
Over het engagement van theatermakers kan eindeloos gepalaverd worden. Het roept ook vele vragen op. Vragen waar je evenveel antwoorden op kan geven als er gezelschappen bestaan. Toch duiken bepaalde termen meer op dan andere en blijken sommige theatermakers misschien meer met elkaar gemeen te hebben dan ze zelf verwachten.
Ruwweg kan je twee grote lijnen onderscheiden: de ene theatermaker werkt inhoudelijk, de ander wil in de eerste plaats uit het kleine kringetje van gelijkgestemden breken en ook de gewone mens aanspreken. Het klassieke voorbeeld van een gezelschap dat een minder evident publiek probeert te bereiken, blijft De Vieze Gasten. Deze uit de jaren zeventig overgebleven groep mikt volgens dramaturg Hans Van Dam primair niet "op het publiek dat in schouwburgen en andere culturele centra afkomt." Toch proberen zij niet te erg met het vingertje te zwaaien: "wij willen de materie zo aanbieden dat ze voor zichzelf spreekt, zonder dat het naar een soort geplande vormingstheaterachtige dramaturgie toegaat. Of naar een vermeende pedagogische dramaturgie, want dat is onzin." De vorm van het Vieze Gasten-theater leunt nog steeds aan bij hun revue-achtige ensceneringen van toen.
Geert Six (Theater Antigone) is erg bezig met zogenaamde wijkprojecten. Ook hij tracht een ander publiek naar het theater te lokken. Gedurende enkele maanden werkt hij met mensen uit een bepaalde buurt samen om een theaterstuk op poten te zetten. Andere buurtbewoners komen de vrucht van die arbeid bekijken: nonkel, moeder of zus speelt immers mee. Six’ Mammelies ligt nog vers in het Leuvense geheugen. Six: "Als je naar mensen toestapt die niet eens weten wat theater is, dan merk je dikwijls dat zij in hun ‘gebrekkigheid’ meer te zeggen hebben dan honderdduizend boeken samen."
Bescheidenheid siert volgens hem de theatermaker. "We moeten geen priesters zijn: theater gaat de wereld niet veranderen, maar je kan de mensen op de een of andere manier toch van iets anders laten proeven. Ik heb dat al zien werken: er is niets zo mooi als een zeventigjarig mannetje dat je achteraf komt vertellen dat hij gelukkig is dat hij drie maanden lang niet naar zijn televisie heeft moeten kijken. Meer kan je niet verlangen, hun problemen ga je toch niet oplossen."
Dat is net het bezwaar dat Alain Platel tegen deze manier van werken heeft. Ook voor hem is het bereiken van een minder evident publiek een belangrijke doelstelling, maar wijkprojecten lijken hem niet aangewezen: "Ik ken die sector (Platel werkte in een vroeger leven in de sociale sector, ad/mvs) en ik weet dat stukken gaan maken in wijken niet altijd positief is. Je komt in situaties van momentaan vertier, maar je verandert niets fundamenteels."
Theater Stap vormt dan weer een buitenbeentje in het theaterlandschap. Zij doen geen wijkprojecten, maar werken professioneel met mentaal gehandicapten als acteurs. "Het geloof in de kwaliteiten van deze spelersgroep, in de mogelijkheid om deze mensen als cultuurproducent, als bediende en niet ‘te verzorgen’ partij in te zetten, draait de rollen om. Het blijft echter een van de grootste paradoxen dat onze mensen, die niet in staat worden geacht in een arbeidsproces mee te draaien, toch hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen in repetitieprocessen en speelperiodes waarvan je mag stellen dat de doorsnee werkmens na enkele weken zou afhaken vanwege te zwaar, te veel stress te veel avond- en weekenduren," aldus Theater Stap.
De grens tussen theater en sociaal werk is soms flinterdun. Het werk van sommige theatermakers helt dan ook soms over naar de kant van het sociaal werk. Alain Platel komt, zoals gezegd, uit de sociale sector en koos op een bepaald moment expliciet voor het theater. Hoewel "naar wijken trekken" niets voor hem is, komt het sociale aspect er ook bij hem toch bij kijken: " Ik heb ooit het gevoel gehad dat ik theater wou maken en geen sociaal werk, maar die grens is dun. In een spelersgroep als de onze komen ook therapeutische momenten voor, zonder dat ze gepland zijn. Je doet ergens wel aan sociaal werk, maar niet noodzakelijk doelbewust. Ik herinner mij dat Arne Sierens en ik bijvoorbeeld werden geconfronteerd met kinderen waarvoor we op een bepaald moment echt in de bres zijn moeten springen. Kinderen die het heel moeilijk hadden thuis. We hebben die soms bij ons thuis moeten opnemen."
