Gent Jazz 2013: Valerie June + José James + Jamie Cullum + Manngold de Cobre + Kate Edmonson + Trixie Whitley + Elvis Costello :: 19 + 20 juli 2013, Bijlokesite

Gent Jazz telde dit jaar ruim 34.000 bezoekers verspreid over 7 concertavonden. Voor het eerst in 12 jaar zonder ook maar één spatje regen, zo laat de tevreden organisatie weten. Tijd voor een terugblik op de laatste 2 avonden.

Op vrijdag opende Valerie June voor een amper gevulde tent. Het pas in mei verschenen Pushin’ Against A Stone werd opgenomen met de hulp van Dan Auerbach (The Black Keys) en bevat een mix van blues, folk, country en rootsgerichte songs. La June stapt solo het podium op, handtas om de schouder, zonnebril, gigantisch rastakapsel, om meteen los te barsten in een half uur intense rauwe blues. Goedemiddag! Je ziet een prille dertiger, maar hoort een door merg en been gaand oud blueswijf, wat een stem. Haar gitaar laat ze ratelen en gieren. Een hoogtepunt is het op banjo gebrachte “Bring It On Home To Me”. Als na een half uurtje haar band op het podium stapt, wordt het klankbeeld gevarieerder maar ook minder intens. “Somebody to Love”, mooi ingekleurd met viool, en “Tennessee Time” zijn pure country. Tijdens twee folky nummers verslapt evenwel de aandacht en komt ze iets verder in de tent amper boven het geklets uit. Afsluiten doet ze met de wel heel erg dicht tegen de Black Keys aanschurkende bluesrock van “You Can’t Be Told”.

No Beginning No End is de titel van de nieuwste, 4de plaat van José James. Werd hij op zijn debuut The Dreamer uit 2008 nog als een moderne jazzzanger beschouwd, dan klinkt zijn nieuwe plaat als hedendaagse urban soul. Toch komt dit live niet als een stijlbreuk over, veeleer als een logische evolutie. De muziek is zwoel en funky, maar bevat net zo goed invloeden uit hiphop en rap. “Ain’t No Sunshine” is een ode aan Bill Withers. Voor “Come To My Door” grijpt James naar de akoestische gitaar. Wat een heerlijke stem heeft die man toch, loepzuiver, soms zeemzoet maar nooit stroperig. Tijdens “Do You Feel” mag trompettist Takuya Kuroda schitteren. Deed Bobby Womack eerder op de week nog een poging om een old school soul revue neer te zetten, dan toont José James fijnzinnig en zonder machtsvertoon hoe een hedendaagse soulset hoort te klinken. Bissen doet hij met een a capella, scratchend ingezet “A Change Is Gonna Come” (Sam Cooke) om via een flard rap over te gaan in een groovy jam. Verbluffend. José James laat een grootse indruk na, één van de absolute topconcerten van het festival!

Een grotere stijlbreuk met wat daarna komt, is moeilijk denkbaar. Jamie Cullum is in the house! Hij loopt en vliegt over het podium, slaat wat toetsen aan op een piano om er vervolgens op en af te springen, mept op een trommel, ‘zingt’ af en toe wat flarden tekst… help… ADHD… waar zijn die pilletjes? “One Of Those Nights”, “Love For Sale” en “The Wind Cries Mary” passeren de revue. Rondom ons zien we een groot pak mensen die er allemaal heel blij uitzien, op verzoek in de handen klappen of beginnen te springen en af en toe “Yeah!” roepen. Verder hebben we over dit soort entertainment niet zoveel te melden. Of het zou moeten zijn dat Jamie ook nog een tijdje voor cameraman speelde en dat er op het einde van het concert een bh op het podium gegooid werd. Part of the show?

Over naar zaterdag, de slotdag. MannGold de Cobre is een nieuw project van gitarist Rodrigo Fuentealba en de voornamelijk van Flat Earth Society gekende saxofonist Peter Vermeersch. Met maar liefst acht blazers, 2 drums, bas en 2 gitaren werd gekozen voor een uitgebreide bezetting. Hoewel de solisten zeker ruimte krijgen, primeert de collectieve sound, dynamisch, aanstekelijk en eerder rock dan jazzgericht. “Sauerkraut”, mompelt Fuentealba aan het begin van een nummer dat drijft op heerlijke blazersriffs, terwijl een ander van start gaat met een surfgitaar en uitmondt in een kakofonie. “Daddy’s Girl” en 3 hartjes staan er op de draagriem van Philipp Weies zijn gitaar, hoe cool kan je zijn? The Wall stond die avond in Werchter, voor The Wall of Sound kon je die middag reeds in Gent terecht. In september of oktober zou de eerste cd van dit collectief een feit zijn. Dan volgen er ongetwijfeld meer concerten, ga dat zien.

