorverdovende revanche werd het, indeed. ‘Theme From
Turnpike’ werd als een splinterbom afgevuurd op de weide, gevolgd
door een ietwat rommelig ‘Instant Street’. Meteen was de toon gezet
voor een broeierige set, waarbij oud en nieuw werk elkaar aflosten.
Of de goden van Antwerpen aan het einde van het optreden weer ten
hemel zijn gevaren, weten we niet, want zolang konden we niet
wachten. Aan de overkant van de Europalaan stond immers één van Ons
Aller Steve’s gratis busjes klaar om ons naar het station van
Hasselt te voeren.

Er wachtte ons immers nog een zeer korte nacht, want
zaterdagmorgen, om een uur of vijf al, hadden we een afspraak met
de mannen van het vilbeluik…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =