De opener van het concertseizoen in Leuven werd op woensdag verzorgd door de hiphopveteranen van Arrested Development. Het was niet koud in Leuven, noch heel druk – de studenten waren nog niet toe komen zwermen – maar het aardig opgedaagde publiek mocht tevreden zijn na een show die vooral in de tweede helft uit spanbetonnen optimisme en enthousiasme was opgetrokken.
Muisstil was het in het Depot, een half uur ver in de show. Frontman Speech was aan het einde gekomen van zijn toespraak waarin hij vertelde over de cesuur in zijn leven. Vóór Arrested Development zat hij immers in het collectief Attack, waar hij een ambitieuze mentaliteit van ‘do or die’ deelde met zijn beste vriend. En toen werd deze laatste, samen met zijn vader, koudweg neergeschoten in een dispuut. Vanaf die dag zou Speech zijn leven enkel nog wijden aan positivisme, aan wat hij zelf omschreef als life music. Arrested Development was geboren en zij zouden ook vanavond na meer dan dertig jaar carrière een viering brengen aan life, death and the struggle of their ancestors.
Daartoe had Speech maar liefst zeven muzikanten en zangeressen meegebracht. Een kleurrijk geheel, dat aanvankelijk echter eerder grijs voor de dag kwam. Nummers als “I Don’t See You At The Club”, “Classy” of “Back Down” deden eigenlijk niet veel verkeerd, maar ook niet veel tout court. De vonk ontbrak en je zag de frontman moeite hebben om zijn enthousiasme over deze nummers uit het latere deel van zijn carrière aan de zaal over te brengen. Energie vloeit in twee richtingen en dus kwam ook het publiek nog niet meteen in beweging.
De tegenstelling met wat volgde kon niet veel groter zijn. Plots zat alles wel goed. De gitaren die eerst nog dof in de mix hadden gezeten mochten helder klateren, het tempo ging omhoog, songs mochten uitdijen in lekkere jams en de grijns op het gezicht van Speech mocht steeds breder uitdijen. De zaal kwam onstuitbaar in beweging en de show kreeg zijn momentum net op tijd te pakken.
Alle ingrediënten in de cocktail van het laatste uur waren perfect gedoseerd, vooral dankzij een royale geut songs uit het onvolprezen debuut 3 Years, 5 Months and 2 Days In The Life Of: “Give A Man A Fish”, “Dawn Of The Dread” (waarbij de handen massaal aan het bouncen gingen) en “Fishin’ 4 Religion”, met die nananananaananana en een glansrol voor de straffe soulzangeres Tasha Larae. Koning Midas zou jaloers zijn op een strot als de hare die werkelijk elke noot die eruit kwam in goud veranderde. Ook verderop in de show pakte zij geregeld haar momenten met verve – net als mederapper One Love die een ietwat houterige podiumpresence combineerde met een zeer geslepen flow. Een introverte rapper, kijk eens aan.
“Ease My Mind” (uit tweede album Zingalamaduni) was een pleister voor onrustige tijden als deze en ging over in een stukje meezingen met Bob Marleys “Three Liitle Birds” om uit te monden in de louterende soul van “Raining Revolution”. Het viel in de loop van het optreden steeds meer op dat Speech niet alleen een rapper, maar ook een zeer begenadigd zanger is. Enkel doorbraaksingle “Tennessee” voelde jammer genoeg wat routineus aan, maar dat waren we al vergeten wanneer daarna “Mr Wendal” (‘Two dollars means a snack to me, but it means a big deal to you’ – naastenliefde en fatsoen in één funky oneliner) en vooral het ronduit onverwoestbare “People Everyday” de zaal nog op zijn kop zetten. Er werd geklapt, gezongen, gefeest en gedanst – u had (jdr) en (hd) eens moeten zien gaan. Er volgden geen bissen meer, wegens overbodig.
Het nieuwe werk kon vanavond onmogelijk opboksen tegen de klassiekers. Dat is een oneerlijke situatie voor een band, maar ook volledig logisch. Nostalgie mocht het hoogste woord voeren en net als goed fatsoen lijken Arrested Development en hun focus op positivisme een herinnering uit vervlogen tijden, maar het doet wel deugd om er af en toe aan herinnerd te worden.



