Ossip Zadkine :: De verwoeste Stad (1947)

De Frans-Russische beeldhouwer Ossip Zadkine (1890-1967) maakte eigenaardige beelden. De verwoeste stad is waarschijnlijk zijn bekendste werk. Een beeld dat de destructie van het lichaam op een nog frappantere wijze incarneert, is Narcisse. Hoe kan men de destructie van een stad beter en diepgaander voorstellen dan als de innerlijke destructie van een lichaam? En, kan men de destructieve krachten van een grenzeloos verlangen en genot beter verzinnebeelden dan destructieve krachten die van binnen uit het lichaam van Narcissus komen?

Ossip Zadkine is een Franse beeldhouwer van Russische afkomst. Geboren te Smolensk in 1890, emigreerde hij naar Frankrijk in 1909 waar hij het kubisme ontdekte. Zijn vrouw was de schilderes Valentine Prax. Ondanks het feit dat ze in de jaren dertig reeds ruime internationale erkenning genoot, leek ze gedoemd in de schaduw van haar echtgenoot te leven.

Zadkine‘s dynamische en geometrische stijl, afgeleid uit het analytisch kubisme, is aanvankelijk weinig hoekig. Later gaat het over in vormen met concave en convexe vlakken die niet direct verband houden met de werkelijkheid.

Het bekendste beeld van Ossip Zadkine vind je in Rotterdam: De verwoeste stad. In 1947 trok Zadkine naar Rotterdam. Toen hij met de trein door het na-oorlogse Rotterdam reed, groeide de idee voor dit beeld. Het centrum van de stad lag er na de bombardementen van 1940 nog steeds gebroken bij. Datzelfde jaar maakte hij in Parijs de eerste versie van het beeld, dat achteraf verloren ging na een expositie in Berlijn.

Zadkine creëerde met De verwoeste stad een verscheurd personage, de uitgestrekte armen en handen met gespreide vingers ten hemel gericht en opengesperde mond die een luide kreet doet vermoeden. Het beeld prevelt nog hoop… De destructie van de stad Rotterdam wordt op deze manier verzinnebeeld door de destructie van het lichaam. Maar het lichaam van het personage is ernstig gemutileerd. Als een feniks rijst het monumentale lichaam op, er is echter een gat geslagen in de tors van het lichaam.

Nog tragischer is Zadkine’s Narcisse, een beeld uit 1949, waar de destructieve krachten niet van buiten komen, maar van binnen uit. We kennen het verhaal van Narcissus uit de Griekse mythologie. Narcissus die de nimf Echo niet kan beminnen en verliefd is op zijn eigen beeld, afgespiegeld in het water. Volgens de ene versie was Narcissus zo gefascineerd door zijn eigen beeld in het water dat hij verhongerde omdat hij het beeld zelfs niet voor basisbehoeften kon loslaten. Volgens de andere versie smeet hij zichzelf op zijn eigen beeld in een poging ermee samen te vallen en verdronk hij in het water.

Zadkine‘s versie van Narcissus raakt nog veel dieper in onze menselijke existentie. Hij wilde met zijn beeldhouwwerk de ontdubbeling creëren van de mens in zijn dissociatie, zowel op lichamelijk als op existentieel vlak.

We zien het lichaam van een vrouw dat verticaal in het midden gedeeld is, de benen werden behouden. In het spiegelbeeld daarvan staat een partner met de hand op haar schouder, ook in het midden gedeeld, maar het lichaam is, leeg, hol. Enerzijds toont Zadkine hier dat het lichaam in het spiegelbeeld een partner kan worden, anderzijds heeft dit half-lichaam van de vrouw zich losgekoppeld van het holle lichaam, de "halve narcissus" die ontdaan, leeggemaakt, uitgehold is van zijn inhoud en betekenis. Een deel van het lichaam wordt "alles", wat de destructie, uitholling betekent voor het andere deel van het lichaam. Zadkine raakt hier aan de kern van hoe de mens zijn lichaam bewoont. Het is de ontdubbeling van de moderne mens. Het is de dissociatie die doorgevoerd wordt tot in de structuur van het beleefde lichaam, en in de destructieve kracht van het passionele genot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 14 =