Olympique Dramatique :: De kale zangeres

Met De Kale Zangeres wordt een absurde klassieker terug naar de planken
gehaald. Een verrassende keuze die dan ook meteen nieuwsgierig maakt naar wat
een stuk als dit vandaag nog kan betekenen. Slaagt Olympique Dramatique erin
om een antwoord te geven op deze vraag?

Ionesco is weliswaar een vader van het absurdisme, maar dan op zijn eigen manier.
Zijn groteske burgerpersonages hebben een duidelijke maatschappijkritische dimensie
en zijn leven lang bleef hij het onrecht in zijn vaderland Roemenië bestoken.
Hij wijkt ook veel minder sterk af van de traditionele verhaallijnen die hij
en andere boegbeelden probeerden te ondermijnen. Traditioneel gezien putten
opvoeringen van absurdistische stukken hun kracht uit minimalisme. Vooral Beckett
verstond de kunst van het weglaten en ging daar ook steeds verder in. Bij Ionesco
kregen humor en oprechte verbijstering een prominentere rol. Toch wordt ook
in zijn geval meestal voor een min of meer ingehouden speelstijl gekozen, een
tongue-in-cheek ernst die net daardoor grappig wordt. Niet meteen eigenschappen
die je associeert met het uitbundige Olympique Dramatique. En toch, de thematiek
van het stuk past perfect in hun repertoire, dat systematisch taal, communicatie
en de omgang met de ander in vraag wil stellen. Bovendien: waarom zou je iets
van onder het stof halen om er nog eens precies hetzelfde mee te doen ?

Vanaf het eerste moment gooien de jongens het stuk dan ook over een totaal
andere boeg. Op de scène staat een box met een goedkoop décor.
Voor de kleine kamer met vier stoelen en een deur hangt een gordijn van rood
fluweel dat regelmatig open- en dichtgetrokken wordt. In de coulissen ontwikkelt
zich een hele discussie tussen de acteurs die voortdurend uit hun rol vallen.
Burleske uitvergrotingen worden gekoppeld aan allerlei toegevoegde passages.
De wildste kleren passeren de revue, het borsthaar van de vrouwen puilt uit
de galajurk die ze inderhaast over hun lieslaarzen aangetrokken hebben. Hun
stevige baard valt dan ook amper op.

Door al deze ingrepen verwordt de ironie van De Kale Zangeres tot de
uitzinnige farce die het stuk altijd al in zich verborgen hield. Uiteindelijk
doet deze expliciete aanpak het geheel weinig deugd. Nu en dan zijn schatermomenten
niet van de lucht, maar het blijft allemaal vooral te makkelijk en vrijblijvend
om zelfs maar ’onderhoudend’ genoemd te kunnen worden.
De slapstickelementen gaan op zoek naar uitbundige lachsalvo’s die tegelijk
een onbehaaglijk gevoel zouden kunnen en moeten opwekken, maar dat zelden doen.
En daar draait het uiteindelijk toch allemaal om bij Ionesco en zijn tijdgenoten:
vervreemding. De trukendoos die Olympique Dramatique hier hanteert is te karig
en al te vaak opengetrokken om dat effect te bereiken.

Jonge theatercollectieven hechten terecht veel belang aan spelplezier. Acteurs
moeten vooral zelf lol beleven aan hun rol, in de hoop dat hun enthousiasme
automatisch ook overslaat op het publiek. Dat wil echter niet zeggen dat degelijk
basismateriaal, een respectvolle benadering of nadenken over de ideeën
in een stuk overbodig geworden zijn. Zelfs een kleinschalig tussendoortje verdient
een professionele aanpak.

Nog tot 23/12 in de zalen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − tien =