PUKKELPOP 2007 :: Bits & Pieces, vrijdag 17 augustus

Alternatief reizen: er is geen reden om het op een festival ook eens niet te proberen. Pukkelpop leent er zich perfect toe, met vele stationnetjes en onontdekte plekjes/groepen. Voor gelegenheden als deze werd een verslaggever gevormd waarop moeilijke keuzes, overlappingen of aardse geneugten geen vat hebben. Hij kwam met het volgende terug.

In de Wablief, waar Belgen thuis zijn, staat een huwelijk op het podium dat de naam Prima Donkey draagt. Het allegaartje bestaat uit Gunter Nagels (Donkey Diesel), Rudy Trouvé en onder andere mensen van DAAU en Laïs. Het resultaat is een mix van experimentele en bluesy nummers die vooral door Nagels’ stem aan Tom Waits doen denken. Terwijl beelden van de visuele artiest Teknar het gezelschap een achtergrond bieden laten we ons naarmate de show vordert wegzakken in dit bevreemdend wereldje. Nee, die cover van Lumidee hebben we ons echt niet ingebeeld!

Fridge bestaat al sinds 1997 uit Kieran Hebden (aka Four Tet) en drie schoolvrienden die tijdens de jaren ’90 enkele fijne postrockplaten bijeen schreven. Met hun nieuw album mochten ze aantreden op Pukkelpop, en zo zien we Hebden eens op gitaar in plaats van weggedoken achter een laptop. Op zijn flauwst klinkt Fridge als een heel poppy Tortoise gekruist met The Cure-intro’s: lang niet slecht maar misschien een beetje eentonig. Op de beste momenten overstijgt Fridge de postrock door inventieve en welkome elektronica-accenten te leggen. Het grootste deel van het optreden heeft echter te lijden onder al te repetitieve postrockerij.

Cansei de Ser Sexy heeft een geweldige groepsnaam (leve het Portugees) en met Lovefoxxx een uiterst sexy aandoende frontvrouw. Muzikaal horen we echter niet veel meer dan doordeweekse leukige danspop. Songs worden aangekondigd als "our sad song", "our love song" en "our sexy song", maar het klinkt allemaal ongeveer hetzelfde: vrolijke huppelpop met lichte punkaccentjes. Een cover van L7’s "Pretend We’re Dead" doet ons even wakker schieten, maar de groep kan ons geen optreden lang boeien — alle sexy pakjes en vrolijke ballonnen ten spijt. Tijd is kostbaar op Pukkelpop, dus zal u elders moeten lezen hoe memorabel "Let’s Make Love And Listen To Death From Above" klonk zou zijn.

Omdat hij geen uil is en weet dat zijn muzikale carrière al een eind over haar hoogtepunt heen is, toerde Henry Rollins de voorbije jaren voornamelijk als spoken wordartiest. Hoe goed de man zijn verhalen ook met mopjes en leuke observaties weet te larderen, stand-up comedy kan je dit niet noemen. Daarvoor zijn Rollins verhalen te politiek geladen en is de boodschap net iets te expliciet.

Op Pukkelpop vertelde hij over zijn wedervaren als gelegenheidszanger bij de legendarische punkband The Ruts, zijn ontmoetingen met Iggy And The Stooges, maar vooral over zijn reizen doorheen de ’Axis Of Evil’ en bijbehorende ’Outposts Of Terror’ (Wikipedia is uw vriend). Negentig minuten lang hangt een volle Wablieftent aan ’s mans lippen, ondanks het gedreun van de Boiler Room op de achtergrond. Onderhoudend, bij wijlen confronterend maar ook een klein beetje self-righteous. Een zeer welkome afwisseling op een driedaags muziekfestival. Meer van dat in 2008 graag.

Bij UNKLE mag de tafel met elektronica dan nog wel centraal op het podium staan, eigenlijk past de groep helemaal niet in de Dance Hall. Op het recente War Stories voeren namelijk de gruizige gitaren het hoge woord. Ook vandaag is dat het geval met songs als "Hold My Hand" waarin de live bas en drum het hoge woord voeren en brein James Lavelle zelf de microfoon ter hand moet nemen. Voor een man die dat slechts met veel tegenzin deed, staat hij er met verbazend gemak en genoeg rockstar-attitude. Alvast meer dan de volstrekt charismaloze songwriter Gavin Clark die in hoogtepunt "Stronger" de zang voor zijn rekening neemt.

Grote gasten zijn er niet, dus op het stampende en beukende "Restless" weerklinkt de stem van Josh Homme vanop tape. Ook Ian Astbury is enkel virtueel aanwezig in "Burn My Shadow", maar dat compenseert de gitarist dan weer door zichzelf uitgebreid te tonen. UNKLE brengt vanmiddag dan ook een fijn rockconcert, waarin het saaie middenstuk van War Stories — en het verleden — achterwege wordt gelaten. We horen geen enkel nummer van het onverslijtbare debuut Psyence Fiction, en als uitsmijter vertegenwoordigt enkel "Eye 4 An Eye" eenzaam Never, Never Land en dan rest er maar één conclusie: UNKLE is UNKLE niet meer, maar wel een behoorlijk puike rockgroep. Goed voor ons hoor, maar misschien moet Lavelle toch maar weer eens aan de praat raken met DJ Shadow.

Het is nog altijd ongezellig in de grootstad, zo blijkt uit de grimmige muziek van dubstepcollectief Various in de Chateau. Voor het eerst brengen Ian Carter en Adam Phillips hun claustrofobische muziek live en dat doen ze vanachter een tafel techniek. Voor hen: vier zangers die de stemmen voor hun rekening nemen. Dit is gotische spookmuziek waarop je kunt dansen: niet voor watjes.

De Franse techneut Laurent Garnier voelt zich in zijn sas als gastheer in de Dance Hall vanavond. Als een volleerde restaurantuitbater legt hij ons uit wat er op het menu staat. Wij vertalen even voor u: een live-interpretatie van ’s mans werk waarbij hij wordt bijgestaan door onder andere een saxofonist. Aanvankelijk staat het enthousiasme van de Fransman in schril contrast met dat van het publiek. Een lange jazzy intro doen een aantal beatsmekende blikken weer terug naar buiten sijpelen. Pas na de finale van het herschapen "The Man With The Red Face" en bij het inzetten van "Crispy Bacon" kan Garnier het grootste deel van de menigte overtuigen en mag hij nog eens langskomen met de dessertkaart.

Het geniaalste wonderkind van deze tijd mag een feestje bouwen in de Club vooraleer Alex Gopher overneemt. Patrick Wolf vierde op The Magic Position de liefde en het gelukkig zijn. Ondertussen is het al weer af, maar op Pukkelpop brengt hij een sterke show waarin uptempo werk voor één keer de boventonen voert. De vrolijke mix van elektronica en folk wordt hier een feestelijke ode aan het leven.

In "Tristan" springt Wolf van de lichtstelling en beklimt hij een piano tot wanhoop van de stagemanager. "Bloodbeat" lokt hysterische reacties uit bij het overwegend vrouwelijke publiek. Met "The Stars" krijgt het optreden een magische finale, maar het is "The Magic Position" dat met zijn discostrijkers en joyeus refrein bewijst dat we van Wolf nog niet af zijn: geen mens die gelooft dat deze rasperformer ooit echt zal stoppen met optreden. Een geruststellende gedachte om een festivaldag mee af te sluiten, zo lijkt ons toch.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − twee =