Banner

Joni Mitchell

Blue (1971)

Maité Le Van - 17 maart 2010

"Songs are like tattoos." Meer woorden heeft Joni Mitchell niet nodig om haar hele carrière samen te vatten en meteen meerdere generaties singer-songwriters mee te sleuren. Het zinnetje komt uit de titeltrack van haar vierde album Blue uit 1971 — haar eerste van grote betekenisen hét album dat vrouwelijke singer-songwriters op de kaart zette.

Net als Carole King schreef Joni Mitchell — née Roberta Joan Anderson (°1943) — eerst voor anderen voor ze de stap naar eigen opnamen durfde te zetten. "Woodstock", "Circle Game" of "Both Sides Now" kregen eerst kansen bij artiesten als Crosby, Stills & Nash, Buffy Sainte-Marie en Judy Collins alvorens ze ze zelf — jaren later — op plaat zette. In tegenstelling tot King schreef ze de hits niet op bestelling, maar raakten ze via het New Yorkse folkcircuit tot bij de geïnteresseerden. In 1968 verscheen Song To A Seagull, haar debuut. Sindsdien bracht ze gedurende een decennium bijna jaarlijks een nieuw album uit, maar pas bij Blue kwam de artistieke en commerciële erkenning.

Zelden had een zangeres zo naakt, intiem, fragiel en toch (stout)moedig en openhartig geklonken. Mitchell had een paar maanden in Europa achter de rug om, zo zegt de legende, te bekomen van een stukgelopen relatie en ander verdriet. Net zoals het tot op heden een mysterie blijft wie het onderwerp is van Carly Simons "You’re So Vain" (1972), zo is het nog steeds onduidelijk wie het object is van Blue. Speculaties als zou het gaan over David Blue — een singer-songwriter waarop Mitchell in die periode een oogje had — werden door Mitchell zelf afgeschoten. Net als bij "You’re So Vain" valt ook hier de naam van James Taylor. Taylor was Mitchells vriendje ten tijde van de opnamen en speelt gitaar op drie nummers. Een jaar later zou hij met Carly Simon trouwen.

Even spaarzaam is de instrumentatie op Blue. Akoestische gitaar, piano of dulcimer, meer instrumentale begeleiding werd nauwelijks getolereerd. Op "Carey" krijgt ze de hulp van Stephen Stills die een gitaar- en baslijn op de hoofdrol spelende dulcimer toevoegt. Op de achtergrond verblijvende bongo’s en een uit zichzelf bestaand achtergrondkoortje vervolledigen het plaatje. Het is een van de vrolijkste nummers van de plaat, hoewel de cynische ondertoon moeilijk te negeren valt: "And we’ll laugh and toast to nothing/And smash our empty glasses down/Let’s have a round for these freaks and these soldiers/Around for these friends of mine/Let’s have a round for the bright red devil/Who keeps me in this tourist town."

Diezelfde ironie etaleert ze ook in "California", een nummer over heimwee, waarvoor ze hulp krijgt van James Taylor en een pedal steel: "There were lots of pretty people here/Reading Rolling Stone, reading Vogue"/They said: "How long can you hang around?"/I said: "A week, maybe two. Just until my skin turns brown." Deze schrijfstijl in dialogen was vrij uniek en gebruikt ze doorheen het album, wat de persoonlijke stempel nog verder doordrukt en waarmee ze emotioneel net dat stapje verder gaat. "A Case Of You" — een van haar beste nummers, zoniet haar allerbeste — zou nooit zo diep raken als de verschillende dialogen niet zo letterlijk aan bod kwamen. "I remember that time you told me, you said/"Love is touching souls"/Surely you touched mine/’Cause part of you pours out of me/In these lines from time to time", even later gevolgd door een interventie van een ex: "And she said/"Go to him, stay with him if you can/But be prepared to bleed", het overstijgt de beschrijvende stijl in rijmschema’s moeiteloos.

Deze plaat is zo toonaangevend voor vrouwelijke singer-songwriters net omdat ze zo vrouwelijk is en zo accuraat omgaat met typisch vrouwelijke gevoelens. In "My Old Man" verkondigt ze stoer dat een huwelijk voor haar onbelangrijk is ("We don’t need no piece of paper/From the city hall/Keeping us tied and true"), maar geeft dan toch later toe: "But when he’s gone/Me and them lonesome blues collide/The bed’s too big/The frying pan’s too wide". "Little Green" gaat dan weer over de dochter die ze in 1965 afstond voor adoptie: "So you sign all the papers in the family name/You’re sad and you’re sorry, but you’re not ashamed".

En dan is er haar stem, vrouwelijker (of hoger piepend) is moeilijk voor te stellen. Een struikelblok voor velen, wat haar meteen controversieel maakte, wat Joanna Newsom niet onbekend in de oren zal klinken. Mitchell maakte in die periode overmatig gebruik van de hoogste regionen van haar stembereik. Iets wat ze al minder deed op Court And Spark, twee jaar later, en al helemaal overboord gooide bij dat tweede sleutelmoment uit haar carrière, Hejira (1976). Toen ze zich in de jaren ’80 meer naar jazz oriënteerde, evolueerde haar stem mee tot een diep en rokerig exemplaar.

Bijna elk van de tien nummers op Blue werd later hernomen door artiesten die hun bewondering voor Mitchell nooit onder stoelen of banken staken. Het zegt iets over het niveau van de nummers. Cat Power coverde het titelnummer voor haar tweede coveralbum. Diana Krall turnde het op dulcimer gestoelde "A Case Of You" om tot een ontroerende pianoballad, waarvan een opname bestaat van een huldeconcert waar Mitchell bij het horen van deze versie zelf een traan wegpinkt. En ironisch genoeg zette James Taylor recentelijk "River" op kerstplaat James Taylor At Christmas (2006), wellicht vanwege de verwijzing naar "Jingle Bells" in het pianospel en het beginzinnetje "It’s coming on Christmas", want het is natuurlijk vooral een droevig liefdesliedje.

Blue is de contemplatie van Joni Mitchells folkperiode. Het voorbeeld van de singer-songwriting in ik-vorm, het betere dagboekwerk. De sleutel die de deur opende voor generaties (al dan niet vrouwelijke) singer-songwriters. Onontbeerlijk.

E-mailadres Afdrukken