2 x Gonçalo Almeida :: Ikizukuri & Susana Santos Silva / Hydra Ensemble

Twee nieuwe releases waarop de bassist Gonçalo Almeida – Portugese roots, maar gevestigd in Rotterdam – te horen is. Het gaat om egalitaire bands en dus geen projecten die enkel rond hem draaien, maar ze geven wel al een bescheiden zicht op zijn actieterrein: tussen dreiging en bruut geweld met Ikizukuri & Susana Santos Silva, en balancerend tussen minimalisme, kamermuziek en elektroakoestisch experiment met het Hydra Ensemble.

Almeida’s actieradius gaat indrukwekkend breed. Moderne jazz, freejazz, duistere jazzcore, onconventionele kamermuziek, vrije improvisatie; hij kan het allemaal. De ene keer klassiek akoestisch, de andere keer loodzwaar en elektrisch. Nu eens in een ondergrondse bunker met een gigantisch collectief volume en dan weer moederziel alleen in een kerk. Hij is niet alleen technisch sterk, maar ook in staat tot nuance, bedachtzaamheid en chirurgische precisie.

Ikizukuri + Susana Santos Silva :: Suicide Underground Orchid (Multikulti Project/Sponteanous Music Tribune Series)

Een beest van een album. Als muziek een gerecht is, dan is dit een dikke, calorierijke aanslag op de maag. Saxofonist Julius Gabriel (hier exclusief op sopraansax), drummer Gustavo Costa en Almeida zelf (elektrische bas) kregen voor deze opname gezelschap van trompettiste Susana Santos Silva, collega van Almeida in het trio Lama en intussen ook een vaste waarde. Samen duiken ze in een uitdagende vrije improvisatie die gebruik maakt bruut geweld, maar tegelijk ook verankerd is in de vrije muziek. Zo blijven de blazers regelmatig over die hoekig malende of rollende ritmesectie uitzweven, wat een even eigenaardige als plagerige dynamiek oplevert.

Cruciaal is ook de elektronische post-productie van Costa, die de muziek op sommige plaatsen voorziet van korte loops, echo’s en andere effecten, alsmede bedekt onder een laag gruis of het hoekig stootwerk nog eens in de verf zet. “Kindhearted Part Wrestle” gooit meteen wat troeven op tafel, met dat manisch herhaalde baspatroon, wrijfklanken, vrij tuimelende drums, elektronische effecten en twee blazers die onverstoord verwikkeld zijn in een stand-off terwijl die ondergrond maar blijft bewegen. De lijfelijkheid van die interactie gaat nog omhoog in “Wealth, To The Poison In The Wash”. Neem een Nomeansno-achtige basriff, keer die vervolgens eindeloos binnenstebuiten en laat het rollen en rollen. De muziek ontvelt in een galmend middenluik, maar de herintrede van die betonmolenbas rond 6:14 zit bij het spannendste dat we dit jaar hoorden. Dit combineert de koppigheid van Fire! met de occulte furie van Zorns Moonchild.

In z’n meest energieke momenten is de energie onstuitbaar, maar het kwartet zorgt ook voor ademruimte, want het krappe start/stop-festijn van “Goldfish Tooth Variable” leidt tot een nerveus hoorspel, terwijl “I A An Failures” (de gehavende syntax van de songtitels is helemaal op maat van de muziek) opnieuw het beste te vergelijken valt met Zorn in een mystieke Artaud/Genet-trip: onheilspellende horrormuziek. Om dan af te ronden met een explosie van eclecticisme met “The And Flesh His Resources”: Santos Silva met effecten à la Toshinori Kondo (of Miles Davis op z’n wildst), verhakkelde cut & paste-effecten en een bronstige ritmesectie die zich een dubbele beenbreuk spartelt.

Tel het allemaal bij elkaar op en je hebt een album dat kracht en vrijheid combineert met een ‘alles is mogelijk’-attitude en zelfs momenten die doordrongen zijn van een vaag etherische lyriek. Al is zoiets natuurlijk altijd voorwaardelijk, want die bandnaam suggereert natuurlijk dat het gevaar altijd om de hoek loert.

Hydra Ensemble :: Voltas (Inexhaustible Editions)

Nog maar eens een bewijs van de internationale oriëntatie van dit soort artiesten. Verscheen het album van Ikizukuri & Santos Silva bij een Pools label, dat vond het Hydra Ensemble onderdak bij het Sloveense Inexhaustible Editions. Ook in de line-up komen vier nationaliteiten bij elkaar, met naast Almeida nog de Zwitserse celliste Nina Hitz, de Kroatische celliste Lucija Gregov en de Nederlandse klankartiest Rutger Zuydervelt. Dat suggereert meteen een clash tussen kamermuziekoorden en elektronica, maar eerder dan een confrontatie, gaat het hier natuurlijk om een versmelten van persoonlijkheden en achtergronden.

En dat laatste omvat heel wat, want leg de individuele trajecten bij elkaar en je kan spreken over klassieke en hedendaagse muziek, over jazz, improvisatie en allerhande experimentele muziek, maar ook over kruisbestuivingen met andere disciplines (zoals theater en dans), multimedia en ongewone vormen van onderzoek. Op Voltas wordt alleszins gekozen voor de weg van de beheersing en genuanceerde exploratie, want zo excentriek als het eraan toeging op Suicide Underground Orchid, zo geduldig en gedoseerd verloopt het hier. Lange uithalen, zorgvuldig verweven lagen en sonische exploraties voeren hier het hoogste woord, weliswaar met een wild card voor Zuydervelt.

Die heeft bakken ervaring met dit soort contexten en kan zijn aanwezigheid dan ook op eindeloze vormen laten horen. Of voelen eerder, want soms gebeurt het erg subtiel. Dan word je je bewust van een effect dat zo klein is, een echo of toon die net iets langer aanhoudt, een resonantie die een andere kleurtint krijgt, dat je niet zeker bent je iets hoort dan wel iets inbeeldt. Dat is zeker zo in de eerste van zes stukken, waarin een droney aanzet op bas het begin vormt van een zachte aandikking van geluid en ideeën, een weelde die stelselmatig toeneemt en pas in z’n slotluik intensifieert met ook ruis- en kraakgeluiden. En is het tweede stuk kort en relatief lichtvoetig, dan suggereren de lange fluittonen van het vervolg meteen een grijzer universum dat transformeert in een slome mars van rond elkaar gewikkelde strijkers.

Het vierde stuk start als een soort wals, maar krijgt gaandeweg iets van een timmeratelier, met percussieve accenten, hardnekkig aangehouden ritmes en Zuydervelts excentrieke, maar relatief ingetogen klankenkermis. En als het vijfde deel vooral inzet op een laag grommend register, dan wordt de boel vooral opengetrokken in het slotluik, de meest kleurrijke exploratie van het album, met nadrukkelijk pulserende, semi-industriële golven die de strijkers een compleet andere wereld in sleuren. Tussen frivool en versmachtend: een knap orgelpunt van een fijne plaat op het kruispunt van klanken en stijlen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 20 =