Als we de perstekst van Gent Jazz mogen geloven, is Kat Edmonson een doorzettertje. De Texaanse zangeres brengt nu ongeveer haar tweede cd Way Down Low uit, waarvan ze de financiering zelf rondkreeg door fundraising via kickstarter. Ze staat voor het eerst op een Belgisch podium, het obligate grapje over Belgisch bier mag dan uiteraard niet ontbreken. Zelf verklaart ze haar muziek niet te kunnen catalogeren, sommigen noemen het jazz, anderen country of folk. In haar nummers sijpelen dan ook kruisbestuivingen van die verschillende stijlen door, singer-songwriter komt allicht nog het best in de buurt. Haar mooie liedjes, zelfzeker, doorleefd en met heldere stem gezongen, gaan over de liefde, uiteraard. Voorafgaand aan een countryduet met gitarist Steven Grzeskowiak bekent ze haar bewondering voor George Strait, een icoon van het genre. Een volgend nummer roept dan weer een relaxed nachtclubsfeertje op, je ziet haar zo staan tussen de pluchen zetels, lekker glaasje rood binnen handbereik. Na verloop van tijd worden de nummers misschien wat inwisselbaar, toch blijft een groot deel van het publiek aandachtig luisteren. Niet evident om dit op een festival voor elkaar te krijgen met het soort concert dat in een kleine club of zaal ongetwijfeld nog veel meer tot zijn recht komt.

Deze avond van Gent Jazz is uitverkocht. Wie rond 19 uur even naar buiten gaat, ziet dichte drommen aanschuiven aan de ingang van de Bijlokesite. Nog mooi op tijd om ‘hun’ Trixie Whitley aan het werk te zien. De tent loopt bomvol voor de jonge zangeres die begin dit jaar vriend en vijand verraste met haar mature debuutplaat Fourth Corner. Net als Valerie June gisteren start ook Whitley sterk solo op gitaar. Voor het op donkere percussie drijvende “Irene” verschijnt haar band op het podium. Tussen de nummers door lijkt ze wat gestresseerd, geïmponeerd misschien door de massa of de ongetwijfeld talrijk aanwezige kennissen. Met het op piano gebrachte “Pieces” wordt even gas teruggenomen. Daarna is de stress grotendeels verdwenen. “Need Your Love” is een eerste aanzet, maar vanaf “Hotel No Name” gaan de gitaren pas echt voluit. Wat daarna volgt is pure klasse. Tijdens “Breathe You In My Dreams” grijpt Whitley, samen met bassist Alan Gevaert op backing vocals, de volledige tent naar de strot. Kippenvel! In de bissen volgt na een eerste rocker met “Morelia” een schitterende, solo ingezette ballad. Er is nog marge, maar op haar best is dit nu al een straffe madam.

Een perfect voorprogramma ook voor eeuwige angry young man Elvis Costello. En die had er zin in, zo bleek al meteen met een stomend “I Hope You’re Happy Now”. “Romeo Was Restless, He Was Ready To Kill” klinkt het even later tijdens “Mystery Dance”. Zo ongeveer moet de man zich die avond voelen. In een gulle, twee uur durende set, goed voor maar liefst 26 songs, volgt in een razend tempo de ene klassieker na de andere. Tijdens een opgefokte versie van “Everyday I Write The Book” mag toetsenist Steve Nieve stevig uitpakken. Met The Imposters staat overigen 3/4de van oude begeleidingsband The Attractions op het podium. Na zo’n half uur volgt een eerste rustpunt met achtereenvolgens “Shipbuilding” (wat een song blijft dat toch), “She” (“I have the kind of face only a mother can like, perfect to sing this ballad”, grapt Costello tussendoor) en smartlap “Good Year For The Roses”. Een vlammend “Green Shirt” gevolgd door “(I Don’t Want To Go To) Chelsea” leiden naar de overmijdelijke afsluiter “I Want You”. Je weet dat het komt en toch slaagt hij er weer in je aan de grond te nagelen met die ziedende gitaarsolo, waar je ook bent, in Gent, Timboektoe, Tokyo, anywhere, I Want You! En dan moeten de bissen nog komen: “Clubland”, “Beyond Belief”, “Red Shoes”, “Purple Rain”!!, “Pump It Up” en tot slot “What’s So Funny About Peace, Love And Understanding” plaatsen een vet uitroepteken achter deze editie van Gent Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 11 =