Banner

Joe Jackson

Body and Soul (1984)

Filip Hermans - 29 september 2010

Een kameleon. Een klassiek geschoolde rasmuzikant. Een bruggenbouwer. Ja, toen Joe Jackson met zijn sublieme Body and Soul in 1984 pure, ongefilterde jazz vermengde met enkele van de mooiste liedjes uit de geschiedenis van de popmuziek, wist elke rechtgeaarde muziekliefhebber dat hem maar een ding te doen stond: ijlings naar de platenwinkel hollen.

Niet verwonderlijk: al van eind jaren zeventig wordt Jackson, samen met Elvis Costello en Graham Parker, als een van de meest getalenteerde angry young men bestempeld. Dat hokjesdenken moesten de heren critici echter al gauw in de ijskast steken. Joe Jackson heeft namelijk zowat alle muzikale watertjes doorzwommen — hij heeft zelfs enkele klassieke albums ingeblikt. Niet verwonderlijk, gezien Jacksons conservatoriumachtergrond.
Op elfjarige leeftijd begint de in 1954 geboren Jackson immers vioollessen te volgen, in eerste instantie om de gymlessen te kunnen missen. Al gauw ruilt de jonge Jackson de viool in voor piano, ruilt hij de klassieke muziek in voor jazz en rock en leert hij componeren — op zijn zestiende treedt hij al op in de lokale bars van het Engelse Portsmouth, soms als vaste pianist, soms als groepslid van plaatselijke bands.

Maar Jackson moest zichzelf nog uitvinden. En dus is die studiebeurs om op zijn achttiende aan de Royal Academy of Music in Londen te studeren, meer dan welkom. Jackson, eeuwig een beetje een dwarsligger, studeert af als componist, maar niet in piano, wel in viool en percussie. "A struggling rock songwriter en keyboardist with a degree in percussion. It was too ridiculous." Daarna volgen nog een hele resem optredens en die broodnodige eerste demo, die door een gunstig windje belandt op het bureau van A&M Records-manager David Kershenbaum. De rest is geschiedenis. Al van bij debuutplaten Look Sharp en I’m The Man, beide uit 1979, en opvolger Beat Crazy (1980) voel je immers dat Jackson iets bijzonders is, een componist pur sang die tekstueel soms vlijmscherp uit de hoek kan komen. Maar Joe Jackson staat ook synoniem voor veelzijdig, en dus stort hij zich met Jumpin Jive (1981) op oude swing-, blues-, en jazzcomposities, terwijl opvolger Night & Day (1982) grotendeels lonkt naar Latijns-Amerikaanse salsa. Maar pas wanneer hij zich in 1984 met Body and Soul op klassieke jazz stort, vallen alle puzzelstukjes volledig op hun plaats.

Want laat ons wel wezen: al van bij opener "The Verdict" grijpt Jackson je bij je nekvel, houdt hij de argeloze luisteraar een heel album lang vast met enkele van de mooiste melodietjes die ooit uit iemands pen kropen. Zware, bombastische koperblazers combineren naadloos met donderende drums, een spaarzaam streepje piano en Jacksons stem tot een dreigende cocktail waar wij na al die jaren nog steeds niet van terughebben. ’Cha Cha Loco’ mag dan misschien niet meer zijn dan wat spielerei met de chachacha, let u toch op die meesterlijke koperblazers, dat treffend gecaste achtergrondkoortje en de vingerknippende zang van Jackson.

Maar het echte kippenvel moet nog komen. "Not Here, Not Now" is dan ook een verkillend mooie ode aan niets minder dan het leven en de liefde zelf. De song ligt, mede door zijn loodzware onderwerp, de uitgekiende afwisseling tussen rustige strofes, refreinen die alles uit de kast halen en weer zo’n sublieme melodie waar Jackson wel een patent op lijkt te hebben, misschien wat zwaar op de maag, so what? U bestelt op restaurant toch ook niet steevast de lichtste maaltijd? Bovendien was Jackson destijds pienter genoeg om zijn pièce de résistance een uitgekiende volgorde mee te geven, en dus krijgen de laatste twee songs van de A-kant — single "You can’t get what you want" en hekkensluiter "Go for it" — zelfs een lamme opnieuw aan het dansen, daar durven wij een kameel op te verwedden. Die bassen die de pan uit swingen! Die meesterlijke symbiose tussen percussie en koperblazers! Dat totaalgeluid!

{image}

In "Loisada", de eerste song op de B-kant, begint het de luisteraar stilaan te dagen: Jackson moet ergens een teletijdmachine verbergen waarmee hij stiekem enkele jazzoriginals uit de eerste helft van de 20e eeuw heeft meegesmokkeld naar de jaren tachtig en ze vervolgens onderdompelde in zijn idioom. Om maar te zeggen dat het instrumentale nummer zowel jazz als vintage Jackson is. En dan hebben we het nog niet over de singles "Happy Ending" en "Be My Number Two" gehad, twee songs waar mindere goden een arm voor veil zouden hebben. Zangeres Elaine Caswell vormt in een mooi duet met Jackson het strikje rond wat op zich al een geweldige song is: "Happy Ending" als een uptempo apologie voor films die goed aflopen. "Be My Number Two" is vervolgens een liefdesliedje dat er geen is, een nummer van wereldklasse waarbij Jackson eens temeer bewijst wat voor een begenadigde song- en tekstschrijver hij wel is.

Wanneer de instrumentale, jazzy slotsong "Heart of Ice" door de boxen schalt, heb je dan ook als beetje muziekliefhebber al lang je conclusie klaar: jazz en popmuziek gaan in deze meesterlijke plaat geen verstandshuwelijk aan, neen: ze vormen een dolverliefd koppel dat maar niet van elkaar af kan blijven. Body and Soul is dan ook een van de absolute hoogtepunten uit de carrière van Jackson en een plaat waarvan het belang met geen pen valt te beschrijven: nooit eerder had een popartiest immers zo rijkelijk uit een genre geplukt dat ontologisch volledig verschilt van popmuziek. Jackson zou nadien nog welgeteld twee keer loodzwaar uithalen met de livealbums Big World (1986) en Live 1980/86 (1988), maar daarna was, tenminste voor zijn studioplaten, het vet van de soep. Tip van het huis: laat u niet verleiden door de schier eindeloze stroom aan Jackson-compilaties (hij heeft er zelf een hekel aan), ga voor the real thing en koop u deze Body and Soul. Wedden dat, zelfs als u het Spaans benauwd krijgt van jazz, uw week niet meer stuk kan?

E-mailadres Afdrukken