Julian Cope :: Citizen Cain’d

De oplettende lezer zal misschien denken: daar is hij weer met zijn
Julian Cope, de derde keer al in nauwelijks een jaar tijd!
Inderdaad, beste vrienden, ik weet dat we hier in België niet
bepaald talrijk zijn, maar voor ondergetekende is een nieuwe plaat
van de als Kevin Stapleton geboren Brit na twintig jaar nog steeds
een evenement. Niet dat het altijd even evident is de kronkels te
volgen in ’s mans hoofd, want hij maakt het zijn fans niet
gemakkelijk. Julian Cope is één van die mensen bij wie kunst en
kunstenaar volledig samenvallen; men moet zich dan ook al
vierentwintig uur op vierentwintig aan de man vastketenen (of
maandelijks de ‘Adress Drudion’ op zijn website lezen), om te
kunnen bevroeden waarover hij het heeft in zijn teksten.
Mythologie, natuurgodsdienst, archeologie, politiek, ecologie,…,
dat zijn de thema’s waarin Cope grossiert.

Wanneer we echter abstractie maken van (de meeste van) zijn
teksten, dan krijgen we op “Citizen Cain’d” een pot helse,
overkokende, pure en onversneden pagan punk en rock geserveerd. De
plaat – voor het eerst sinds ‘Interpreter’ uit 1996 wil hij onder
eigen naam weer een iets breder publiek bereiken – telt twaalf
songs, werden verdeeldover twee schijfjes en zijn goed voor
ongeveer tweeënzeventig minuten spannende muziek. Nochtans vertoont
de sound van Julian Cope geen enkele gelijkenis meer met die van
twintig jaar geleden. Weg is de crowd pleaser die op zoek
was naar de perfecte popsong en naar de kortste weg naar het hart
en de portefeuille van de luisteraar. Vandaag doet Cope gewoon zijn
zin. Hij heeft over alles zijn mening, en gebruikt zijn muziek als
vehikel om zijn gal te spuwen over allles wat fout loopt in de
wereld en over hoe het beter zou kunnen.

Op het eerste deel van “Citizen Cain’d” ontbindt hij al van meet af
aan zijn duivels. Op ‘Hell Is Wicked’ en ‘I Can’t Hardly Stand It’
gaat hij tekeer als Iggy Pop ten tijde van ‘Raw Power’ en ‘Fun
House’ van de Stooges. Over het algemeen zijn de nummers van het
eerste schijfje harder, rauwer en ongepolijster dan die van het
tweede deel. Andere blikvangers op cd 1 zijn ‘I’m Living in the
Room They Found Saddam In’ (waarin het aantal decibels voor de
verandering enigszins beperkt blijft) en de meer dan tien minuten
durende, meeslepende ballad ‘I Will Be Absorbed’.
De tweede plaat mag dan iets gevarieerder klinken, het blijft
allemaal heel erg lo-fi en bewust slordig gehouden. Hoewel dit
tweede deel bij de eerste draaibeurten kwalitatief iets zwakker
leek dan het eerste, blijkt ook hier geduld een schone deugd: zo
mogen ‘Feels Like Crying Shame’, ‘World War Pigs’, ‘Stomping
Dyonisus’ en ‘Edge of Death’ zonder twijfel tot het beste gerekend
worden van wat hij de laatste jaren heeft geschreven.

Voor het eerst in heel lang is Cope er ook in gelukt een album op
te nemen dat niet onderhevig is aan zijn intussen legendarische
wisselvalligheid. Van begin tot einde blijft ‘Citizen Cain’d’
boeien. Cope grijpt de luisteraar bij zijn nekvel en neemt hem mee
op een lange trip langs Detroit (hard)rock, krautrock en
eigenhandig gesaboteerde kampvuurliedjes. En voor wie op dit moment
niet goed weet van welk hout pijlen te maken, in elk nummer zit een
boodschap…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in