Banner

Tom Waits

Swordfishtrombones (1983)

Niels Klerkx - 06 mei 2009

Menig Tom Waitsfan moet vreemd hebben opgekeken toen hij in 1983 Waits’ nieuwste op de platenspeler legde. De zware, primitieve drumbeat van het openingsnummer ’Underground’ lijkt Tom Waits’ voorgaande carrière als jazzy balladeer er zonder pardon uit te kloppen. Hij gromt en blaft zich een weg door wat volgens hem een ideaal anthem zou zijn voor een ’mutant dwarf community’. Weg is de jazzy piano, weg zijn de melige violen. Welkom hoekige gitaren, zwoele marimba’s, rammelende percussie en Waitsiaanse grom. Tom Waits was herboren.

Soms kom je als artiest op een punt waar je jezelf lijkt te herhalen en er geen andere keuze meer lijkt te zijn dan radicaal te breken met je verleden, wil je tenminste nog relevant blijven. U2 vond zichzelf opnieuw uit om met Achtung Baby onder de arm fris de ’nineties’ in te wandelen. Dylan werkte de folkfans tegen zich in het harnas door een elektrische gitaar om te gorden. Radiohead dook voor de opnames van Kid A achter de laptop. Maar één van de radicaalste en boeiendste carrièrewendingen is ongetwijfeld die van Tom Waits begin jaren ’80.

Het voorgaande decennium was Waits steeds meer vergroeid met zijn imago als een jazzy crooner en balladeer die rond ’closing time’ in een pub aan een piano plakte. Sterk geïnspireerd door het werk van de Beatdichters bezong hij onbeantwoorde liefdes, het rondrijden in grote Amerikaanse wagens uit de jaren vijftig, de schimmige figuren die je ’s nachts tegenkwam en bovenmatig drankgebruik. Het vele toeren en de bijhorende levensstijl eisten bovendien ook zijn tol voor Waits zelf, die op de duur kampte met een drankprobleem, dat hij in "The Piano Has Been Drinking (Not Me)" zo mooi op de korrel nam.

Ondanks het feit dat deze periode heel wat klassiekers opleverde, zoals het hartstollende "Martha" uit zijn debuut Closing Time, leek het vat eind jaren zeventig stilaan leeg getapt. Waits dronk niet alleen steeds vaker een watertje, maar was ook hoogst ontevreden met zijn muzikale stijl en was naarstig op zoek naar nieuwe wegen. Op het bluesy Heartattack And Vine (1980) werden al kleine hints gegeven dat er een verandering op til was. Hetzelfde jaar leerde hij tijdens de opnames voor de soundtrack One From The Heart Kathleen Brennan kennen, die als regie-assistente werkte op de set van de gelijknamige film. Ze werden snel een koppel en hij werd door haar geïntroduceerd in bizarre muziek, zoals het werk van Captain Beefheart. Daarnaast gaf ze Waits de zekerheid en gemoedsrust die hij nodig had om alle muzikale zekerheden achter zich te kunnen laten.

Voor opvolger Swordfishtrombones werd het roer dan ook stevig omgegooid. De toen 33-jarige Waits verliet zijn vaste platenfirma en manager. Ook producer Bones Howe kon zijn koffers pakken. De klus zou ook wel zelf geklaard kunnen worden, in een volledige artistieke vrijheid. In de zomer van 1982 dook Tom Waits samen met een dozijn muzikanten de studio in om geschiedenis te schrijven. Naast de meer traditionele instrumenten, nam het gezelschap ook heel wat minder voor de hand liggende zaken mee: marimba’s, belplaten, glasharmonica’s, vrijheidsbellen, banjo’s, doedelzakken en Afrikaanse talking drums. Om maar te zwijgen van Tom Waits’ stem, die onder meer door de sigaretten en de drank tot een ruwe, donkere rasp was geworden en misschien nog het meest bevreemdende en fascinerende instrument op het album is.

Opvallend is de enorme diversiteit van Swordfishtrombones. Rustige, meer traditionele liedjes zoals "Soldier’s Things" worden afgewisseld met korte, geschifte instrumentals met onheilspellende titels zoals "Dave The Butcher". In "16 Shells From A Thirty-Ought Six" en "Down, Down, Down" wordt de blues op zijn rauwst en aanstekelijkst geserveerd. Soms wordt er even gas teruggenomen en laat Waits zich van zijn gevoelige kant zien. In het mooie "Shore Leave" verplaatst hij zich in een zeeman die een dagje vrijaf heeft om aan land te gaan in Hong Kong. Ver van huis gaat hij op café, koopt de meest idiote hebbedingetjes ("a long sleeved shirt with horses on the front") en zwerft door de straten. Maar de eenzaamheid wordt knellend, alles lijkt zo nutteloos zonder zijn geliefde in de buurt: "And I wonder how the same moon outside, over this Chinatown fair, could look down on Illinois and find you there." Ook het volgende lied verwijst naar Illinois, de geboorteplaats van zijn wederhelft. In het met sarcastische humor doorspekte "Franks Wild Years" weerklinken echo’s van spoken-word jazz. De vrolijke noot wordt dan weer verzorgd door "In The Neighborhood", een zeer beeldende en charmante sfeerschets van de dagdagelijkse gebeurtenissen in een buurt. "Well, the eggs chase the bacon round the fryin’ pan. And the whinin’ dog pidgeons by the steeple bell rope. And the dogs tipped the garbage pails over last night, and there’s always construction work bothering you. In the neighborhood". Paradedrums en koperblazers geven het lied een bijna carnavaleske optochtsfeer.

Soms wordt wel eens gezegd dat het lijkt alsof Tom Waits zijn leven achterstevoren heeft geleefd, startend als een voorzichtige oude crooner die zich verborg achter clichés om pas op zijn dertigste echt vernieuwend en radicaal te worden. Zelf zegt hij het volgende: " It wasn’t like I was at a crossroads and asked myself, ’Am I going to go down AM Boulevard or Eccentric Avenue? I hatched out of the egg I was living in. I had nailed one foot to the floor and kept going in circles, making the same record." Op een geniale wijze wist hij los te breken. Tom Waits had met Swordfishtrombones een blauwdruk afgeleverd voor de rest van zijn carrière. En wat voor één.

E-mailadres Afdrukken
 
Tom Waits

Uit ons archief
Banner

TEST