Banner

Public Image Ltd.

Metal Box (1979)

Jurgen Boel - 07 juli 2010

In 1977 stond de eenentwintigjarige Ierse nietsnut Johnny Rotten mee aan de wieg van wat later bekend zou worden als punk. Met de band Sex Pistols bracht hij het weergaloze Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols uit. Een album dat een voor die tijd ongekend nihilisme en anti-establishmentsentiment uitwasemde maar ook een ongekende vitaliteit en ruwheid wist te koppelen aan melodieuze popsongs.

De kracht van de plaat ligt nog steeds in hoe ze enerzijds de blauwdruk voor Britse punkmuziek bracht en anderzijds opvallend poppy en melodieus klonk, iets wat weinig andere bands wisten te bewerkstelligen. De geschiedenis rond de band en plaat is genoegzaam bekend: Rotten, né Lydon, kwam in conflict met manager/ontdekker Malcolm McLaren en de band hield op te bestaan. Het vormt een mooi verhaal voor de annalen van de rockgeschiedenis en de kleinkinderen, maar voor Rotten was de kous duidelijk nog niet af. Onder het verwaarloosde punklaagje school namelijk een muziekliefhebber en –kenner die niet vies was van enig experiment.

Hoewel Rotten volgens de legende voornamelijk op basis van zijn uiterlijk (hij had oranje geverfd haar en droeg een Pink Floyd T-shirt waarbij hij zelf de woorden "I hate" geschreven had boven de bandnaam) gekozen werd als zanger van The Sex Pistols, was zijn muzieksmaak wel degelijk uitgebreider en ruimer dan van een punkicoon verwacht mocht worden. Zo liet hij in een radio-interview weten dat hij hield van experimentele muziek en prog- en krautrockers zoals Magma, Can, Captain Beefheart en Van der Graaf Generator. Daarnaast was hij ook een fervente fan van dubmuziek en zou hij met de legendarische Lee "Scratch" Perry in 1978 songs opgenomen hebben.

Dat deze voorliefdes en invloeden in zijn volgende band, Public Image Ltd. (PiL) zouden opduiken, was dus niet zo verrassend. Dat er een niet te miskennen klassieker en mijlpaal uit zou voortvloeien, lag minder voor de hand. Debuutplaat First Issue (1978), ook gekend als Public Image blijft ook dertig jaar na zijn verschijnen een indrukwekkende afrekening met het punkverleden van Lydon (die terug onder eigen naam optrad) en kompanen (ex-Clashgitarist Keith Levine, drinkmaatje/bassist Jah Wobble en drummer Jim Walker). Maar het is niet de plaat die op eenzelfde hoogte staat als Never Mind The Bollocks, zelfs al heeft ze mee de krijtlijnen voor postpunk uitgetekend.

Die eer is weggelegd voor zijn opvolger Metal Box (1979), een album waarop alle elementen op zijn plaats vielen en zelfs het begrip postpunk zinledig werd. Oorspronkelijk uitgebracht op drie 12" EP’s in een metalen doos gelijkaardig aan deze waarin filmspoelen bewaard worden, verscheen het album een jaar later als dubbel-lp onder de titel Second Edition met een nieuwe rangschikking van de songs. In 1990 werd de cd-versie conform de plaat in een metalen doos uitgebracht. De originele verpakking van het album zou niet meer dan een gimmick zijn, ware het niet dat de band ondertussen minus drummer Walker zijn muzikale grenzen op een dergelijke mate verlegd had dat het album ook nu nog buiten tijd, ruimte en elke muzikale niche of genreomschrijving bestaat.

Het meest legendarische en gekende nummer blijft uiteraard de single "Death Disco", die op het album nog gekend staat als "Swan Lake". De song is een vervreemdende mix van dubby baslijnen, gitaarklanken die als glasscherven klinken en pompend repetitieve drums waarboven Lydon klagend zingt. Het meest beklemmende aspect blijft echter dat de song handelt over de stervende moeder van Lydon. Maar ook zonder een dergelijk choquerend thema blijven het nummer en de plaat overeind staan. Het tien minuten durende "Albatross" bijvoorbeeld is een afdaling in grootstedelijke paranoia waarbij de ijle gitaren zweven boven dwingende baslijnen en repetitieve drumslagen terwijl Lydon als onheilsdenker binnensmonds zijn profetieën mompelt.

Hoezeer beide songs ook tot de verbeelding spreken, toch vormen ze slechts het topje van de ijsberg. De experimenteerdrift zet zich verder in de andere nummers die geregeld andere horizonten opzoeken. "Socialist" bijvoorbeeld laat krautrocktempo’s botsen op electro-experimenten waar het introverte "The Suit" muzikaal implodeert, en de gothic wave van "Careering" neigt naar wat Bauhaus zelfs onder de invloed van lsd nooit bereiken zou. Zelfs de meer postpunkgerichte songs genre "Memories", dat de blauwdruk van "This Is Not A Love Song" bevat, zij het dat hier nog op scheermesjes wordt gedanst, of "No Birds" blijven de grenzen aftasten. Elk nummer op Metal Box klinkt als een universum op zich dat louter en alleen de eigen wetten en logica volgt.

Metal Box is een unicum doordat het alle invloeden en stijlen die eind jaren zeventig opgang maakten, absorbeerde en zich zo eigen maakte dat het niet anders dan in een hoogst individueel en eigenzinnig geluid kon uitmonden. Bands als Bauhaus en Joy Division gingen net zo goed aan de haal met punk en voegden er atmosfeer en emotie aan toe, maar geen van hen ging zo ver als PiL op Metal Box. Door krautrock, punk en dub beïnvloed oversteeg de band het eigen kunnen zo ver dat er geen opvolger denkbaar was. Flowers Of Romance (1981) kon dan ook niet anders dan een stap terug zijn, een terugkeer naar de realiteit.

Er is een waslijst van albums te bedenken die niet alleen genrebepalend zijn, maar ook verantwoordelijk zijn voor een (oneindige) stroom aan bands die deze of gene plaat als de heilige graal beschouwen. Metal Box ontbreekt niet op dergelijke rappels, maar bepalend is de plaat vooralsnog niet. Niet omdat ze die status niet verdient, maar om de eenvoudige reden dat ze ondanks alles zo ongrijpbaar en irreëel is dat ze niet geïmiteerd of gereproduceerd kan worden, alleen ondergaan.

PiL speelt op 10 juli op Rock Zottegem en op 11 juli op Les Ardentes.

E-mailadres Afdrukken