Onlangs ging het skelet van een Tyrannosaurus Rex (Trinity) onder de hamer voor een slordige 5 miljoen euro. Dat is, zoals voormalig minister Koen Geens ooit zei in het programma De Zevende Dag, geen kattenpis, maar toch had het veilinghuis op meer gehoopt. In 1998 werd immers nog 8 miljoen euro veil gegeven voor een dergelijk skelet en in 2020 werd zelfs een flinke 30 miljoen neergeteld. Dat nieuwe eigenaar Ferdinand Huts een koopje heeft gedaan, is echter evenmin correct, want Trinity bestaat `maar` voor de helft uit originele botten, die bovendien van drie verschillende fossielen afkomstig zijn.
Het is ongetwijfeld een van de redenen waarom de wetenschappelijke wereld de verkoop grotendeels aan zich voorbij liet gaan. Het exemplaar is onder meer om die reden van weinig wetenschappelijke waarde, en bovendien puilen de kasten van musea en andere wetenschappelijke instellingen uit van de nog niet bestudeerde en geregistreerde fossielen. Maar dinosaurussen spreken tot de verbeelding en dat weet Huts – die van plan is het skelet tentoon te stellen in zijn toekomstige cultuur- en kunsttempel in de Boerentoren – maar al te goed.
Huts is overigens niet de eerste die het commerciële belang van de dieren inziet; sinds hun ontdekking zijn wetenschap, commercie en publiek belang vaak hand in hand gegaan. Geen wonder dus dat er in de jaren 1872-1899 zelfs sprake was van een heuse `bone wars` waarbij de paleontologen Edward Drinker Cope (Academy Of Natural Sciences, Philadelphia) en Othniel Charles Marsh (Peabody Musuem Of Natural History, Yale) elkaar de loef probeerden afsteken en overgingen tot omkoping, laster en zelfs het stelen en vernietigen van beenderen.
De rivaliteit tussen beide wetenschappers was bitter, maar leidde ook tot een explosie van onderzoeksdata en ontdekkingen van niet minder dan 136 dinosaurussoorten en een (hernieuwde) interesse in de diersoort ontstond bij het grote publiek. De vriendschap tussen beide onderzoekers, die evolueerde tot een vete, gekoppeld aan de spectaculaire vondsten van tot de verbeelding sprekende dieren, vormde de perfecte stof voor tal van boeken, documentaires en dramatiseringen. Ook in Dinosaurs Are Collectible, het boek van Thijs Demeulemeester en Koen Stein, komt het verhaal aan bod, net als tal van andere weetjes en fait divers. Hoewel niet uitdrukkelijk als dusdanig gepromoot, valt het boek duidelijk onder de reeks die ook Wunderkammer en Wonders Are Collectible bevat, twee andere werken waarvoor Demeulemeester (mee) de pen vasthield en die een fraaie vormgeving kennen. Tezelfdertijd zijn het ook boeken die vooral een streling voor het oog zijn, veeleer dan dat ze inhoudelijk sterk zijn.
Dat laatste hoeft niet als een kritiek opgevat te worden, maar veeleer als een waarschuwing voor wie op zoek is naar een laatste stand van zaken of echt dieper wil ingaan op de wereld van dinosaurussen. Wie echt gebrand is op wetenschappelijke literatuur zal bij Uitgeverij Noordfonds zijn gading vinden met recent gepubliceerde werken als Dinosauriërs, hoe ze er werkelijk uitzagen (Michael J. Benton), Dinosaurussen, 230 miljoen jaar geschiedenis voor mensen met weinig tijd (Dean Lomax) en Paleontologie, een geïllustreerde geschiedenis (David Bainbridge). Wie echter kickt op interessante weetjes en tevreden is met een basiskennis over de befaamde `verschrikkelijke hagedis’ is hier aan het juiste adres. Zo komt de lezer bijvoorbeeld te weten dat de term dinosaurus van het Griekse deinos (verschrikkelijk) en sauros (hagedis) is afgeleid, en dat men aanvankelijk ook dacht dat de soort tot de hagedissen behoorde. De populaire afbeeldingen van deze dieren met een schubachtige huid en vaak imposante houdingen is evenwel niet alleen achterhaald, maar ook volkomen fout.
Zo is al enige tijd geweten dat de dinosauriërs de voorlopers van de vogels waren en zouden ze naar alle waarschijnlijkheid gevederd zijn. Er werd echter lang gedacht dat de veren er pas echt kwamen met de archaeopteryx, de link tussen dinosauriërs en vogels. Doorheen de voorbije twee eeuwen is het beeld van dinosauriërs overigens wel vaker bijgesteld, zoals Dinosaurs Are collectible duidelijk maakt aan de hand van enkele (gekende) afbeeldingen die zoals wel vaker meer zeggen over het tijdperk zelf dan over het onderwerp waarover het spreekt. En dat lijkt ook de belangrijkste en daardoor meest waardevolle insteek van het boek te zijn. Veeleer dan over dinosauriërs gaat het over hoe de mens tegen deze dieren aankeek en – deels gebaseerd op zijn fantasie en deels op de laatste wetenschappelijke bevindingen – de soort telkens opnieuw herinterpreteerde en een nieuwe plek in niet alleen het wetenschappelijke, maar ook publieke geheugen gaf. Dat vooral bij dat laatste bepaalde stereotypen en foute aannames blijven bestaan, is een realiteit waarvan de Jurassic Park-reeks een treffend voorbeeld mag heten (en dan ook in het boek aan bod komt).
De ware dinofiel zal dus in Dinosaurs Are Collectible weinig tot geen nieuwe informatie vinden en wie zich graag wetenschappelijk vastbijt in het fenomeen, zal hier meer dan op zijn honger blijven. Maar het werk pretendeert niet een dergelijk doel voor ogen te hebben. Demeulemeerster en Stein hebben in de eerste plaats een vlot leesbaar kijkboek geschreven dat meer inzet op interessante weetjes dan echte kennisoverdracht. De korte hoofdstukjes werken niet voor een echte leessessie, terwijl de verzorgde en doordachte lay-out in de eerste plaats uitnodigen tot een kijken en doorbladeren. Net als Wunderkammer en Wonders Are Collectible is het een salontafelboek – geen academisch of wetenschappelijk werk, maar dat beoogt het evenmin. Dinosaurs Are Collectible is daardoor (net als Huts` tyrannosaurus) wetenschappelijk gezien weinig relevant, maar het levert wel een mooi plaatje op, en dat volstaat.