Toneelspelersgezelschappen Stan en De Roovers gaan dan weer vanuit een totaal andere invalshoek te werk. Zij kiezen voor politiek getinte teksten of geven een politieke lezing van een tekst. "In de eerste plaats zoeken we naar teksten die onszelf interesseren," zo stellen De Roovers. "Als we onderwerpen nemen waar we zelf geen voeling mee hebben, is het heel moeilijk om daar een voorstelling mee te maken." Media bestempelen gezelschappen als deze vaak als hedendaags politiek theater, maar zelf zien ze zich liever niet onder dat label geplaatst. "Het is gewoon zo dat wij heel vaak op voorstellingen botsen waarin iets wordt verteld over de maatschappij in een grotere contekst maar waar ook een persoonlijk verhaal in zit. Voor ons is dat dikwijls een aanknopingspunt, een manier om in een tekst binnen te raken. Elk goed toneelstuk kun je lezen als een politiek stuk."
Toch gaan ze soms heel ver in hun politieke stellingnames. Zo maakte Stan bijvoorbeeld 0ne 2 life in het Amerikaanse East Oakland, het epicentrum van de zwarte gemeenschap. Ze voerden actie voor de onrechtmatig ter dood veroordeelde Black Panter-militant Mumia Abu-Jamal. Een ander, zeer politieke voorstelling van hen was Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser, over de waanzin van de Golfoorlog. In die tijd stelde Frank Vercruyssen (Stan) in Etcetera 72 dat hij "niet zo goed de scheiding tussen theater en politiek kan aangeven, en bepalen wat die al dan niet met elkaar te maken hebben, omdat ik juist daaruit vertrek."
Een tussenpositie tussen de pool van de wijkprojecten en die van de sterk politieke gezelschappen neemt onder andere Dito Dito in. Dit Brusselse gezelschap sluit qua akteerstijl en opvattingen sterk aan bij vernoemde groepen maar het tracht zoveel mogelijk bevolkingslagen in Brussel te bereiken en samen te brengen in hun netwerk. De acteurs van Dito Dito werken bijvoorbeeld regelmatig samen met de Waalse groep Transquinquennenal, wat op zich al een politiek statement is in een stad als Brussel. Ook organiseren ze workshops voor migranten. Dito Dito heeft een grote impuls gegeven aan de wijkprojecten.
Niet alle theatermakers kan je aan de hand van hun werk in een van die categorieën indelen. Toch manifesteren enkelen zich ook erg sociaal bewogen. Luk Perceval (Het Toneelhuis) staat niet bekend als maker van expliciet maatschappijkritische stukken – hoewel Ten Oorlog en Franziska een sterke politieke dimensie hadden –, maar neemt in het Antwerpse landschap wel duidelijk een positie in: "Ik heb de job als artistiek leider van Het Toneelhuis aanvaard omdat ik daarmee een unieke kans kreeg om in het centrum van Vlaanderen en in de Bourla, het centrum van de bourgeoisie en exponent van het rechtse denken, het idee te kunnen bevechten dat toneel enkel mantel- en degenstukken moeten zijn. Als een avondje ontspannend toneel. Ik wil precies dat cliché en die visie op theater doorbreken. Er is al genoeg ontspanning mogelijk via televisie en film. Theater is de enige plaats waar we ons nog kunnen bezinnen. Ik vind dat ook de functie van het theater binnen een democratie. In die zin beschouw ik mezelf als politiek, maar ik beschouw mezelf niet als een wereldverbeteraar. Ik maak me geen illusie. Je kan alleen maar blijven hameren op hetzelfde aambeeld." Hij wil dan ook niet prediken, maar vooral prikkelen en de mensen wakker houden: "Het gaat dus niet alleen over maatschappijkritiek, maar ook over publieksgedrag. Het durven tegenspreken van consumptieverwachtingen."
Stemmen klinken op verschillende toonhoogten dwars doorheen het landschap. De hapklare koek geserveerd door onze gemediatiseerde leefwereld wordt vermalen en opnieuw uitgespuwd. Elk met een eigen poëzie en de vraag: is het allemaal wel verteerbaar? Wat kan theater vandaag nog meer te bieden hebben dan een kritische bevraging van onze wereld en het claimen van een nutteloze schoonheid?


